BURKINA FASO EN MALI - Hotel- en kampeerreis - 16 dagen

BURKINA FASO EN MALI - Hotel- en kampeerreis - 16 dagen

Land van de integere mensen

Burkina Faso betekent zoiets als het 'land van de integere mensen'. Nog meer fascinerende bevolkingsgroepen vind je in buurland Mali. Naast de unieke leemarchitectuur en de mystieke Dogonvallei maakt de bevolking Mali tot één van de boeiende landen van Afrika. Je krijgt het gevoel terug te gaan in de tijd wanneer je dwaalt door de nauwe straatjes van Djenné of de kleurrijke markt van Mopti bezoekt.
Vanaf € 2755
dagen:16
Groepsgrootte:8-18
Reiscode:BWB
Reisinformatie

Landinformatie

Burkina Faso Burkina Faso

Omschrijving

Mali heeft een oppervlakte van 1.240.190 km² (30 maal Nederland, 40 maal België). Het land telt ongeveer 12 miljoen inwoners waarvan de meesten langs de oevers van de Niger en in het vochtige zuiden leven. In het noorden is het platteland vrijwel onbewoond. Slecht een kwart van de bevolking woont in de stad. De jaarlijkse bevolkingsgroei is hoog 2,7 procent; bijna de helft van de bevolking is jonger dan 15. Ongeveer 45 procent van de totale bevolking kan lezen en schrijven (40 procent vrouwen en 50 procent mannen). Van de kinderen in de schoolgaande leeftijd volgt slecht 30 procent van de jongens en 20 procent van de meisjes onderwijs. Hoger onderwijs is er alleen in Bamako, universiteiten zijn er niet. Ongeveer 85 procent van de bevolking is voor haar bestaan direct afhankelijk van de landbouw. Naast voedselproductie voor voornamelijk binnenlandse consumptie, richt de landbouwsector zich op de exportproducten mijnbouw (goud), katoen en vlees.
In Mali woont een grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen waarvan de meeste hun eigen identiteit hebben weten te behouden. Opvallend is dat de verschillende groepen in betrekkelijke harmonie met elkaar leven.
In het noorden leven de Toeareg (500.000 in Mali) die in de winter een nomadisch bestaan leiden in de woestijn. In de zomer is daar nauwelijks voedsel voor het vee en trekken ze naar de randen van de Sahara, in Mali naar de noordoevers van de Niger. De Toeareg hebben een blanke, Noord-Afrikaanse oorsprong, maar door gemengde huwelijken met zwarte Afrikanen is de huidskleur van de Toeareg die in de zuidelijke Sahara en de Sahel wonen in de loop der eeuwen steeds donkerder geworden. De taal die ze spreken is Tamashek, een berbertaal met een grote Arabische invloed. De Toeareg zijn van oudsher veehouders, voornamelijk geiten en kamelen. Het dieet van de Toeareg is volledig aangepast aan het leven met vee in de woestijn. Op het menu staat alleen vlees en melk. De Toeareg zijn islamitisch, maar hebben een paar afwijkende kenmerken. Hun vrouwen nemen een belangrijke plaats in de maatschappij in en genieten een grotere vrijheid dan bij de Arabieren. Bij de Touareg zijn juist de mannen gesluierd en de vrouwen niet. De mannen dragen over het algemeen indigoblauwe gewaden, maar de kleuren wit en groen komen ook voor.
De zuidwestelijke en centrale gebieden worden bewoond door Bambara, Bozo en Peul. De Bambara (3 miljoen) vormen de grootste bevolkingsgroep van Mali. Het zijn van oorsprong akkerbouwers die zich vooral tot het telen van gierst beperken. Ze wonen vooral in de omgeving van Bamako en Ségou. De Bozo (150.000) zijn vissers en botenbouwers. Ze wonen voor het grootste deel in kleine dorpen op de oevers van de Niger en de Bani tussen Bamako en Timboektoe. De Bozo zijn niet op basis van hun kleding of sieraden te herkennen. De dorpen zijn doorgaans langgerekt en liggen vaak op dijken. Wanneer de huizen door het wassende water onderlopen, trekken de bewoners naar hogere grond. De moskee is niet altijd afgebouwd, vooral in dorpen waar de ze korter dan een jaar zullen wonen. Nijlpaarden in de Niger vind je vooral in gebieden waar de Bozo wonen omdat ze voor hen heilige dieren zijn en ze er dus niet op jagen. De Peul (1 miljoen) ook wel Fulani of Fula genoemd, leven vooral in en rondom de Nigerdelta en de gebieden ten oosten en westen. Plaatsen waar je de Peul kunt vinden zijn Djenné en Mopti. Peul zijn veehouders en kijken neer op alles wat met akkerbouw of visserij te maken heeft. Ze zullen zich nooit aan zulke agrarische activiteiten ‘bezondigen’. Alle granen, groenten en vis halen ze op de markt. De mannen dragen karakteristieke punthoeden van riet en leer, die eerder Chinees dan Afrikaans aandoen. De vrouwen zijn herkenbaar aan de zwarte rand om de mond en de opvallende sieraden. Ze dragen grote amber kralen in hun haar en op het voorhoofd. Kleine goud ringen door de oren, neus en soms hele serie in een haarstreng over het voorhoofd.
De Dogon (500.000 mensen) zijn wellicht het bekendste volk van Mali. Ze leven langs een steile 200 kilmeter lange kloofwand in het zuidoosten van Mali, de Falaise de Bandiagara. De Dogon leven van akkerbouw. Op de vlakte onder aan de falaise verbouwen ze gierst en sorghum, op het plateau boven de falaise telen ze groenten, vooral tomaten en uien. De Dogon kijken neer op veeteelt en zijn daarmee de tegenpool van de Peul. Toch is er wel vee in de Dogonvallei. Geiten, kippen en soms een kudde koeien. Deze koeien zijn eigendom van de Dogon, maar ze huren Peul in om het vee te verzorgen. Door de geïsoleerde ligging van hun dorpen hebben zij hun oorspronkelijke gebruiken en rituelen in stand kunnen houden en hun gecompliceerde natuurgodsdienst die ver af staat van christelijke en islamitische samenleving, vrijwel volledig behouden.

Burkina Faso heeft een oppervlakte van 274.122 km² (7 maal Nederland, 9 maal België). Het land telt 13,9 miljoen (2006, schatting) inwoners waarvan het merendeel in midden en zuidwesten van het land leeft. Het noorden is het dunst bevolkt. Het land is naar Afrikaanse begrippen dichtbevolkt, 49 inwoners per km² (Mali 11 inwoners per km²). De bevolkingsgroei is hoog 2,9 procent, ongeveer de helft van de bevolking is jonger dan 15 jaar en de gemiddelde levensverwachting is slechts 47 jaar. Slechts 17 procent van de vrouwen en 37 procent van de mannen kan lezen en schrijven. Het grootste gedeelte van de bevolking (80 procent) leeft van de landbouw, slechts eenderde van het land is geschikt voor akkerbouw. De akkerbouw is in grote mate afhankelijk de regenval. In de jaren dat er voldoende valt worden de overschotten opgeslagen om jaren met slechte oogsten te overbruggen. De belangrijkste gewassen die verbouwd worden zijn gierst en sorghum. Daarnaast is ook katoen een belangrijk handelsgewas.

De bevolking van Burkina Faso is verdeeld over niet minder dan 60 bevolkingsgroepen. De Mossi vormen met 45 procent de grootste bevolkingsgroep en hebben in het huidige Burkina Faso een belangrijke politieke invloed. Ze leven in het centrale deel van het land. In het noorden leven de rondtrekkende Peul. Andere belangrijke minderheden zijn de Lobi, de Mandé, de Bobo en de Gourma. Fransen vormen het grootste deel van de in Burkina Faso levende buitenlanders.
De meeste bevolkingsgroepen hebben hun eigen taal, tradities en godsdienst.
De Mossi maken bijvoorbeeld grote dierachtige maskers (vaak antilopen) die ze gebruiken tijdens religieuze ceremonies als begrafenissen en trouwerijen. De Bobo, ook wel Bwa genoemd, dragen grote maskers die vlinders of vogels uitbeelden, om de godheid Do aan te roepen. Deze ceremoniën duren urenlang en worden gehouden om ervoor te zorgen dat een echtpaar of een kind een vruchtbaar leven tegemoet zal gaan. De Lobi staan bekend om hun houten totems die een familie beschermt tegen kwade geesten. Het belangrijkste ritueel bij de Lobi is dyoro. Op deze dag worden de jongens bekend gemaakt met de oude gebruiken, en vanaf die dag worden ze als volwassenen beschouwd.

Ghana heeft een oppervlakte van 238.537 km² (6 maal Nederland; 8 maal België) en telt ruim 22 miljoen inwoners. In de hoofdstad Accra wonen zo’n twee miljoen mensen. De meeste Ghanezen wonen in het zuiden en midden van het land. Het noorden is dunbevolkt: hoewel het gebied veertig procent van de oppervlakte beslaat, woont hier slechts dertien procent van de bevolking. De jaarlijkse bevolkingsgroei is 1,9 procent; eenderde van de bevolking is jonger dan 15 jaar terwijl dat in Mali op 50 procent ligt. Ongeveer 75 procent (vergelijk Mali 45 procent) van de totale bevolking kan lezen en schrijven (68 procent vrouwen en 83 procent mannen). De Ghanese economie steunt met name op de landbouw. Goud, cacao en hout zijn de meest belangrijke exportproducten. De economie is extreem gevoelig voor droogten, plagen en internationale prijsfluctuaties.

Ghana telt zo’n honderd verschillende etnische groepen. Ondanks deze verscheidenheid is het land relatief stabiel en zijn er weinig etnische conflicten. Dit komt doordat geen van de groepen politiek of economisch dominant is. Ongeveer de helft van de bevolking hoort tot de Akan (44 procent), maar deze groep vormt onderling geen eenheid. Verder zijn er de Moshi-Dagomba (16 procent) een moslimgroep die vooral in het noorden leeft, Ewe (13 procent), Ga-Adangbe (8 procent) en een kleine groep Europeanen.
De Akan geloven dat de ziel van mensen verbonden is met de dag waarop ze geboren worden. Veel Ghanezen krijgen dan ook de naam van de dag waarop ze geboren zijn. Mannen die op een vrijdag geboren zijn heten: Kofi, vrouwen heten Afua. Mannen die op zaterdag geboren zijn heten Kwame, vrouwen Ama, etcetera. De eerste naam is de dag van de week, de tweede naam is een naam die de ouders kiezen. Vaak is dit de naam van een gerespecteerd familielid.

Achtergrondinformatie

Bevolking

Mali heeft een oppervlakte van 1.240.190 km² (30 maal Nederland, 40 maal België). Het land telt ongeveer 12 miljoen inwoners waarvan de meesten langs de oevers van de Niger en in het vochtige zuiden leven. In het noorden is het platteland vrijwel onbewoond. Slecht een kwart van de bevolking woont in de stad. De jaarlijkse bevolkingsgroei is hoog 2,7 procent; bijna de helft van de bevolking is jonger dan 15. Ongeveer 45 procent van de totale bevolking kan lezen en schrijven (40 procent vrouwen en 50 procent mannen). Van de kinderen in de schoolgaande leeftijd volgt slecht 30 procent van de jongens en 20 procent van de meisjes onderwijs. Hoger onderwijs is er alleen in Bamako, universiteiten zijn er niet. Ongeveer 85 procent van de bevolking is voor haar bestaan direct afhankelijk van de landbouw. Naast voedselproductie voor voornamelijk binnenlandse consumptie, richt de landbouwsector zich op de exportproducten mijnbouw (goud), katoen en vlees.
In Mali woont een grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen waarvan de meeste hun eigen identiteit hebben weten te behouden. Opvallend is dat de verschillende groepen in betrekkelijke harmonie met elkaar leven.
In het noorden leven de Toeareg (500.000 in Mali) die in de winter een nomadisch bestaan leiden in de woestijn. In de zomer is daar nauwelijks voedsel voor het vee en trekken ze naar de randen van de Sahara, in Mali naar de noordoevers van de Niger. De Toeareg hebben een blanke, Noord-Afrikaanse oorsprong, maar door gemengde huwelijken met zwarte Afrikanen is de huidskleur van de Toeareg die in de zuidelijke Sahara en de Sahel wonen in de loop der eeuwen steeds donkerder geworden. De taal die ze spreken is Tamashek, een berbertaal met een grote Arabische invloed. De Toeareg zijn van oudsher veehouders, voornamelijk geiten en kamelen. Het dieet van de Toeareg is volledig aangepast aan het leven met vee in de woestijn. Op het menu staat alleen vlees en melk. De Toeareg zijn islamitisch, maar hebben een paar afwijkende kenmerken. Hun vrouwen nemen een belangrijke plaats in de maatschappij in en genieten een grotere vrijheid dan bij de Arabieren. Bij de Touareg zijn juist de mannen gesluierd en de vrouwen niet. De mannen dragen over het algemeen indigoblauwe gewaden, maar de kleuren wit en groen komen ook voor.
De zuidwestelijke en centrale gebieden worden bewoond door Bambara, Bozo en Peul. De Bambara (3 miljoen) vormen de grootste bevolkingsgroep van Mali. Het zijn van oorsprong akkerbouwers die zich vooral tot het telen van gierst beperken. Ze wonen vooral in de omgeving van Bamako en Ségou. De Bozo (150.000) zijn vissers en botenbouwers. Ze wonen voor het grootste deel in kleine dorpen op de oevers van de Niger en de Bani tussen Bamako en Timboektoe. De Bozo zijn niet op basis van hun kleding of sieraden te herkennen. De dorpen zijn doorgaans langgerekt en liggen vaak op dijken. Wanneer de huizen door het wassende water onderlopen, trekken de bewoners naar hogere grond. De moskee is niet altijd afgebouwd, vooral in dorpen waar de ze korter dan een jaar zullen wonen. Nijlpaarden in de Niger vind je vooral in gebieden waar de Bozo wonen omdat ze voor hen heilige dieren zijn en ze er dus niet op jagen. De Peul (1 miljoen) ook wel Fulani of Fula genoemd, leven vooral in en rondom de Nigerdelta en de gebieden ten oosten en westen. Plaatsen waar je de Peul kunt vinden zijn Djenné en Mopti. Peul zijn veehouders en kijken neer op alles wat met akkerbouw of visserij te maken heeft. Ze zullen zich nooit aan zulke agrarische activiteiten ‘bezondigen’. Alle granen, groenten en vis halen ze op de markt. De mannen dragen karakteristieke punthoeden van riet en leer, die eerder Chinees dan Afrikaans aandoen. De vrouwen zijn herkenbaar aan de zwarte rand om de mond en de opvallende sieraden. Ze dragen grote amber kralen in hun haar en op het voorhoofd. Kleine goud ringen door de oren, neus en soms hele serie in een haarstreng over het voorhoofd.
De Dogon (500.000 mensen) zijn wellicht het bekendste volk van Mali. Ze leven langs een steile 200 kilmeter lange kloofwand in het zuidoosten van Mali, de Falaise de Bandiagara. De Dogon leven van akkerbouw. Op de vlakte onder aan de falaise verbouwen ze gierst en sorghum, op het plateau boven de falaise telen ze groenten, vooral tomaten en uien. De Dogon kijken neer op veeteelt en zijn daarmee de tegenpool van de Peul. Toch is er wel vee in de Dogonvallei. Geiten, kippen en soms een kudde koeien. Deze koeien zijn eigendom van de Dogon, maar ze huren Peul in om het vee te verzorgen. Door de geïsoleerde ligging van hun dorpen hebben zij hun oorspronkelijke gebruiken en rituelen in stand kunnen houden en hun gecompliceerde natuurgodsdienst die ver af staat van christelijke en islamitische samenleving, vrijwel volledig behouden.

Burkina Faso heeft een oppervlakte van 274.122 km² (7 maal Nederland, 9 maal België). Het land telt 13,9 miljoen (2006, schatting) inwoners waarvan het merendeel in midden en zuidwesten van het land leeft. Het noorden is het dunst bevolkt. Het land is naar Afrikaanse begrippen dichtbevolkt, 49 inwoners per km² (Mali 11 inwoners per km²). De bevolkingsgroei is hoog 2,9 procent, ongeveer de helft van de bevolking is jonger dan 15 jaar en de gemiddelde levensverwachting is slechts 47 jaar. Slechts 17 procent van de vrouwen en 37 procent van de mannen kan lezen en schrijven. Het grootste gedeelte van de bevolking (80 procent) leeft van de landbouw, slechts eenderde van het land is geschikt voor akkerbouw. De akkerbouw is in grote mate afhankelijk de regenval. In de jaren dat er voldoende valt worden de overschotten opgeslagen om jaren met slechte oogsten te overbruggen. De belangrijkste gewassen die verbouwd worden zijn gierst en sorghum. Daarnaast is ook katoen een belangrijk handelsgewas.

De bevolking van Burkina Faso is verdeeld over niet minder dan 60 bevolkingsgroepen. De Mossi vormen met 45 procent de grootste bevolkingsgroep en hebben in het huidige Burkina Faso een belangrijke politieke invloed. Ze leven in het centrale deel van het land. In het noorden leven de rondtrekkende Peul. Andere belangrijke minderheden zijn de Lobi, de Mandé, de Bobo en de Gourma. Fransen vormen het grootste deel van de in Burkina Faso levende buitenlanders.
De meeste bevolkingsgroepen hebben hun eigen taal, tradities en godsdienst.
De Mossi maken bijvoorbeeld grote dierachtige maskers (vaak antilopen) die ze gebruiken tijdens religieuze ceremonies als begrafenissen en trouwerijen. De Bobo, ook wel Bwa genoemd, dragen grote maskers die vlinders of vogels uitbeelden, om de godheid Do aan te roepen. Deze ceremoniën duren urenlang en worden gehouden om ervoor te zorgen dat een echtpaar of een kind een vruchtbaar leven tegemoet zal gaan. De Lobi staan bekend om hun houten totems die een familie beschermt tegen kwade geesten. Het belangrijkste ritueel bij de Lobi is dyoro. Op deze dag worden de jongens bekend gemaakt met de oude gebruiken, en vanaf die dag worden ze als volwassenen beschouwd.

Ghana heeft een oppervlakte van 238.537 km² (6 maal Nederland; 8 maal België) en telt ruim 22 miljoen inwoners. In de hoofdstad Accra wonen zo’n twee miljoen mensen. De meeste Ghanezen wonen in het zuiden en midden van het land. Het noorden is dunbevolkt: hoewel het gebied veertig procent van de oppervlakte beslaat, woont hier slechts dertien procent van de bevolking. De jaarlijkse bevolkingsgroei is 1,9 procent; eenderde van de bevolking is jonger dan 15 jaar terwijl dat in Mali op 50 procent ligt. Ongeveer 75 procent (vergelijk Mali 45 procent) van de totale bevolking kan lezen en schrijven (68 procent vrouwen en 83 procent mannen). De Ghanese economie steunt met name op de landbouw. Goud, cacao en hout zijn de meest belangrijke exportproducten. De economie is extreem gevoelig voor droogten, plagen en internationale prijsfluctuaties.

Ghana telt zo’n honderd verschillende etnische groepen. Ondanks deze verscheidenheid is het land relatief stabiel en zijn er weinig etnische conflicten. Dit komt doordat geen van de groepen politiek of economisch dominant is. Ongeveer de helft van de bevolking hoort tot de Akan (44 procent), maar deze groep vormt onderling geen eenheid. Verder zijn er de Moshi-Dagomba (16 procent) een moslimgroep die vooral in het noorden leeft, Ewe (13 procent), Ga-Adangbe (8 procent) en een kleine groep Europeanen.
De Akan geloven dat de ziel van mensen verbonden is met de dag waarop ze geboren worden. Veel Ghanezen krijgen dan ook de naam van de dag waarop ze geboren zijn. Mannen die op een vrijdag geboren zijn heten: Kofi, vrouwen heten Afua. Mannen die op zaterdag geboren zijn heten Kwame, vrouwen Ama, etcetera. De eerste naam is de dag van de week, de tweede naam is een naam die de ouders kiezen. Vaak is dit de naam van een gerespecteerd familielid.

Communicatie

Post vanuit Mali, Burkina Faso en Ghana is na een dag of tien in de Benelux, andersom kan het een maand of langer duren. 

In Mali kun je internationaal bellen vanuit telefooncellen die werken met telefoonkaarten. Naast deze telefooncellen zit iemand die telefoonkaarten verkoopt. 
In Burkina Faso kun je in Ouagadougou vanuit diverse belkantoren met Nederland bellen. De kwaliteit van de verbinding kan slecht zijn en soms kom je er helemaal niet doorheen. Grotere hotels en postkantoren kunnen vaak ook faxen verzenden.
In Ghana vind je overal telefooncellen en belkantoren. Vanuit een telefooncel bel je met een telefoonkaart, die overal verkrijgbaar is. Lukt dit door overbelasting van de telefooncentrale niet, dan is het aan te raden om vanuit een belkantoor te bellen. In het zuiden en in de grote steden werkt het telefoonverkeer redelijk; op het platteland en in het noorden is het heel wat minder. 
Mobiel bellen is in Mali en Burkina Faso opmars maar nog erg beperkt mogelijk. Ghana is de afgelopen jaren massaal mobiel gaan telefoneren. Dat gaat goed zolang men in de buurt van een zendmast blijft. Er is nog geen mobiel netwerk dat het hele land dekt. Informeer voor vertrek bij je eigen provider naar de mogelijkheden en kosten. Mali en Burkina Faso hebben geen netnummers. Het internationale toegangsnummer voor Mali is 00223; voor Burkina Faso 00226; voor 00233 Ghana; voor Nederland 0031 en voor België 0032. 

Internetcafés zijn er in alle drie de landen in de grote steden en alle provinciesteden.

Eten en drinken

In Mali begint de dag met koffie, thee, stokbrood, boter en jam. Een overblijfsel uit Franse kolonisatie. Lunch en diner bestaan voornamelijk uit vlees of vis met frietjes, sperziebonen of erwten. Salade, spaghetti en rijst met tomaten- of pindasaus staan ook op het menu. Typisch Malinees voedsel is ‘to’, gierstepap die met tomaten- of pindasaus wordt gegeten. In de noordelijke provincies staat vooral couscous op de menukaart. Vegetariërs kent men niet. Meestal laat men het vlees weg of biedt men als alternatief een ei aan. Goedkope en lekkere eetgelegenheden bevinden zich op straat met wat banken eromheen. Je kunt allerlei goedkope gerechten kopen variërend van gefrituurde yamchips, oliebolletjes en bijvoorbeeld poffertjes gemaakt van gierst. Uiteraard mag de gegrilde vis (vooral nijlbaars) niet ontbreken. Als dessert serveert men meestal fruit zoals watermeloen en mango. In Mali kun je beter geen water uit de kraan drinken, overal zijn flessen drinkwater, bier en frisdrank te koop.

Ook in Burkina Faso bestaat een maaltijd uit ‘to’, een stijve pap van maïs, gierst of rijst. Hierbij eet men bladgroente of fruit. Vlees is schaars, zeker in de steden. Voor de nodige proteïnen zorgen vis uit de rivier of eieren. In de landelijke gebieden wordt de bosrat beschouwd als een lekkernij. Alles in Burkina Faso wordt geserveerd met saus. Bijvoorbeeld 'riz gras' is rijst vermengd met groentesaus en olie. 'Sauce gombo' is een plakkerige stampot op basis van okervruchten. Maggi Africain zijn balletjes gemaakt van de zaden van de néréboom en worden gebruikt om het eten te kruiden.
In Burkina Faso kun je beter geen water uit de kraan drinken, bijna overal zijn flessen drinkwater, frisdrank en bier te koop.

Ook in Ghana bestaat een maaltijd uit een stevige bol, gemaakt van een soort dikke pap. Men serveert deze bol overgoten met een vaak pittige soep in een grote kom. Dit geheel dient, zonder bestek, met de rechterhand gegeten te worden. Meestal wordt er een bak met water bijgegeven, waarin je je rechterhand kunt wassen. Er zijn diverse pureesoorten, ieder met een eigen naam. Fufu is de bekendste en meest geliefde. Het wordt gemaakt uit een mengsel van gekookte cassave en plantain, grote groene bakbananen. Het stampen van de fufu is een uitgebreid ritueel en zwaar werk. Andere bekende pureesoorten zijn kenkey en banku, gemaakt van maïs. Zelfs rijst wordt soms bewerkt tot een soort puree en gekneed tot ballen. Omo tuo, een delicatesse, is hier een voorbeeld van. Van de soepen zal vooral de groundnutsoup er goed ingaan bij de Europeaan. Andere bekende gerechten zijn red-red, gebakken banaan met bonen, jollof rice, een soort risotto en gegrilde tilapia, een zoetwatervis.
Al deze gerechten zijn verkrijgbaar in de vele chop bars, eenvoudige Ghanese eethuisjes. In Ghana wordt overal langs de straat drank en voedsel aangeboden, zoals geroosterd geitenvlees, schoongemaakte stukken suikerriet, geroosterde maïskolven, kokosnoten, zakjes ijswater, sinaasappelen of yam -soort aardappel- chips.
Drinken doen de Ghanezen in een ‘spot’, een met fel beschilderde planken afgezet openluchtbarretje. Alle bekende frisdranken zijn verkrijgbaar, evenals de lokale biersoorten Star, Club, Gulder en ABC. Wie iets sterkers wil drinken, kan akpeteshie proberen, gedistilleerde palmwijn. In sommige plaatsen langs de kust kun je af en toe de echte palmwijn krijgen, een ware delicatesse die vers op zijn best is. Bij rituele gebeurtenissen hoort het drinken van schnaps, inderdaad niets anders dan de klassieke Hollandse jenever. In Ghana kun je beter geen water uit de kraan drinken, overal zijn flessen drinkwater te koop.

In Bamako, Quangadougou en in de grotere steden in Ghana zijn naast de Afrikaanse restaurants ook volop restaurants met een Europese of Aziatische keuken.

Feestdagen

Mali kent tal van religieuze (christelijk en islamitisch) en nationale feestdagen. Belangrijke nationale en christelijke feestdagen zijn: Nieuwjaar (1 januari); Fête de l’Armée (20 januari); Pasen; Dag van de Arbeid (1 mei); Jour d’Afrique (25 mei); Onafhankelijkheidsdag (22 september); Kerstmis (25 december).

Belangrijke nationale en christelijke feestdagen in Burkina Faso zijn: Nieuwjaar (1 januari); Dag van de Vrouw (8 maart); Pasen; Dag van de Arbeid (1 mei); Jour d’Afrique (25 mei); Onafhankelijkheidsdag (5 augustus0, om te herdenken dat op die dag in 1960 de Franse overheersing afliep; Dag van Sankara’s revolutie (15 oktober); Allerheiligen (1 november); Kerstmis (25 december).

Belangrijke nationale en christelijke feestdagen in Ghana zijn: Nieuwjaar (1 januari); Independence Day (6 maart), wanneer het uitroepen van de onafhankelijkheid van de Britse kolonisator in 1957 wordt herdacht; Pasen; Dag van de Arbeid (1 mei); Dag van de Republiek (1 juli); Farmer’s Day (6 december); kerstmis (25 december) en Boxing Day (26 december).

Daarnaast zijn er de islamitische feestdagen die meestal enkele dagen duren. Omdat de islamitische kalender is gebaseerd op het maanjaar, schuiven de feestdagen volgens onze telling ieder jaar tien a elf dagen naar voren. De grootste islamitische feesten zijn de ramadan (begint 11 augustus 2010), het suikerfeest (10 september 2010) en het offerfeest (16 november 2010). Op deze dagen is vrijwel alles gesloten.
De ramadan is het belangrijkste islamitische feest. Het feest duurt de hele negende maand van het islamitische jaar en is de vastenmaand. Tijdens deze periode eten, drinken en roken moslims niet tussen zonsopgang en zonsondergang. Vasten is een van de belangrijkste plichten van een moslim. Het driedaagse suikerfeest, Eid al-Fitr, luidt het einde van de ramadan in. Het huis wordt nog een keer gepoetst en de mensen kleden zich zo mooi mogelijk. Iedereen gaat bij elkaar op bezoek om elkaar te feliciteren met een goed volbrachte vastenperiode. Ook de armen krijgen iets extra’s. Met het suikerfeest begint het bedevaartsseizoen naar Mekka.
Het offerfeest, Eid al-Adha, begint op de tiende dag van de laatste maand van het jaar. Ter herdenking van Abraham worden op die dag overal schapen geslacht. Abraham was immers bereid zijn zoon aan God te offeren, maar die verving de jongen op het laatste moment door een schaap.

Bijna elke stad of dorp heeft een jaarlijks festival, een traditionele viering, vaak van een aantal dagen, waarbij allerlei rituelen tot leven komen. Mocht je de kans krijgen zo’n festival bij te wonen, dan moet je dat zeker doen. Helaas is het moeilijk van te voren aan te geven welk festival wanneer plaats vindt. De planning gaat via de traditionele Afrikaanse tijdsrekening die afwijkt van de westerse zonnekalender.

Burkina Faso heeft een grote rol gespeeld in een hernieuwde opleving van Afrikaanse cultuur. Ieder oneven jaar wordt in hoofdstad Ouagadougou het FESPACO film- en televisiefestival gehouden. Filmmakers uit alle delen van Afrika komen hier hun nieuwe films aan het publiek laten zien. In het verleden hebben enkelen van hen internationale faam verworven en ook filmprijzen gewonnen in Cannes. Ieder even jaar is de stad Ouagadougou gastheer voor het SIAO-festival. In eerste opzet georganiseerd als tentoonstelling van Afrikaanse kunst- en kunstnijverheidproducten. Tegenwoordig wordt het festival ook opgeluisterd met allerlei optredens van zang- en dansgroepen vanuit hele continent.

Gewoonten en gebruiken

Realiseer je goed dat er tussen ieder land en streek verschillen zijn in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Zelfs binnen Nederland en België is dat het geval. Ga je voortdurend uit van je eigen normen en waarden dan zal uiteindelijk alles wat daarvan afwijkt je gaan irriteren. En dat geeft veel onnodige stress. Accepteer dat mensen in bepaalde opzichten andere eisen stellen dan jij gewend bent. Ze gaan bijvoorbeeld anders om met afspraken of hebben een ander tijdsbesef. Dit maakt hen niet minder, wel anders. Met een goede voorbereiding kun je je alvast instellen op deze culturele verschillen. Ter plekke is het de kunst om positief te blijven, je flexibel op te stellen en die andere levenswijze te respecteren zonder daarbij je eigen grenzen te overschrijden. Neem de tijd, probeer open en tolerant te zijn en probeer een praatje met mensen te maken. En spreek je de taal niet, dan zijn er andere manieren om contact te maken. Een eenvoudige begroeting of een simpele lach kost niets en opent overal deuren en harten.

Het eerste wat je opvalt als je in West-Afrika rondloopt, is de kleurrijke kleding van zowel vrouwen als mannen. Opvallend in Mali zijn de aardkleurige modderdoeken, bogolan. Deze stoffen zijn er met zowel abstracte als figuratieve motieven. Het maken van een bogolan is een ingewikkeld proces, waarbij klei, boomschors en bladeren worden gebruikt. De Malinezen gebruiken bogolans als kleding maar ook als wanddecoratie.
Houd er bij de keuze van je kleding rekening mee dat Mali en Burkina Faso islamitische landen zijn. In West-Afrika dragen mannen vrijwel nooit een korte broek, dat vinden ze kinderachtig. Ook al is men arm, men zal er alles aan doen om goed gekleed door het leven te gaan. Ze begrijpen dan ook niet dat Europeanen met al hun welvaart er soms zo slecht verzorgd uitzien. Je toont respect voor de bevolking als je fatsoenlijke en schone kleding draagt, dat wil zeggen kleding die de schouders en knieën bedekt en niet al te strak zit.

Begroetingen in West-Afrika zijn hartelijk en uitgebreid. Eigenlijk is het een vraag-en- antwoord spel. Standaard vragen zijn: hoe gaat het, hoe heb je geslapen, hoe is het met je gezondheid. Als de ene partij klaar is met vragen, begint de ander. Wanneer je iemand in een lokale taal begroet, kun je het beste met ‘mba’ antwoorden, Bambara voor ja. Bij de groet hoort men een hand te geven. Dit is een slappe hand en niet een stevige westerse handdruk.
Heel gebruikelijk in Ghana en andere landen is de zogenaamde African handshake. Men begroet elkaar of neemt afscheid door de middenvingers flink tegen elkaar te drukken en dat te laten ‘klikken’ tegen de handpalm. Oefen het kunstje zodra je een local ontmoet met wie je het goed kunt vinden en je zult er gedurende de rest van je reis veel plezier van hebben, aangezien men het erg waardeert als je dit gebruik overneemt.

West-Afrikanen maken een ‘Tsssss’-geluid, om iemands aandacht te trekken of om iemand te helpen. Indien je bijvoorbeeld de verkeerde kant oploopt, nadat men je de weg heeft verteld, probeert men je met een Tssss te waarschuwen.
Mocht je uitgenodigd worden om een kop thee te komen drinken dan dien je het hele ritueel uit te zitten, dat wil zeggen: je moet drie koppen thee. Na het eerste of tweede glas weglopen zou zeer onbeleefd zijn. Dit geldt vooral bij de Toeareg.
Word je uitgenodigd om mee te eten, dan kan het voorkomen dat je met z'n allen uit een grote pan eet. Vooraf spoel je eerst je handen met water dat je krijgt aangereikt en dan eet je, met je rechterhand, van het stuk eten aan jouw kant van de pan. De linkerhand wordt als onrein beschouwd omdat je je met deze hand op het toilet afveegt.
Als je op het platteland in Ghana reist en een dorp wilt bezoeken, is het gebruikelijk dat je je eerst bij de chief van het dorp meldt. Als je de tijd neemt om je voor te stellen en het doel van je bezoek uit te leggen, zal hij je vervolgens warm ontvangen en ervoor zorgen dat je ergens onderdak krijgt, mocht dat nodig zijn. Een klein geschenk van de reiziger vergemakkelijkt het geheel, hetzij een kleine financiële bijdrage, hetzij een fles schnaps. De welkomstdrank die je krijgt aangeboden mag je niet weigeren. Wel moet je eerst een paar druppels op de grond morsen als offer aan de goden.
Bij de Dogon gelden weer speciale regels. Je mag bijvoorbeeld nooit zonder lokale gids erop uittrekken. In en tussen de dorpen bevinden zich tal van heilige, verboden en geheime plaatsen. Betreed je zo’n plaats, dan kan dit problemen veroorzaken.

Meer informatie over culturele verschillen en gebruiken lees je in TE GAST IN GHANA (verkrijgbaar in boekhandel of direct via www.tegastin.nl).  

Kaarten en literatuur

De beste manier om je op je reis voor te bereiden is praten met mensen die het land kennen. Daarnaast kun je reisverhalen lezen en een goede reisgids en kaart aanschaffen en bestuderen. Reisgidsen, boeken met reisverhalen en kaarten kun je online bestellen via www.koningaap.nl bij de gespecialiseerde Geografische Boekhandel Pied à Terre in Amsterdam. Zij beschikken over een uitgebreid assortiment. Bestel je boeken via de website van Koning Aap en kijk ook eens op www.piedaterre.nl.

Klimaat

Mali en Burkina Faso kennen drie seizoenen: de regentijd, de Afrikaanse winter en de warme tijd. Het regenseizoen loopt van juni tot en met september, in die periode valt er meer neerslag dan in Nederland, echter in een korter tijdsbestek. De luchtvochtigheid loopt op tot honderd procent. Ten noorden van de lijn Mopti-Timboektoe-Gao valt weinig neerslag, terwijl de regens in het zuiden en de Sahel regio bijzonder hevig kunnen zijn. De gemiddelde temperatuur ligt tussen de 30º C en 40º C.
De Afrikaanse winter is van oktober tot en met februari. De temperaturen liggen dan iets lager dan in de regentijd, vooral in het noorden waar het ’s nachts kan afkoelen tot rond het vriespunt.
De warme tijd is van maart tot en met mei, de temperatuur kan oplopen tot boven de 45º C. Van december tot en met maart kan een bloedhete woestijnwind, de harmattan, vanuit het noordoosten waaien. Deze wind kan vooral vanwege de stofstormen het openbare leven langer lamleggen.

Ghana heeft een tropisch klimaat met dagelijkse temperaturen tussen de 25º C en 35º C. In de soms dicht begroeide kuststroken kan het vochtig zijn, maar daar is altijd de zeewind die voor een beetje verfrissing zorgt. Naar het noorden toe, waar het landschap meer open is en de invloed van de Sahara zich laat voelen, wordt het droger en warmer. In het noorden is het regenseizoen van april tot oktober. In het zuiden van april tot juni en in september en oktober. In de praktijk betekent dit, dat om de één of twee dagen meestal tegen de avond een flinke plensbui van één of twee uur valt, waarna het leven weer zijn gang herneemt. In het droge seizoen, van december tot maart waait de harmattan wind vanuit de Sahara over het land. Hierdoor hangt er continu een soort ‘zandmist’ in de lucht.

Klimaattabel:
De vier cijfers die telkens worden genoemd zijn van links naar rechts: de gemiddelde temperatuur in graden Celsius, aantal zonuren per dag, aantal dagen per maand met minimaal 1 mm-neerslag per dag en- de gemiddelde temperatuur van het zeewater (indien van toepassing).

BAMAKO

Maand

T gem
Zon
Neerslag
T w

Januari

 25

9

0

-

Februari

 29

9

0

-

Maart

 31

8

1

-

April

 32

8

2

-

Mei

 31

8

7

-

Juni

 28

8

11

-

Juli

 27

7

13

-

Augustus

 26

6

16

-

September

 27

7

13

-

Oktober

 28

8

5

-

November

 27

9

0

-

December

 27

9

0

-


ACCRA
Maand
T gem
Zon
Neerslag
T w
Januari
30
7
0
27
Februari
30
7
2
27
Maart
30
7
4
28
April
30
7
5
28
Mei
30
7
7
27
Juni
28
5
8
27
Juli
26
5
3
26
Augustus
26
5
3
24
September
27
6
4
25
Oktober
28
7
6
26
November
29
8
3
27
December
29
8
2
27

Landschap

De noordelijke helft van Mali ligt in de Sahara en is vrijwel onbewoonbaar. Door langdurige droogten, erosie en wind breidt de woestijn zich verder naar het zuiden uit. Veel flora en fauna gaat hierdoor verloren. Richting zuiden gaat de Sahara over in de Sahel, een gebied dat zich kenmerkt door steppe- en savannebegroeiing in de natte periode en half woestijn in de droge periode. In het uiterste zuiden wordt het landschap bepaald door de grote rivieren, de Senegal en de Niger. De Niger vormt een reusachtige binnendelta, die het grootste zoetwaterreservoir van geheel West-Afrika bevat. Vanwege de extreem lange droge seizoen is er in Mali en Burkina Faso geen grote verscheidenheid aan wild.

De zuidelijke helft van Burkina Faso ligt in de savanne, het noorden in de Sahel. De Sahel kenmerkt zich door steppe- en savannebegroeiing in de natte periode en half woestijn in de droge periode. Het land bestaat uit laaggelegen plateaus van zowel rots- als zandbodems. In het westen hebben de plateaus een hoogte tussen de 500 en 550 meter, de hoogste top is 733 meter. In de rest van het land bedraagt de gemiddelde hoogte 250 tot 350 meter. In het zuidoosten bevinden zich enkele lager liggende moerassen. De drie voornaamste rivieren die de vlaktes doorsnijden zijn de Mouhoun, Nazinon en Nakambé en hun zijarmen. Deze rivieren stromen zuidwaarts en komen in Ghana bijeen. Soms liggen ze droog en als er water is, zijn ze onbevaarbaar.

Het zuiden en zuidwesten van Ghana is vochtig en overwegend groen. Het oorspronkelijke regenwoud is hier dicht en ondoordringbaar hoewel veel daarvan plaats heeft moeten maken voor landbouw. Meer naar het oosten wordt de kustvlakte droger en de aarde zout. Vanaf de kust landinwaarts lopen twee heuvelruggen richting noordoosten en noordwesten. De hoogste berg van Ghana is de Afadjato (885 meter) en ligt op de grens met Togo. Naar het noorden toe wordt het landschap vlakker en open. De noordelijke helft van Ghana bestaat uit savanne, een droog vlak landschap dat na de eerste grote regenbui, aan het begin van de regenperiode, opbloeit. De Voltarivier doorkruist het land van noord naar zuid en mondt bij Akosomba uit in het Voltameer. Dit stuwmeer is een van de grootste kunstmatige meren ter wereld en levert een groot deel van de energievoorziening voor het land. Ghana heeft meerdere natuurreservaten, waarvan het Mole Nationaal Park het bekendste en het best ontsloten is. Groot wild is er volop te vinden. Bekende diersoorten zijn de aap, antilope, buffel, chimpansee, leeuw, nijlpaard, olifant en de panter.

Religie

In Mali en Burkina Faso is sprake van een verscheidenheid aan religies. Naast de islam hangt de bevolking traditionele godsdiensten aan.
Volgens de statistieken is in Mali 90 procent van de bevolking moslim, 9 procent hangt een traditionele religie aan en 1 procent is christen.
In Burkina Faso is bijna de helft van de bevolking moslim, 40 procent hangt een traditionele religie aan en 10 procent is christen. 

Veel van de traditionele religies hebben ondanks alle verschillen een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Ze geloven in één God, terwijl zij hun voorvaderen beschouwen als bemiddelaars voor God en als beschermers van de levenden. De gave van voorspellen, om onheil te bestrijden en genezing te vorderen. Het belang van bloedoffer, dat zorgt voor de verbintenis tussen mens en bovennatuur. En de overgangsrituelen, die mijlpalen en bijzondere gebeurtenissen markeren: zwangerschap en geboorte, het bereiken van volwassenheid, huwelijk en dood.
De West-Afrikaanse islamitische bevolking is over het algemeen minder streng in de leer dan de Noord-Afrikaanse. Gesluierde vrouwen zie je nauwelijks en het drinken van alcohol is wijd verbreid. De zuiverste vorm van islam zie je bij de woestijnvolken de Touareg en de Moren. Bij alle islamitische volken nemen de maraboets een belangrijke plaats in. Maraboets zijn heilige mannen die als een soort intermediair optreden tussen het volk en Allah. In Mali staan maraboets tijdens het leven in groot aanzien, dit in tegenstelling tot Noord-Afrikaanse landen waar dat pas na hun dood het geval is. Malinese moeraboets houden zich bezig met het voorspellen van de toekomst, het uitspreken van vloeken en het uitvoeren van rituele genezing. De zwarte Malinezen in het zuiden hebben ook animistische trekken. Volgens animisten is alle materie ‘bezield’ en huizen er geesten in ieder mens, dier en voorwerp. Vele honderden geesten wonen in bossen, rivieren en heuvels. Het tevreden stellen van geesten is een integraal onderdeel geworden van het leven. Tatoeages en gezegende amuletten moeten geluk brengen of beschermen tegen kwade invloeden. Wie bezeten is door de duivel of een kwade geest, gaat naar een sjamaan, medicijnman of geestenbezweerder.

In Ghana is meer dan de helft van de bevolking christen (63 procent), 16 procent is moslim, 9 procent hangt een traditionele Afrikaanse religie aan en 6 procent een andere religie. Ghana is een door en door godsdienstig land. Overal zijn kerkgebouwen en op zondag zitten die vanaf ’s ochtends heel vroeg vol. Een dienst die korter duurt dan twee uur is eigenlijk niet serieus te nemen. Naast de katholieke kerk, vindt men een keur aan protestantse genootschappen en een nog grotere hoeveelheid kerken van self made priesters, die doen denken aan Amerikaanse televisiedominees. In het noorden is de invloed van de islam duidelijk aanwezig. Op religieus vlak zijn Ghanezen zeer tolerant en alle onderlinge verschillen worden moeiteloos geaccepteerd. De protestantse diensten zijn Afrikaans gestileerd met veel ritmische zang en dans.

Taal

In Mali is Frans de officiële taal, daarnaast spreekt 80 procent van de bevolking Bambara. De meeste mensen ten westen van Mopti hebben Bambara als eerste of tweede taal. Deze taal heeft een relatief makkelijke grammatica, maar kent daarentegen duizenden uitdrukkingen en spreekwoorden. Songhaï wordt hoofdzakelijk in de noordelijke regio tussen Timboektoe en Gao gesproken. De Toeareg spreken Tamachek en soms ook Arabisch. De Dogon gebruiken meer dan veertig dialecten.

In Burkina Faso is de officiële taal Frans en Mossi. In de steden Ouagadougou en Bobo Dioulasso wordt vooral Frans gesproken, maar de rest van de bevolking gebruikt in het dagelijks leven een van de vele talen en dialecten die het land rijk is. Mossi spreekt men vooral in het centrale deel van Burkina Faso en wordt eigenlijk bijna overal begrepen.

In Ghana is de officiële taal Engels, wat elke Ghanees in meer of mindere mate spreekt. Ghanezen die minder goed Engels spreken, zijn geneigd om al je vragen met ‘Yes’ te beantwoorden. Hierdoor kunnen misverstanden ontstaan. Onderling spreken de Ghanezen tientallen verschillende talen en dialecten waarvan het Twi het meest gangbaar is. Het Twi wordt door alle Akan-volken gesproken, waartoe ongeveer de helft van de bevolking behoort.

Taal en woordenlijst Bambara

Hallo
I ni tjee

Hallo (antwoord)
M baa, i ni tjee (man)
M see, i ni tjee (vrouw)

Hoe gaat het met u?
I kaa kehneh (wah)?

Het gaat goed
Tohroh si tee

Tot ziens (als u zelf blijft)
Kan boe foo

Antwoord op 'tot ziens'
Oe naa mehn

Dank u
I ni tjee

Alstublieft (dringend verzoek)
S'il vous plaît

Ja/ nee
Ohwoh!/ aj!

Prima/oké
Aa kan jie

Hoe heet u/jij?
I tohkow?

Goedemorgen
I ni sohgohma

Goedemiddag (tot 16.00 uur)
I ni tillee

Goedemiddag (na 16.00 uur)
I ni woellah

Goedenavond
I ni soe

Antwoord op deze groeten:
M baa + herhaling groet (man)
M see + herhaling groet (vrouw)

Ik ga naar ...
Nuh beh taa ...

Waar is ...?
... beh mi?

Huis/hotel
Soo/ otelli

Postkantoor/ busstation
Biro de post/ bus gari

Vandaag/gisteren/morgen
Bi/ koenoen/ sini

Drinkwater
Mienniedji

Bier (traditioneel)
Dohloo

Bier (pils)
Bière (Frans)

Brood
Boeroe

Rundvlees/ kippenvlees
Miesie sohgoh/ sjeh sohgoh

Onderhandelen in het Bambara kan heel voordelig zijn. In het Bamabara rekent men in stuivers (drohmeh), maar in het Frans in Francs CFA. Van oudsher had het kleinste muntstuk dat in omloop was namelijk een waarde van vijf francs. Een (killin) betekent dan ook ‘een munt van vijf francs’

1 (of 5 F CFA) = killin
2 (of 10 F CFA) = fila
3 = saba
4 = naani
5 = doeroe
6 = wohroo
7 = wohroon wilah
8 = seeki
9 = koonontoo
10 = tan
20 (of 100 F CFA) = moekan
30 = bi saba
40 = bi naani
100 (of 500 F CFA) = kehmeh
1000 (of 5000 F CFA) = waa

en = ani

1120 (of 5600 F CFA) = waa kilin ani kehmeh kilin ani mugan

Praktische informatie

Ambassades

Mali

Consulaat van Mali in Nederland
Achillesstraat 290, 3054 RL Rotterdam
T 010-461 5350
F 010-418 6464 

 of 

Herengracht 328, 1016 CE Amsterdam
T 020-627 2735
F 020-638 2171
mruisbroekjetten@planet.nl 

Ambassade van Mali in België
Molièrelaan 487, 1050 Brussel
T 00 32 (0)2 345 74 32
F 00 32 (0) 2 344 57 00

Nederlandse ambassade in Mali
Rue 437, Hippodrome, Bamako
T 00 223 2021 56 11 
F 00 223 2021 36 17
www.mfa.nl/bam 


Burkina Faso

Ambassade Burkina Faso in Belgie
Guy d'Arezzo Plein 16, 1180 Brussel
T 00 32 (0)2 345 9912
F 00 32 (0)2 345 0612
www.ambassadeduburkina.be

Nederlandse ambassade in Burkina Faso
Avenue du dr. Kwame N’Krumah, Ouagadougou 01
T 00 226 50 30 61 34
F 00 226 50 30 76 95
www.mfa.nl/oua

Belgische ambassade in Burkina Faso
Rue Ki Serbo, 994, Ouagadougou
T 00 226 50 31 21 64
F 00 226 50 31 06 60
www.diplomatie.be/ouagadougounl 


Ghana

Ghanese ambassade in Nederland
Laan Copes van Cattenburch 70, 2585 GD Den Haag
T 00 31 (0)70 338 43 84
F 00 31 (0)70 306 28 00
I www.ghanaembassy.nl 

Ghanese ambassade in België
Generaal Wahislaan 7, 1030 Brussel
T 00 32 (0)2 705 82 20
F 00 32 (0)2 705 66 53
www.ghanaembassy.be

Nederlandse ambassade in Ghana
89, Liberation Road, corner of Ako Adjei Interchange, P.O. Box CT 1647 Accra
T 00 233 21 785 487
F 00 233 21 773 655 
I www.ambaccra.nl

Belgisch consulaat in Ghana
Independence Avenue, Mile 4 (naast GWSCL, ATMA Head offices), P.O. Box CT 3890 Cantonments Accra
T 00 233 21 776561
F 00 233 21 764384
E consubel@africaonline.com.gh

Voor de meest actuele informatie verwijzen we naar de website van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken www.minbuza.nl en het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken www.diplomatie.be.

Bagage en kleding

We adviseren je om de bagage mee te nemen in een rugzak of in een weekendtas. Een koffer raden we sterk af voor onze reizen omdat een koffer vaak moeilijk op te bergen is. We adviseren je om, naast je dagruzak, een extra tas mee te nemen voor de bagage die je achterlaat in Sevare tijdens de Dogontrektocht. We raden je aan om maximaal 12 kilo bagage mee te nemen.

Wat betreft je kleding raden we je aan om praktische kleding mee te nemen die zich makkelijk laat combineren (laag over laag). We vragen je dringend om in je kledingkeuze respect te tonen voor de lokale cultuur/religie. In landen met een aanzienlijke moslim-bevolking dien je je te houden aan de lokale kledinggewoonten. Mocht je twijfelen of nog vragen hebben, neem dan gerust contact op met ons kantoor. 

Denk verder bij het samenstellen van je bagage bijvoorbeeld aan wandelschoenen met een goed profiel, een dunne warme trui (november t/m februari), zaklamp, waterfles, naaigerei, wasmiddel, dagrugzak, universeel geldige verloopstekker, reis- en taalgids (Mali is Franstalig), oordopjes, opblaaskussen, voldoende fotomateriaal, lakenzak (juli t/m oktober), slaapzak voor de Dogon-vallei (november t/m februari), een slaapmatje voor de Dogonvallei, toiletartikelen, badslippers, zwemkleding, regenkleding (juli t/m oktober), handdoeken, wekker, schrijfgerei, tampons (moeilijk verkrijgbaar), reserve batterij voor je camera, petje, een bril naast je lenzen i.v.m. het stof, schaartje en een zakmes.

West-Afrika is een malariagebied. Een klamboe is derhalve ten zeerste aan te raden. Veel hotelkamers zijn voorzien muskietengaas en een ventilator. De ervaring leert dat er met toch nog muggen in de kamers aanwezig zijn. Alternatief is een muggenspray die in de meeste hotels aanwezig is.

Electriciteit

De netspanning in Mali, Burkina Faso en Ghana is 220-240 volt. Stopcontacten zijn hetzelfde als in Nederland of België. Er doen zich echter regelmatig stroomstoringen voor en niet overal stroom is er stroom zoals in de Dogonvallei. Reservebatterijen en een zaklamp zijn zeker handig om mee te nemen. Kijk voor meer informatie over voltage en gebruikte stekkers op website www.kropla.com.

Fooien

In Europa wordt het geven van fooien in de meeste gevallen gezien als een blijk van waardering, een extraatje als dank voor geleverde diensten. In West-Afrika gaat het echter om m??r dan een extraatje: de fooi is voor mensen die werkzaam zijn in het toerisme een onmisbare aanvulling op een laag lokaal salaris. Deze mensen zijn in veel gevallen ongeschoold of laaggeschoold. Werk in de toeristensector is vaak seizoensgebonden, en salarissen worden alleen uitbetaald over de gewerkte periode. Bovendien is de kans groot dat er een hele familie moet leven van een inkomen uit toerisme. Een fooi komt dus meestal rechtstreeks in handen van mensen die het hard kunnen gebruiken en hun achterban profiteert mee.
Veel mensen bieden hun diensten aan om iets bij te verdienen vari?rend van koffers dragen, brood halen en de weg wijzen. Het personeel in hotels en restaurants is in belangrijke mate aangewezen op neveninkomsten. Wanneer de bediening niet is inbegrepen kun je uitgaan van tien procent fooi. Met taxichauffeurs maak je voor vertrek een prijsafspraak en een taxichauffeur hoef je na de rit normaalgesproken geen fooi te geven. Bovendien zal hij de obruni (blanke) toch al meer laten betalen dan landgenoten.

Mogelijk word je aangesproken door kinderen die vragen om pennen, ballonnen of geld. Ga hier niet op in, het werkt opdringerig gedrag in de hand. Door in te gaan op de vraag om kadootjes te geven help je zeker om het fenomeen in stand te houden, en dus ook om het idee in stand te houden dat toeristen niet met hetzelfde respect benaderd hoeven te worden als de lokale bevolking. Bovendien kunnen onderlinge verhoudingen verstoord worden: het kan ? buiten het gezichtsveld van de gever ? soms leiden tot ruzies en conflicten. Het kortdurende gevoel een kind blij te maken weegt niet op tegen de negatieve lange-termijn effecten. Als je kinderen echt wilt helpen kun je beter een erkende ontwikkelingsorganisatie of een lokaal ontwikkelingsproject steunen.

Fotografie

West-Afrika is een kleurrijk en fotogeniek gebied, fotograferen is echter moeilijk door het harde zonlicht. De beste tijd om foto?s te maken is vroeg in de ochtend of rond zonsondergang.
Wees terughoudend met het fotograferen van biddende mensen en stalletjes waar ze fetisjen verkopen, zoals allerhande onderdelen van dieren die worden gebruikt voor de magie, religie en geneeskunst. Als je mensen wilt fotograferen, doe het dan met respect. Mensen staan er immers niet op te wachten om slechts als foto-object te dienen. Neem dan ook de tijd om een foto te maken en toon belangstelling, bijvoorbeeld door iemand eerst te begroeten en een praatje te maken. Het werkt vaak ook ontwapenend als de digitale fotograaf laat zien wat er op het beeldschermpje te zien is. Vraag mensen altijd eerst om toestemming als je ze wilt fotograferen. Dat kan soms ook zonder woorden: door de camera omhoog te houden en met gebaren duidelijk te maken dat je een foto zou willen maken. Een positieve of een afwerende reactie is meestal eenvoudig herkend. Respecteer het als mensen liever niet gefotografeerd willen worden en blijf vriendelijk. Mensen kunnen hele goede redenen hebben om niet gefotografeerd te willen worden. Mensen kunnen zich afvragen wat er met hun afbeelding gebeurt. Soms spelen religieuze motieven een rol: men denkt dat er met een foto een stukje van de ziel wordt ontnomen. Anderen willen liever niet tijdens het werk, ongewassen of in vieze kleren op de foto. Sommige vrouwen houden er niet van om gefotografeerd te worden door vreemde mannen. Het kan ook gebeuren dat mensen alleen tegen betaling op de foto willen, zoals in de Dogonvallei. Respecteer deze voorwaarde en ga in een dergelijk geval niet van een afstand stiekem fotograferen. Dit is onfatsoenlijk en kan aanleiding geven tot agressieve reacties.

Het is ten strengste verboden om foto?s te maken van: bruggen en dammen, radiostations, vliegvelden, vliegtuigen, politiebureaus, kazernes, ministeries, postkantoren, bus-, trein- en taxistations, voertuigen en personen van het leger en de politie.
Neem vooral voldoende reservebatterijen mee op reis. Niet alle soorten batterijen voor camera's zijn verkrijgbaar en elektriciteit is niet overal aanwezig.

Geldzaken

De munteenheid in Mali en Burkina Faso is de West-Afrikaanse franc (CFA = Communauté Financière Africaine) die weer onderverdeeld is in 100 cent. Er zijn biljetten van 10.000, 5000, 2000, 1000 CFA en munten van 500, 250, 200, 100, 50, 25, 10, 5 en 1 CFA. Voor een euro ontvang je 655 franc (september 2009).
De Ghanese munteenheid is de new cedi (GHS).  Je krijgt voor een euro 2,1 new cedis (september 2009).
Kijk voor de actuele wisselkoersen op: www.oanda.com/convert/cheatsheet 

Pinautomaten zijn er amper in Ghana, Mali en Burkina Faso. Je kunt het beste contante euro's meenemen (biljetten). Deze kun je wisselen bij geldwisselkanoortjes, banken en in luxe hotels. Let er op dat je nieuwe, onbeschadigde biljetten meeneemt; anders worden ze niet geaccepteerd. Het verzilveren van travellercheques is een moeizame en een zeer tijdrovende zaak. In plaatsen als Timboektoe kun je er rustig een paar uur voor uit trekken. Er wordt naar een aankoopbewijs gevraagd en de commissie is soms hoog. Creditcards worden heel beperkt geaccepteerd. Alleen in sommige grote hotels kun je er soms mee terecht (met een Visa Card, niet met American Express). Contant geld opnemen met creditcards gaat erg moeizaam. Banken zijn geopend van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur. In Burkina Faso zijn de banken soms ook in de middag geopend.  

Gezondheidsvoorschriften

Voor Mali, Burkina Faso en Ghana worden vaccinaties beslist aangeraden. Voor de actuele stand van zaken verwijzen we naar www.lcr.nl, de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) dat de richtlijnen uitgeeft voor vaccinaties en preventie van malaria. Je kunt ook bellen met de Landelijke Vaccinatielijn voor Reizigers (0900-9584), circa € 0,45 per minuut. Reizigers uit België vinden vergelijkbare informatie op www.itg.be, de website van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
Voor een advies op maat word je aangeraden vier tot zes weken voor vertrek contact op te nemen met je huisarts, de Reisdokter (www.dereisdokter.nl), een vaccinatieafdeling van de GGD (www.ggd.nl), het Tropencentrum AMC in Amsterdam (www.tropencentrum.nl) of Travel Clinic Havenziekenhuis in Rotterdam (www.travelclinic.com). Laat bij een bezoek altijd de geplande reisroute zien.

Neem een kleine reisapotheek mee met daarin o.a. jodium, pleisters, sterilon en middelen tegen koorts, diarree, verstopping, insectenbeten, zonnebrand en eventueel een middel tegen reisziekte. Denk ook aan een tekentang, thermometer (onbreekbaar), ORS (Oral Rehydration Salts, tegen uitdroging) en vitaminetabletten. Voor de hygiëne op reis o.a. een flesje desinfecteergel (daarmee kun je zonder water en zeep je handen wassen), ontsmettingsdoekjes en condooms. Als je naar een malariagebied gaat, denk dan aan anti-malaria tabletten en een geïmpregneerd muskietennet. Bovenstaande lijst is niet volledig, raadpleeg voor meer informatie over gezondheidsrisico's en de te nemen voorzorgsmaatregelen voor en tijdens de reis de website van Tropenzorg (www.tropenzorg.nl) of ga langs bij je huisarts, apotheek of vaccinerende instelling.

Zorg dat je tijdens de reis het vaccinatieboekje en bloedgroepgegevens bij je hebt. Handig om mee te nemen is het Europees medisch paspoort, een document waarmee je in urgente situaties veel problemen kan voorkomen. Het paspoort is opgesteld in elf talen, waardoor de hulpverlener (in het buitenland) eenvoudig de gegevens van de patiënt, zijn of haar ziekten, aandoeningen en medicijngebruik kan opzoeken. Ook is vermeld wie de behandelende arts is en wie er in dringende gevallen gewaarschuwd kan worden. Het medisch paspoort is onder andere verkrijgbaar bij huisarts, de Reisdokter, apotheek en GGD.

Bij aankomst is het zaak de tijd te nemen om te acclimatiseren. Probeer na aankomst het lokale levensritme over te nemen. Uiteraard voorzover het reisschema dat toelaat. Sta vroeg op, neem tussen de middag een paar uur rust en ga bijtijds naar bed. De straling van de zon in de (sub)tropen is bijzonder sterk. Wees dus voorzichtig met zonnen en zet bij uitstapjes in de volle zon iets op je hoofd. Omdat je in de droge hitte ongemerkt veel vocht verliest, moet je steeds veel blijven drinken en wat extra zout op je eten strooien. Warme dranken zijn over het algemeen beter dan ijskoude. Je maag en darmen worden dan minder belast. Het water uit de kraan kun je beter niet drinken. Flessen gezuiverd drinkwater zijn bijna overal te koop. Mocht je diarree krijgen, let er dan vooral op dat je het extra vochtverlies compenseert: veel (slappe) thee, mineraalwater of eventueel cola zonder prik. Het zouttekort kun je opheffen met ORS (Oral Rehydration Salts) of bouillon. Het heeft geen zin bij buikloop te vasten. Door niet te eten geef je je maag en darmen wel rust, maar verzwakt je lichaam nog meer.

Lees voor meer informatie het boekje ‘Hoe blijf ik gezond in de Tropen’ (uitgave KIT) of kijk op internet, zie onder andere: www.gezondopreis.nl.

Invoerbepalingen

In Mali, Burkina Faso en Ghana mag je per persoon 200 sigaretten, 25 sigaren of 200 gram tabak en 1 liter alcohol belastingvrij invoeren.
In de meeste landen is uitvoer van antiek verboden. 

Tevens geldt er een uitvoerverbod voor souvenirs die gemaakt zijn van beschermde dier- of plantensoorten. Tot deze soorten behoren onder meer koralen, grote schelpen, (zee)schildpadden, slangen, krokodillen, hagedissen, papegaaien, vlinders, orchideeën en dergelijke. Toch worden er volop producten aangeboden waarin (delen) van deze bedreigde soorten zijn verwerkt: tassen, riemen, schoenen, sieraden e.d. Let er bij de aankoop van dit soort souvenirs op dat het een geldig CITES-certificaat heeft. Nederland en België zijn aangesloten bij de Washington Conventie (Verdrag over de Internationale Handel in Bedreigde Soorten, afgekort als CITES) en treden streng op tegen overtredingen. Meer informatie over de belangrijkste beschermde soorten met een opsomming van de bekendste ‘foute’ souvenirs vind je op www.wnf.nl/souvenirs of http://www.minlnv.nl/cites.

Tijdsverschil

In Mali, Burkina Faso en Ghana is het in de zomer twee uur vroeger dan in de Benelux. In de winter is dat een uur.

Veiligheid

Mali, Burkina Faso en Ghana zijn voor Afrikaanse begrippen relatief veilige landen. Toch met je altijd goed op je spullen letten. Vooral in grote steden als Bamako, Ouagadougou en Accra en op drukke markten zoals in Djenné, Mopti en Kumasi dien je alert te zijn. Ondanks dat in deze landen stelen tot een van de zwaarste misdrijven behoort, lopen hier steeds meer zakkenrollers rond. Het is verstandig in het donker niet over straat te lopen, neem een taxi als je ’s avonds nog weg wilt. In en rond de steden Tamale in het noorden en Yendi in het noordoosten van Ghana was tot voor kort een avondklok. De avondklok is opgegeven, maar er komen wel eens incidenten voor.
Geld en belangrijke papieren kun je beter op je lichaam dragen, bijvoorbeeld in zakjes aan de binnenkant van je kleding of in een geldbuidel. Verdeel geld en documenten over verschillende plaatsen en meer personen. Stop een klein geldbedrag in je portemonnee zodat je niet al je geld kwijt bent als je zakken gerold worden. Laat geen geld of kostbare zaken slingeren in de hotelkamer. Draag foto- en filmapparatuur in een tas of rugzak, en loop niet te koop met sieraden. Maak kopieën van belangrijke reisdocumenten zoals het paspoort, visa, vliegtickets en verzekeringspapieren. Je kunt deze gegevens ook scannen en naar je eigen mailadres sturen zodat je er in elk willekeurig internetcafé over kunt beschikken. 

Voor actuele informatie over de veiligheid in Mali, Burkina Faso en Ghana kun je terecht op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken:  www.minbuza.nl onder ‘reizen en landen’. Ook op de website van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken www.diplomatie.be vind je nuttige reisadviezen.

Winkelen en openingstijden

In Mali zijn winkels en kantoren over het algemeen geopend van maandag tot en met zaterdag van 8.00 tot 12.00 en van 15.00 tot 18.00 uur. Veel winkels en kantoren zijn vrijdag- en zaterdagmiddag gesloten.
In Burkina Faso zijn de openingstijden van kantoren van maandag tot en met vrijdag van 7.30 tot 12.00 uur en van 15.00 tot 17.30 uur.
In Ghana zijn de kantoren van de overheid op werkdagen geopend van 8.00 tot 17.00 uur. Veel winkels en markten blijven ’s avonds langer open.

Mali Mali

Omschrijving

Mali heeft een oppervlakte van 1.240.190 km² (30 maal Nederland, 40 maal België). Het land telt ongeveer 12 miljoen inwoners waarvan de meesten langs de oevers van de Niger en in het vochtige zuiden leven. In het noorden is het platteland vrijwel onbewoond. Slecht een kwart van de bevolking woont in de stad. De jaarlijkse bevolkingsgroei is hoog 2,7 procent; bijna de helft van de bevolking is jonger dan 15. Ongeveer 45 procent van de totale bevolking kan lezen en schrijven (40 procent vrouwen en 50 procent mannen). Van de kinderen in de schoolgaande leeftijd volgt slecht 30 procent van de jongens en 20 procent van de meisjes onderwijs. Hoger onderwijs is er alleen in Bamako, universiteiten zijn er niet. Ongeveer 85 procent van de bevolking is voor haar bestaan direct afhankelijk van de landbouw. Naast voedselproductie voor voornamelijk binnenlandse consumptie, richt de landbouwsector zich op de exportproducten mijnbouw (goud), katoen en vlees.
In Mali woont een grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen waarvan de meeste hun eigen identiteit hebben weten te behouden. Opvallend is dat de verschillende groepen in betrekkelijke harmonie met elkaar leven.
In het noorden leven de Toeareg (500.000 in Mali) die in de winter een nomadisch bestaan leiden in de woestijn. In de zomer is daar nauwelijks voedsel voor het vee en trekken ze naar de randen van de Sahara, in Mali naar de noordoevers van de Niger. De Toeareg hebben een blanke, Noord-Afrikaanse oorsprong, maar door gemengde huwelijken met zwarte Afrikanen is de huidskleur van de Toeareg die in de zuidelijke Sahara en de Sahel wonen in de loop der eeuwen steeds donkerder geworden. De taal die ze spreken is Tamashek, een berbertaal met een grote Arabische invloed. De Toeareg zijn van oudsher veehouders, voornamelijk geiten en kamelen. Het dieet van de Toeareg is volledig aangepast aan het leven met vee in de woestijn. Op het menu staat alleen vlees en melk. De Toeareg zijn islamitisch, maar hebben een paar afwijkende kenmerken. Hun vrouwen nemen een belangrijke plaats in de maatschappij in en genieten een grotere vrijheid dan bij de Arabieren. Bij de Touareg zijn juist de mannen gesluierd en de vrouwen niet. De mannen dragen over het algemeen indigoblauwe gewaden, maar de kleuren wit en groen komen ook voor.
De zuidwestelijke en centrale gebieden worden bewoond door Bambara, Bozo en Peul. De Bambara (3 miljoen) vormen de grootste bevolkingsgroep van Mali. Het zijn van oorsprong akkerbouwers die zich vooral tot het telen van gierst beperken. Ze wonen vooral in de omgeving van Bamako en Ségou. De Bozo (150.000) zijn vissers en botenbouwers. Ze wonen voor het grootste deel in kleine dorpen op de oevers van de Niger en de Bani tussen Bamako en Timboektoe. De Bozo zijn niet op basis van hun kleding of sieraden te herkennen. De dorpen zijn doorgaans langgerekt en liggen vaak op dijken. Wanneer de huizen door het wassende water onderlopen, trekken de bewoners naar hogere grond. De moskee is niet altijd afgebouwd, vooral in dorpen waar de ze korter dan een jaar zullen wonen. Nijlpaarden in de Niger vind je vooral in gebieden waar de Bozo wonen omdat ze voor hen heilige dieren zijn en ze er dus niet op jagen. De Peul (1 miljoen) ook wel Fulani of Fula genoemd, leven vooral in en rondom de Nigerdelta en de gebieden ten oosten en westen. Plaatsen waar je de Peul kunt vinden zijn Djenné en Mopti. Peul zijn veehouders en kijken neer op alles wat met akkerbouw of visserij te maken heeft. Ze zullen zich nooit aan zulke agrarische activiteiten ‘bezondigen’. Alle granen, groenten en vis halen ze op de markt. De mannen dragen karakteristieke punthoeden van riet en leer, die eerder Chinees dan Afrikaans aandoen. De vrouwen zijn herkenbaar aan de zwarte rand om de mond en de opvallende sieraden. Ze dragen grote amber kralen in hun haar en op het voorhoofd. Kleine goud ringen door de oren, neus en soms hele serie in een haarstreng over het voorhoofd.
De Dogon (500.000 mensen) zijn wellicht het bekendste volk van Mali. Ze leven langs een steile 200 kilmeter lange kloofwand in het zuidoosten van Mali, de Falaise de Bandiagara. De Dogon leven van akkerbouw. Op de vlakte onder aan de falaise verbouwen ze gierst en sorghum, op het plateau boven de falaise telen ze groenten, vooral tomaten en uien. De Dogon kijken neer op veeteelt en zijn daarmee de tegenpool van de Peul. Toch is er wel vee in de Dogonvallei. Geiten, kippen en soms een kudde koeien. Deze koeien zijn eigendom van de Dogon, maar ze huren Peul in om het vee te verzorgen. Door de geïsoleerde ligging van hun dorpen hebben zij hun oorspronkelijke gebruiken en rituelen in stand kunnen houden en hun gecompliceerde natuurgodsdienst die ver af staat van christelijke en islamitische samenleving, vrijwel volledig behouden.

Achtergrondinformatie

Bevolking

Mali heeft een oppervlakte van 1.240.190 km² (30 maal Nederland, 40 maal België). Het land telt ongeveer 12 miljoen inwoners waarvan de meesten langs de oevers van de Niger en in het vochtige zuiden leven. In het noorden is het platteland vrijwel onbewoond. Slecht een kwart van de bevolking woont in de stad. De jaarlijkse bevolkingsgroei is hoog 2,7 procent; bijna de helft van de bevolking is jonger dan 15. Ongeveer 45 procent van de totale bevolking kan lezen en schrijven (40 procent vrouwen en 50 procent mannen). Van de kinderen in de schoolgaande leeftijd volgt slecht 30 procent van de jongens en 20 procent van de meisjes onderwijs. Hoger onderwijs is er alleen in Bamako, universiteiten zijn er niet. Ongeveer 85 procent van de bevolking is voor haar bestaan direct afhankelijk van de landbouw. Naast voedselproductie voor voornamelijk binnenlandse consumptie, richt de landbouwsector zich op de exportproducten mijnbouw (goud), katoen en vlees.
In Mali woont een grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen waarvan de meeste hun eigen identiteit hebben weten te behouden. Opvallend is dat de verschillende groepen in betrekkelijke harmonie met elkaar leven.
In het noorden leven de Toeareg (500.000 in Mali) die in de winter een nomadisch bestaan leiden in de woestijn. In de zomer is daar nauwelijks voedsel voor het vee en trekken ze naar de randen van de Sahara, in Mali naar de noordoevers van de Niger. De Toeareg hebben een blanke, Noord-Afrikaanse oorsprong, maar door gemengde huwelijken met zwarte Afrikanen is de huidskleur van de Toeareg die in de zuidelijke Sahara en de Sahel wonen in de loop der eeuwen steeds donkerder geworden. De taal die ze spreken is Tamashek, een berbertaal met een grote Arabische invloed. De Toeareg zijn van oudsher veehouders, voornamelijk geiten en kamelen. Het dieet van de Toeareg is volledig aangepast aan het leven met vee in de woestijn. Op het menu staat alleen vlees en melk. De Toeareg zijn islamitisch, maar hebben een paar afwijkende kenmerken. Hun vrouwen nemen een belangrijke plaats in de maatschappij in en genieten een grotere vrijheid dan bij de Arabieren. Bij de Touareg zijn juist de mannen gesluierd en de vrouwen niet. De mannen dragen over het algemeen indigoblauwe gewaden, maar de kleuren wit en groen komen ook voor.
De zuidwestelijke en centrale gebieden worden bewoond door Bambara, Bozo en Peul. De Bambara (3 miljoen) vormen de grootste bevolkingsgroep van Mali. Het zijn van oorsprong akkerbouwers die zich vooral tot het telen van gierst beperken. Ze wonen vooral in de omgeving van Bamako en Ségou. De Bozo (150.000) zijn vissers en botenbouwers. Ze wonen voor het grootste deel in kleine dorpen op de oevers van de Niger en de Bani tussen Bamako en Timboektoe. De Bozo zijn niet op basis van hun kleding of sieraden te herkennen. De dorpen zijn doorgaans langgerekt en liggen vaak op dijken. Wanneer de huizen door het wassende water onderlopen, trekken de bewoners naar hogere grond. De moskee is niet altijd afgebouwd, vooral in dorpen waar de ze korter dan een jaar zullen wonen. Nijlpaarden in de Niger vind je vooral in gebieden waar de Bozo wonen omdat ze voor hen heilige dieren zijn en ze er dus niet op jagen. De Peul (1 miljoen) ook wel Fulani of Fula genoemd, leven vooral in en rondom de Nigerdelta en de gebieden ten oosten en westen. Plaatsen waar je de Peul kunt vinden zijn Djenné en Mopti. Peul zijn veehouders en kijken neer op alles wat met akkerbouw of visserij te maken heeft. Ze zullen zich nooit aan zulke agrarische activiteiten ‘bezondigen’. Alle granen, groenten en vis halen ze op de markt. De mannen dragen karakteristieke punthoeden van riet en leer, die eerder Chinees dan Afrikaans aandoen. De vrouwen zijn herkenbaar aan de zwarte rand om de mond en de opvallende sieraden. Ze dragen grote amber kralen in hun haar en op het voorhoofd. Kleine goud ringen door de oren, neus en soms hele serie in een haarstreng over het voorhoofd.
De Dogon (500.000 mensen) zijn wellicht het bekendste volk van Mali. Ze leven langs een steile 200 kilmeter lange kloofwand in het zuidoosten van Mali, de Falaise de Bandiagara. De Dogon leven van akkerbouw. Op de vlakte onder aan de falaise verbouwen ze gierst en sorghum, op het plateau boven de falaise telen ze groenten, vooral tomaten en uien. De Dogon kijken neer op veeteelt en zijn daarmee de tegenpool van de Peul. Toch is er wel vee in de Dogonvallei. Geiten, kippen en soms een kudde koeien. Deze koeien zijn eigendom van de Dogon, maar ze huren Peul in om het vee te verzorgen. Door de geïsoleerde ligging van hun dorpen hebben zij hun oorspronkelijke gebruiken en rituelen in stand kunnen houden en hun gecompliceerde natuurgodsdienst die ver af staat van christelijke en islamitische samenleving, vrijwel volledig behouden.

Communicatie

Post vanuit Mali is na een dag of tien in de Benelux, andersom kan het een maand of langer duren.

In Mali kun je internationaal bellen vanuit telefooncellen die werken met telefoonkaarten. Naast deze telefooncellen zit iemand die telefoonkaarten verkoopt. Mobiel bellen is in Mali in opmars maar nog erg beperkt mogelijk. Informeer voor vertrek bij je eigen provider naar de mogelijkheden en kosten. Mali heeft geen netnummers. Het internationale toegangsnummer voor Mali is 00223; voor Nederland 0031 en voor België 0032. 

Internetcafés zijn er in Mali in de grote steden en provinciesteden.

Eten en drinken

In Mali begint de dag met koffie, thee, stokbrood, boter en jam. Een overblijfsel uit Franse kolonisatie. Lunch en diner bestaan voornamelijk uit vlees of vis met frietjes, sperziebonen of erwten. Salade, spaghetti en rijst met tomaten- of pindasaus staan ook op het menu. Typisch Malinees voedsel is ‘to’, gierstepap die met tomaten- of pindasaus wordt gegeten. In de noordelijke provincies staat vooral couscous op de menukaart. Vegetariërs kent men niet. Meestal laat men het vlees weg of biedt men als alternatief een ei aan. Goedkope en lekkere eetgelegenheden bevinden zich op straat met wat banken eromheen. Je kunt allerlei goedkope gerechten kopen variërend van gefrituurde yamchips, oliebolletjes en bijvoorbeeld poffertjes gemaakt van gierst. Uiteraard mag de gegrilde vis (vooral nijlbaars) niet ontbreken. Als dessert serveert men meestal fruit zoals watermeloen en mango. In Mali kun je beter geen water uit de kraan drinken, overal zijn flessen drinkwater, bier en frisdrank te koop.
In Bamako en de toeristenplaatsen zijn naast de Afrikaanse restaurants ook restaurants met een Europese of Aziatische keuken.

Feestdagen

Mali kent tal van religieuze (christelijk en islamitisch) en nationale feestdagen. Belangrijke nationale en christelijke feestdagen zijn: Nieuwjaar (1 januari); Fête de l’Armée (20 januari); Pasen; Dag van de Arbeid (1 mei); Jour d’Afrique (25 mei); Onafhankelijkheidsdag (22 september); Kerstmis (25 december).

Daarnaast zijn er de islamitische feestdagen die meestal enkele dagen duren. Omdat de islamitische kalender is gebaseerd op het maanjaar, schuiven de feestdagen volgens onze telling ieder jaar tien a elf dagen naar voren. De grootste islamitische feesten zijn de ramadan (aanvang 11 augustus 2010), het suikerfeest (10 september 2010) en het offerfeest (17 november 2010). Op deze dagen is vrijwel alles gesloten.
De ramadan is het belangrijkste islamitische feest. Het feest duurt de hele negende maand van het islamitische jaar en is de vastenmaand. Tijdens deze periode eten, drinken en roken moslims niet tussen zonsopgang en zonsondergang. Vasten is een van de belangrijkste plichten van een moslim. Het driedaagse suikerfeest, Eid al-Fitr, luidt het einde van de ramadan in. Het huis wordt nog een keer gepoetst en de mensen kleden zich zo mooi mogelijk. Iedereen gaat bij elkaar op bezoek om elkaar te feliciteren met een goed volbrachte vastenperiode. Ook de armen krijgen iets extra’s. Met het suikerfeest begint het bedevaartsseizoen naar Mekka.
Het offerfeest, Eid al-Adha, begint op de tiende dag van de laatste maand van het jaar. Ter herdenking van Abraham worden op die dag overal schapen geslacht. Abraham was immers bereid zijn zoon aan God te offeren, maar die verving de jongen op het laatste moment door een schaap.

Bijna elke stad of dorp heeft een jaarlijks festival, een traditionele viering, vaak van een aantal dagen, waarbij allerlei rituelen tot leven komen. Mocht je de kans krijgen zo’n festival bij te wonen, dan moet je dat zeker doen. Helaas is het moeilijk van te voren aan te geven welk festival wanneer plaats vindt. De planning gaat via de traditionele Afrikaanse tijdsrekening die afwijkt van de westerse zonnekalender.

Festival au Desert bij Timboektoe
Het Festival au Desert is een ultieme kans voor een intense kennismaking met de Toeareg, het indrukwekkende nomadenvolk van Mali. Er zijn kamelenraces, mensen in hun prachtigste outfits en uiteraard: muziek! Habib Koite, Salif Keita en Aramata Diakité zijn maar enkele van de fameuze West-Afrikaanse artiesten die in Essakane bij de legendarische stad Timboektoe regelmatig te bewonderen zijn. Een impressie van onze locale agente Simone Kamminga.

We zijn net aangekomen in Essakane, het is een prachtige dag vandaag. Het stof is opgetrokken en de lucht steekt helder blauw af tegen de spierwitte duinen van Essakane. Ik geloof niet dat ik ooit zand heb gezien dat zo wit is. Een prachtige setting voor het festival dat zich hier de komende drie dagen zal afspelen. We zijn een beetje vroeg en de opbouw van het terrein is nog in volle gang. Wat een organisatie zo’n groot festival midden in de woestijn.

Het is even zoeken naar degene die ons onze tenten moet toewijzen, onze gids houdt zich daar mee bezig. Ik loop wat rond en heb de kans om de kamelen die overal staan te herkauwen eens wat beter te bestuderen. Dan komt Oumar op me af. “Ik ben Oumar,” zegt hij. “Dat is mijn kameel. De beste die er is. Vorig jaar heeft hij de prijs gewonnen voor de mooiste kameel van het festival.” Wauw, ik heb er oog voor, ben gelijk op de prijswinnaar afgestapt. Oumar is een echte Toeareg en hij is in vol ornaat. Gehuld in witte en indigo gewaden en een indrukwekkende tulband, dat heet hier een cheche.

“Heb je al eens op een kameel gezeten?” vraagt Oumar. “Eh, nou, niet op zo’n mooie.” “Proberen?” Tien minuten later zit ik op de rug van de mooiste kameel van Timboektoe en omgeving. “Hoe heet deze kameel?” Oumar noemt een naam die ik al weer ben vergeten. Het betekent zoiets als Witte Kameel, maar zo heten alle witte kamelen. Ik doop hem Roi (koning). We maken een tochtje. Ik geniet! Er is geen ander landschap waar ik zo van houd als van de woestijn; de weidsheid, de verlatenheid.

Bij terugkomst wijst Oumar me een andere, veel kleinere kameel aan. “Dat is de winnaar van de kamelenrace van vorig jaar. De snelste kameel van Timboektoe en omgeving. Proberen?” “Uuh…..” Ik zie er maar vanaf, maar prent me de kameel goed in mijn geheugen. Hij heet vast Rode Kameel, kijken of hij morgen weer wint.

Terug op het festivalterrein hoor ik muziek. Het komt uit een grote nomadentent. Ik gluur naar binnen en wordt door een jongetje bij de hand gepakt en naar binnen getrokken. Vrouwen zitten in een groepje te zingen en muziek te maken. Ze spelen de Tindé, een trom die alleen door vrouwen wordt bespeeld. Het bestaat uit een kleine uitgeholde vijzel waarin ook het gierst wordt gestampt met daaroverheen een nat geitenvel. Tijdens het spelen moet het vel nat gehouden worden. De vrouwen sprenkelen er voortdurend water op uit een kalebas. Het is een bijzondere ervaring, de prachtig uitgedoste vrouwen, het opspattende water en de opzwepende muziek. ‘s Avonds blijken deze vrouwen ook op het podium te spelen, prachtig, maar ik koester de bijzondere, intieme sfeer van de muziek in de tent.

In de loop van de dag loopt het terrein vol. Heel veel toeristen natuurlijk, en buitenstaanders uit de Malinese steden, hoogwaardigheidbekleders die met veel tamtam arriveren, maar ook veel lokale bezoekers; niemand wil het festival missen. Wanneer het programma op het podium dan eindelijk begint, moeten we eerst een half uur luisteren naar speeches, reeksen belangrijke mannen (en welgeteld één vrouw) die met naam en toenaam genoemd worden; ik hoop dat ze niemand zijn vergeten te noemen, dat zou heel erg zijn. Dan, eindelijk de muziek!

Er zijn deze, en de twee volgende, avonden veel Malinese groepen en wat buitenlandse. Ik vind de Malinese muziek indrukwekkend. Ze hebben die Europese groepen echt niet nodig op dit festival. De muziek is gevarieerd en van heel hoog niveau. Een aantal van de groepen kende ik al wel, Habib Koite komt natuurlijk regelmatig naar Nederland. Hij speelt hier met de Desert Blues, een combinatie van groepen en stijlen uit alle uithoeken van Mali. Salif Keita is één van mijn favorieten, zijn muziek is bijzonder aanstekelijk en dansbaar, maar het leukste vind ik toch de lokale sterren. Aramata Diakité is een grote ster, maar niet in het buitenland. Ze komt uit het Wassoulougebied in het zuiden van Mali en zingt in de typische stijl uit dat gebied. Je ziet het verschil in reactie van het publiek. Salif Keita is ‘leuk’, maar bij Aramata gaan ze uit hun dak. Dit is een onderbuikgevoel, eeuwenoude geschiedenis, trots.

Ik slaap prima in de traditionele nomadentent die ons uiteindelijk is toegewezen. De volgende dag is er een belangrijk hoogtepunt. De sfeer wordt steeds opgewondener, mensen verzamelen zich op een bepaald punt. Ze staan in rijen langs een soort parcours en staren in de verte, langzaam doemt er een stofwolk op. De eerste kameel van de kamelenrace arriveert onder groot applaus. Ik kijk of ik hem herken, de snelste van vorig jaar. Is het Rode Kameel…, hij is wel rossig…? Geen idee, ik herken ‘m met geen mogelijkheid.

De laatste dag is de prijsuitreiking. Een heel spektakel, een serieuze aangelegenheid, iedereen in vol ornaat, muziek. De winnaars winnen een behoorlijk prijsbedrag, bovendien kan de waarde van een winnende kameel wel verdubbelen. Het was uiteindelijk niet Rode Kameel die had gewonnen en, helaas ook Roi niet, Gele Kameel kwam deze keer als eerste over de streep.

Op de reis met vertrekdatum 25 december 2009 kun het Festival au Desert bezoeken. Tijdens dit festival kom je in de gelegenheid kennis te maken met de indrukwekkende Toeareg. Het kan zijn dat de reis een aanpassing nodig heeft om het festival bij te kunnen wonen. Houd voor de definitieve reisroute het Laatste Nieuws van deze reis in de gaten.

Dogon Festival
Jaarlijks wordt eind december in de Dogonvallei het “Dogon Festival” gevierd in het Malinese Bandiagara. Er worden spectaculaire maskerdansen uitgevoerd, ieder jaar presenteert een ander dorp zich met prachtige, handgemaakte maskers. Deze maskers stellen mythologische en mensenfiguren voor, maar vooral ook dieren zoals een haas, giraffe of antilope. De maskers worden niet op het hoofd vastgebonden, maar ze worden met een houten steeltje door de dansers tussen de tanden geklemd; een goed gebit is dus wel nodig.

Oorspronkelijk werden de maskers getoond aan een vrouw met de naam Satimbé, die bekend is geworden als "Zuster van Maskers." Zij had een ontmoeting met de geesten van de rimboe en bracht de maskers mee naar het dorp. De vrouwen gebruikten de maskers lange tijd om de mannen bang te maken, maar ze werden door de mannen afgepakt en die hebben nu het beheer over deze maskers. De vrouwen zijn volledig buitenspel gezet; ze mogen niet aan een maskerdans deelnemen.

De maskerdansen en hun rituele gebruiken worden uitgevoerd om de voorouders te eren, om hun hulp in te roepen, om een goede oogst te vragen…

Naast deze spectaculaire maskerdansen zijn er ook optredens van andere traditionele en eigentijdse muziek- en dansgroepen. Er zijn zoveel mogelijk van de vele Malinese bevolkingsgroepen vertegenwoordigd.

Al met al is het een leuk, kleinschalig en gemoedelijk festival.

Gewoonten en gebruiken

Het eerste dat je opvalt als je in Mali rondloopt, is de kleurrijke kleding van zowel vrouwen als mannen. Opvallend in Mali zijn de aardkleurige modderdoeken, bogolan. Deze stoffen zijn er met zowel abstracte als figuratieve motieven. Het maken van een bogolan is een ingewikkeld proces, waarbij klei, boomschors en bladeren worden gebruikt. De Malinezen gebruiken bogolans als kleding maar ook als wanddecoratie.
Houd er bij de keuze van je kleding rekening mee dat Mali een overwegend islamitisch land is. In Mali dragen mannen vrijwel nooit een korte broek, dat vinden ze kinderachtig. Ook al is men arm, men zal er alles aan doen om goed gekleed door het leven te gaan. Ze begrijpen dan ook niet dat Europeanen met al hun welvaart er soms zo slecht verzorgd uitzien. Je toont respect voor de bevolking als je fatsoenlijke en schone kleding draagt, dat wil zeggen kleding die de schouders en knieën bedekt en niet al te strak zit.

Begroetingen in Mali zijn hartelijk en uitgebreid. Eigenlijk is het een vraag- en antwoordspel. Standaard vragen zijn: hoe gaat het, hoe heb je geslapen, hoe is het met je gezondheid. Als de ene partij klaar is met vragen, begint de ander. Wanneer je iemand in een lokale taal begroet, kun je het beste met ‘mba’ antwoorden, Bambara voor ja. Bij de groet hoort men een hand te geven. Dit is een slappe hand en niet een stevige westerse handdruk. 

Mocht je uitgenodigd worden om een kop thee te komen drinken dan dien je het hele ritueel uit te zitten, dat wil zeggen: je moet drie koppen thee. Na het eerste of tweede glas weglopen zou zeer onbeleefd zijn. Dit geldt vooral bij de Toeareg.
Word je uitgenodigd om mee te eten, dan kan het voorkomen dat je met z'n allen uit een grote pan eet. Vooraf spoel je eerst je handen met water dat je krijgt aangereikt en dan eet je, met je rechterhand, van het stuk eten aan jouw kant van de pan. De linkerhand wordt als onrein beschouwd omdat je met deze hand je billen afveegt. 

Bij de Dogon gelden speciale regels. Je mag bijvoorbeeld nooit zonder lokale gids erop uittrekken. In en tussen de dorpen bevinden zich tal van heilige, verboden en geheime plaatsen. Betreed je zo’n plaats, dan kan dit problemen veroorzaken.

Klimaat

Mali kent drie seizoenen: de regentijd, de Afrikaanse winter en de warme tijd. Het regenseizoen loopt van juni tot en met september, in die periode valt er meer neerslag dan in Nederland, echter in een korter tijdsbestek. De luchtvochtigheid loopt op tot honderd procent. Ten noorden van de lijn Mopti-Timboektoe-Gao valt weinig neerslag, terwijl de regens in het zuiden en de Sahel regio bijzonder hevig kunnen zijn. De gemiddelde temperatuur ligt tussen de 30º C en 40º C.
De Afrikaanse winter is van oktober tot en met februari. De temperaturen liggen dan iets lager dan in de regentijd, vooral in het noorden waar het ’s nachts kan afkoelen tot rond het vriespunt.
De warme tijd is van maart tot en met mei, de temperatuur kan oplopen tot boven de 45º C. Van december tot en met maart kan een bloedhete woestijnwind, de harmattan, vanuit het noordoosten waaien. Deze wind kan vooral vanwege de stofstormen het openbare leven langer lamleggen.

Klimaattabel:
De vier cijfers die telkens worden genoemd zijn van links naar rechts: de gemiddelde temperatuur in graden Celsius, aantal zonuren per dag, aantal dagen per maand met minimaal 1 mm-neerslag per dag en- de gemiddelde temperatuur van het zeewater (indien van toepassing).

BAMAKO

Maand

T gem

Zon

Neerslag

T w

Januari

 25

 9

 0

    -

Februari

 29

 9

 0

    -

Maart

 31

 8

 1

    -

April

 32

 8

 2

    -

Mei

 31

 8

 7

    -

Juni

 28

 8

 11

    -

Juli

 27

 7

 13

    -

Augustus

 26

 6

 16

    -

September

 27

 7

 13

    -

Oktober

 28

 8

 5

    -

November

 27

 9

 0

    -

December

 27

 9

 0

    -

Landschap

De noordelijke helft van Mali ligt in de Sahara en is vrijwel onbewoonbaar. Door langdurige droogten, erosie en wind breidt de woestijn zich verder naar het zuiden uit. Veel flora en fauna gaat hierdoor verloren. Richting zuiden gaat de Sahara over in de Sahel, een gebied dat zich kenmerkt door steppe- en savannebegroeiing in de natte periode en half woestijn in de droge periode. In het uiterste zuiden wordt het landschap bepaald door de grote rivieren, de Senegal en de Niger. De Niger vormt een reusachtige binnendelta, die het grootste zoetwaterreservoir van geheel West-Afrika bevat. Vanwege de extreem lange droge seizoen is er in Mali geen grote verscheidenheid aan wild.

Religie

In Mali is sprake van een verscheidenheid aan religies. Naast de islam hangt de bevolking traditionele godsdiensten aan. Volgens de statistieken is in Mali 90 procent van de bevolking moslim, 9 procent hangt een traditionele religie aan en 1 procent is christen.

Veel van de traditionele religies hebben ondanks alle verschillen een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Ze geloven in één God, terwijl zij hun voorvaderen beschouwen als bemiddelaars voor God en als beschermers van de levenden. De gave van voorspellen, om onheil te bestrijden en genezing te vorderen. Het belang van bloedoffer, dat zorgt voor de verbintenis tussen mens en bovennatuur. En de overgangsrituelen, die mijlpalen en bijzondere gebeurtenissen markeren: zwangerschap en geboorte, het bereiken van volwassenheid, huwelijk en dood.
De West-Afrikaanse islamitische bevolking is over het algemeen minder streng in de leer dan de Noord-Afrikaanse. Gesluierde vrouwen zie je nauwelijks en het drinken van alcohol is wijd verbreid. De zuiverste vorm van islam zie je bij de woestijnvolken de Touareg en de Moren. Bij alle islamitische volken nemen de maraboets een belangrijke plaats in. Maraboets zijn heilige mannen die als een soort intermediair optreden tussen het volk en Allah. In Mali staan maraboets tijdens het leven in groot aanzien, dit in tegenstelling tot Noord-Afrikaanse landen waar dat pas na hun dood het geval is. Malinese moeraboets houden zich bezig met het voorspellen van de toekomst, het uitspreken van vloeken en het uitvoeren van rituele genezing. De zwarte Malinezen in het zuiden hebben ook animistische trekken. Volgens animisten is alle materie ‘bezield’ en huizen er geesten in ieder mens, dier en voorwerp. Vele honderden geesten wonen in bossen, rivieren en heuvels. Het tevreden stellen van geesten is een integraal onderdeel geworden van het leven. Tatoeages en gezegende amuletten moeten geluk brengen of beschermen tegen kwade invloeden. Wie bezeten is door de duivel of een kwade geest, gaat naar een sjamaan, medicijnman of geestenbezweerder.

Taal

In Mali is Frans de officiële taal, daarnaast spreekt 80 procent van de bevolking Bambara. De meeste mensen ten westen van Mopti hebben Bambara als eerste of tweede taal. Deze taal heeft een relatief makkelijke grammatica, maar kent daarentegen duizenden uitdrukkingen en spreekwoorden. Songhaï wordt hoofdzakelijk in de noordelijke regio tussen Timboektoe en Gao gesproken. De Toeareg spreken Tamachek en soms ook Arabisch. De Dogon gebruiken meer dan veertig dialecten.

Woordenlijst Bambara

Hallo
I ni tjee

Hallo (antwoord)
M baa, i ni tjee (man)
M see, i ni tjee (vrouw)

Hoe gaat het met u?
I kaa kehneh (wah)?

Het gaat goed
Tohroh si tee

Tot ziens (als u zelf blijft)
Kan boe foo

Antwoord op 'tot ziens'
Oe naa mehn

Dank u
I ni tjee

Alstublieft (dringend verzoek)
S'il vous plaît

Ja/ nee
Ohwoh!/ aj!

Prima/oké
Aa kan jie

Hoe heet u/jij?
I tohkow?

Goedemorgen
I ni sohgohma

Goedemiddag (tot 16.00 uur)
I ni tillee

Goedemiddag (na 16.00 uur)
I ni woellah

Goedenavond
I ni soe

Antwoord op deze groeten:
M baa + herhaling groet (man)
M see + herhaling groet (vrouw)

Ik ga naar ...
Nuh beh taa ...

Waar is ...?
... beh mi?

Huis/hotel
Soo/ otelli

Postkantoor/ busstation
Biro de post/ bus gari

Vandaag/gisteren/morgen
Bi/ koenoen/ sini

Drinkwater
Mienniedji

Bier (traditioneel)
Dohloo

Bier (pils)
Bière (Frans)

Brood
Boeroe

Rundvlees/ kippenvlees
Miesie sohgoh/ sjeh sohgoh

Onderhandelen in het Bambara kan heel voordelig zijn. In het Bamabara rekent men in stuivers (drohmeh), maar in het Frans in Francs CFA. Van oudsher had het kleinste muntstuk dat in omloop was namelijk een waarde van vijf francs. Een (killin) betekent dan ook ‘een munt van vijf francs’

1 (of 5 F CFA) = killin
2 (of 10 F CFA) = fila
3 = saba
4 = naani
5 = doeroe
6 = wohroo
7 = wohroon wilah
8 = seeki
9 = koonontoo
10 = tan
20 (of 100 F CFA) = moekan
30 = bi saba
40 = bi naani
100 (of 500 F CFA) = kehmeh
1000 (of 5000 F CFA) = waa

en = ani

1120 (of 5600 F CFA) = waa kilin ani kehmeh kilin ani mugan

Praktische informatie

Ambassades

Consulaat van Mali in Nederland
Achillesstraat 290, 3054 RL Rotterdam
T 010-461 5350
F 010-418 6464 

of 

Herengracht 328, 1016 CE Amsterdam
T 020-627 2735
F 020-638 2171
mruisbroekjetten@planet.nl

Ambassade van Mali in België
Molièrelaan 487, 1050 Brussel
T 00 32 (0)2 345 74 32
F 00 32 (0) 2 344 57 00

Nederlandse ambassade in Mali
Rue 437, Hippodrome, Bamako
T 00 223 2021 5611
F 00 223 2021 3617
www.mfa.nl/bam

Bagage en kleding

We adviseren je om de bagage mee te nemen in een rugzak of in een weekendtas. Een koffer raden we sterk af voor onze reizen omdat een koffer vaak moeilijk op te bergen is. We adviseren je om, naast je dagruzak, een extra tas mee te nemen voor de bagage die je achterlaat in Sevare tijdens de Dogontrektocht. We raden je aan om maximaal 12?kilo bagage mee te nemen.

Wat betreft je kleding raden we je aan om praktische kleding mee te nemen die zich makkelijk laat combineren (laag over laag). We vragen je dringend om in je kledingkeuze respect te tonen voor de lokale cultuur/religie. In landen met een aanzienlijke moslim-bevolking dien je je te houden aan de lokale kledinggewoonten. Mocht je twijfelen of nog vragen hebben, neem dan gerust contact op met ons kantoor.

Denk verder bij het samenstellen van je bagage bijvoorbeeld aan wandelschoenen met een goed profiel, een warme trui- en windjack (november t/m februari), zaklamp, waterfles, naaigerei, wasmiddel, dagrugzak, reis- en taalgids (Mali is Franstalig), oordopjes, opblaaskussen, voldoende fotomateriaal, lakenzak (juli t/m oktober), slaapzak voor de Dogonvallei (november t/m februari), een slaapmatje voor de Dogon-vallei, toiletartikelen, badslippers, zwemkleding, regenkleding (juli t/m oktober), handdoeken, wekker, schrijfgerei, tampons (moeilijk verkrijgbaar), reserve batterij voor je camera, petje, een bril naast je lenzen i.v.m. het stof, schaartje en een zakmes.

Mali is een malariagebied. Een klamboe is derhalve ten zeerste aan te raden. Veel hotelkamers zijn voorzien muskietengaas en een ventilator. De ervaring leert dat er met toch nog muggen in de kamers aanwezig zijn. Alternatief is een muggenspray die in de meeste hotels aanwezig is.

Electriciteit

De netspanning in Mali is 220-240 volt. Stopcontacten zijn hetzelfde als in Nederland of België. Er doen zich echter regelmatig stroomstoringen voor en niet overal stroom is er stroom zoals in de Dogonvallei. Reservebatterijen en een zaklamp zijn zeker handig om mee te nemen.

Fooien

In Europa wordt het geven van fooien in de meeste gevallen gezien als een blijk van waardering, een extraatje als dank voor geleverde diensten. In een land als Mali gaat het echter om m??r dan een extraatje: de fooi is voor mensen die werkzaam zijn in het toerisme een onmisbare aanvulling op een laag lokaal salaris. Deze mensen zijn in veel gevallen ongeschoold of laaggeschoold. Werk in de toeristensector is vaak seizoensgebonden, en salarissen worden alleen uitbetaald over de gewerkte periode. Bovendien is de kans groot dat er een hele familie moet leven van een inkomen uit toerisme. Een fooi komt dus meestal rechtstreeks in handen van mensen die het hard kunnen gebruiken en hun achterban profiteert mee.
Veel mensen bieden hun diensten aan om iets bij te verdienen vari?rend van koffers dragen, brood halen en de weg wijzen. Het personeel in hotels en restaurants is in belangrijke mate aangewezen op neveninkomsten. Wanneer de bediening niet is inbegrepen kun je uitgaan van tien procent fooi. Met taxichauffeurs maak je voor vertrek een prijsafspraak en een taxichauffeur hoef je na de rit normaalgesproken geen fooi te geven. Bovendien zal hij de obruni (blanke) toch al meer laten betalen dan landgenoten.

Mogelijk word je aangesproken door kinderen die vragen om pennen, ballonnen of geld. Ga hier niet op in, het werkt opdringerig gedrag in de hand. Door in te gaan op de vraag om kadootjes te geven help je zeker om het fenomeen in stand te houden, en dus ook om het idee in stand te houden dat toeristen niet met hetzelfde respect benaderd hoeven te worden als de lokale bevolking. Bovendien kunnen onderlinge verhoudingen verstoord worden: het kan ? buiten het gezichtsveld van de gever ? soms leiden tot ruzies en conflicten. Het kortdurende gevoel een kind blij te maken weegt niet op tegen de negatieve lange-termijn effecten. Als je kinderen echt wilt helpen kun je beter een erkende ontwikkelingsorganisatie of een lokaal ontwikkelingsproject steunen.

Fotografie

Mali is een kleurrijk en fotogeniek land, fotograferen is echter moeilijk door het harde zonlicht. De beste tijd om foto?s te maken is vroeg in de ochtend of rond zonsondergang.
Wees terughoudend met het fotograferen van biddende mensen en stalletjes waar ze fetisjen verkopen, zoals allerhande onderdelen van dieren die worden gebruikt voor de magie, religie en geneeskunst. Als je mensen wilt fotograferen, doe het dan met respect. Mensen staan er immers niet op te wachten om slechts als foto-object te dienen. Neem dan ook de tijd om een foto te maken en toon belangstelling, bijvoorbeeld door iemand eerst te begroeten en een praatje te maken. Het werkt vaak ook ontwapenend als de digitale fotograaf laat zien wat er op het beeldschermpje te zien is. Vraag mensen altijd eerst om toestemming als je ze wilt fotograferen. Dat kan soms ook zonder woorden: door de camera omhoog te houden en met gebaren duidelijk te maken dat je een foto zou willen maken. Een positieve of een afwerende reactie is meestal eenvoudig herkend. Respecteer het als mensen liever niet gefotografeerd willen worden en blijf vriendelijk. Mensen kunnen hele goede redenen hebben om niet gefotografeerd te willen worden. Mensen kunnen zich afvragen wat er met hun afbeelding gebeurt. Soms spelen religieuze motieven een rol: men denkt dat er met een foto een stukje van de ziel wordt ontnomen. Anderen willen liever niet tijdens het werk, ongewassen of in vieze kleren op de foto. Sommige vrouwen houden er niet van om gefotografeerd te worden door vreemde mannen. Het kan ook gebeuren dat mensen alleen tegen betaling op de foto willen, zoals in de Dogonvallei. Respecteer deze voorwaarde en ga in een dergelijk geval niet van een afstand stiekem fotograferen. Dit is onfatsoenlijk en kan aanleiding geven tot agressieve reacties.

Het is ten strengste verboden om foto?s te maken van: bruggen en dammen, radiostations, vliegvelden, vliegtuigen, politiebureaus, kazernes, ministeries, postkantoren, bus-, trein- en taxistations, voertuigen en personen van het leger en de politie.
Neem vooral voldoende reservebatterijen mee op reis. Niet alle soorten batterijen voor camera's zijn verkrijgbaar en elektriciteit is niet overal aanwezig.

Geldzaken

De munteenheid in Mali is de West-Afrikaanse franc (CFA = Communauté Financière Africaine) die weer onderverdeeld is in 100 cent. Er zijn biljetten van 10.000, 5000, 2000, 1000 CFA en munten van 500, 250, 200, 100, 50, 25, 10, 5 en 1 CFA. Voor een euro ontvang je 655 CFA (september 2009). Kijk voor een actuele wisselkoers op: www.oanda.com/convert/cheatsheet

Contante euro’s (biljetten) kun je wisselen bij banken in de grotere steden en in luxe hotels. Let er op dat je nieuwe, onbeschadigde biljetten meeneemt; anders worden ze niet geaccepteerd. Creditcards worden heel beperkt geaccepteerd. Alleen in sommige grote hotels kun je er soms mee terecht (met een VisaCard, niet met American Express). Contant geld opnemen met creditcards gaat erg moeizaam. Pinautomaten zijn in Mali heel schaars. Banken zijn geopend van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur.

Gezondheidsvoorschriften

Voor Mali bestemming worden vaccinaties beslist aangeraden. Voor de actuele stand van zaken verwijzen we naar www.lcr.nl, de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) dat de richtlijnen uitgeeft voor vaccinaties en preventie van malaria. Je kunt ook bellen met de Landelijke Vaccinatielijn voor Reizigers (0900-9584), circa € 0,45 per minuut. Reizigers uit België vinden vergelijkbare informatie op www.itg.be, de website van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
Voor een advies op maat word je aangeraden vier tot zes weken voor vertrek contact op te nemen met je huisarts, de Reisdokter, een vaccinatieafdeling van de GGD, het Tropencentrum AMC in Amsterdam of Travel Clinic Havenziekenhuis in Rotterdam. Laat bij een bezoek altijd de geplande reisroute zien.

Neem een kleine reisapotheek mee met daarin o.a. jodium, pleisters, sterilon en middelen tegen koorts, diarree, verstopping, insectenbeten, zonnebrand en eventueel een middel tegen reisziekte. Denk ook aan een tekentang, thermometer (onbreekbaar), ORS (Oral Rehydration Salts, tegen uitdroging) en vitaminetabletten. Voor de hygiëne op reis o.a. een flesje desinfecteergel (daarmee kun je zonder water en zeep je handen wassen), ontsmettingsdoekjes en condooms. Als je naar een malariagebied gaat, denk dan aan anti-malaria tabletten en een geïmpregneerd muskietennet. Bovenstaande lijst is niet volledig, raadpleeg voor meer informatie over gezondheidsrisico's en de te nemen voorzorgsmaatregelen voor en tijdens de reis de website van Tropenzorg (www.tropenzorg.nl) of ga langs bij je huisarts, apotheek of vaccinerende instelling.

Zorg dat je tijdens de reis het vaccinatieboekje en bloedgroepgegevens bij je hebt. Handig om mee te nemen is het Europees medisch paspoort, een document waarmee je in urgente situaties veel problemen kan voorkomen. Het paspoort is opgesteld in elf talen, waardoor de hulpverlener (in het buitenland) eenvoudig de gegevens van de patiënt, zijn of haar ziekten, aandoeningen en medicijngebruik kan opzoeken. Ook is vermeld wie de behandelende arts is en wie er in dringende gevallen gewaarschuwd kan worden. Het medisch paspoort is onder andere verkrijgbaar bij huisarts, de Reisdokter, apotheek en GGD.

Bij aankomst is het zaak de tijd te nemen om te acclimatiseren. Probeer na aankomst het lokale levensritme over te nemen. Uiteraard voorzover het reisschema dat toelaat. Sta vroeg op, neem tussen de middag een paar uur rust en ga bijtijds naar bed. De straling van de zon in de (sub)tropen is bijzonder sterk. Wees dus voorzichtig met zonnen en zet bij uitstapjes in de volle zon iets op je hoofd. Omdat je in de droge hitte ongemerkt veel vocht verliest, moet je steeds veel blijven drinken en wat extra zout op je eten strooien. Warme dranken zijn over het algemeen beter dan ijskoude. Je maag en darmen worden dan minder belast. Het water uit de kraan kun je beter niet drinken. Flessen gezuiverd drinkwater zijn bijna overal te koop. Mocht je diarree krijgen, let er dan vooral op dat je het extra vochtverlies compenseert: veel (slappe) thee, mineraalwater of eventueel cola zonder prik. Het zouttekort kun je opheffen met ORS (Oral Rehydration Salts) of bouillon. Het heeft geen zin bij buikloop te vasten. Door niet te eten geef je je maag en darmen wel rust, maar verzwakt je lichaam nog meer.
Lees voor meer informatie het boekje ‘Hoe blijf ik gezond in de Tropen’ (uitgave KIT) of kijk op internet, zie onder andere: www.gezondopreis.nl.

Invoerbepalingen

In Mali mag je per persoon 200 sigaretten, 25 sigaren of 200 gram tabak en 1 liter alcohol belastingvrij invoeren. De uitvoer van antiek is verboden. 

Tevens geldt er een uitvoerverbod voor souvenirs die gemaakt zijn van beschermde dier- of plantensoorten. Tot deze soorten behoren onder meer koralen, grote schelpen, (zee)schildpadden, slangen, krokodillen, hagedissen, papegaaien, vlinders, orchideeën en dergelijke. Toch worden er producten aangeboden waarin (delen) van deze bedreigde soorten zijn verwerkt: tassen, riemen, schoenen, sieraden e.d. Let er bij de aankoop van dit soort souvenirs op dat het een geldig CITES-certificaat heeft. Nederland en België zijn aangesloten bij de Washington Conventie (Verdrag over de Internationale Handel in Bedreigde Soorten, afgekort als CITES) en treden streng op tegen overtredingen. Meer informatie over de belangrijkste beschermde soorten met een opsomming van de bekendste ‘foute’ souvenirs vind je op www.wnf.nl/souvenirs of www.minlnv.nl/cites.

Tijdsverschil

In Mali is het in de zomer twee uur vroeger dan in de Benelux. In de winter is dat een uur.

Veiligheid

Mali is voor Afrikaanse begrippen een relatief veilig land. Wel moet je altijd goed op je spullen letten. Vooral in Bamako en op drukke markten zoals in Djenné en Mopti dien je alert te zijn. Ondanks dat in Mali diefstal tot een van de zwaarste misdrijven behoort, lopen hier zakkenrollers rond. Het is verstandig in het donker niet over straat te lopen, neem een taxi als je ’s avonds nog weg wilt. Geld en belangrijke papieren kun je beter op je lichaam dragen, bijvoorbeeld in zakjes aan de binnenkant van je kleding of in een geldbuidel. Verdeel geld en documenten over verschillende plaatsen en meer personen. Stop een klein geldbedrag in je portemonnee zodat je niet al je geld kwijt bent als je zakken gerold worden. Laat geen geld of kostbare zaken slingeren in de hotelkamer. Draag foto- en filmapparatuur in een tas of rugzak, en loop niet te koop met sieraden. Maak kopieën van belangrijke reisdocumenten zoals het paspoort, visa, vliegtickets en verzekeringspapieren. Je kunt deze gegevens ook scannen en naar je eigen mailadres sturen zodat je er in elk willekeurig internetcafé over kunt beschikken. 

Actuele informatie over de veiligheid in Mali vind je op www.minbuza.nl, de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken onder ‘reizen en landen’. Ook op www.diplomatie.be, de website van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken vind je nuttige reisadviezen.

Winkelen en openingstijden

In Mali zijn winkels en kantoren over het algemeen geopend van maandag tot en met zaterdag van 8.00 tot 12.00 en van 15.00 tot 18.00 uur. Veel winkels en kantoren zijn vrijdag- en zaterdagmiddag gesloten.

Route en andere info

loading

Reis code: GRBBWB
Waardering: - Info
Groepsgrootte: 8 - 18

Reisroute
1 Ouagadougou, 2 Ouagadougou, 3 Ouahigouya, 4 Dogonvallei, 5 Dogonvallei, 6 Dogonvallei, 7 Dogonvallei, 8 Sevare, 9 Sevare, 10 Djenné, 11 Djenné, 12 Ségou, 13 Bobo Dioulasso, 14 Bobo Dioulasso, 15 Vliegtuig, 16 

Wat is inclusief
Internationale vluchten; alle transport met (mini)bus; boottransfers Djenné; vierdaagse trekking Dogonvallei op basis van volpension (4x ontbijt; 5 x lunch; 4x diner); overnachtingen in hotels; zeer eenvoudige overnachtingen in Dogon; Nederlandstalige reisbegeleiding; luchthavenbelastingen; brandstofheffing.

Wat is exclusief
Overige maaltijden; optionele excursies; alle entreegelden; visa; fooien; reis- en annuleringsverzekering.

Extra
Zakgeld: 400



Reiservaring: BURKINA FASO EN MALI - Hotel- en kampeerreis - 16 dagen

Print: BURKINA FASO EN MALI - Hotel- en kampeerreis - 16 dagen