Marokko
Achtergrondinformatie
Praktische informatie
Omschrijving
Marokko heeft een oppervlakte van 460.000 km² (11 maal Nederland; 15 maal België), zelf Marokko hanteert het cijfer van 710.850 km², dat is inclusief de Westelijke Sahara. Het land telt naar schatting 32 miljoen mensen waarvan ongeveer de helft in de grote steden leeft. Na de onafhankelijkheid in 1956 werden de steden overspoeld door armen die vanuit de landelijke gebieden op zoek gingen naar werk en een beter leven. Het resultaat zijn overbevolkte krottenwijken.
Marokko heeft een vrij jonge bevolking, meer dan de helft van de bevolking is jonger dan dertig jaar. Driekwart van de afgestudeerde studenten wordt werkeloos en wil naar Europa (de helft van de bevolking is analfabeet). De groeiende werkeloosheid bij de jeugd wordt beschouwd als een van de grootse problemen in steden. Fundamentalistische organisaties maken soms misbruik van de wanhoop van jongeren, hetgeen tot rellen en oproer leidt. Marokko voert een verbeten strijd tegen de armoede, vooral op het platteland. De ongelijke inkomstenverdeling vormt een ander obstakel. Een minderheid van de bevolking verwerft het grootste deel van de inkomsten, de meerderheid probeert iedere dag weer te overleven. Steeds meer bedrijven trekken naar Marokko en supermarkten schieten als paddestoelen uit de grond. Een doorsnee Marokkaan kan het zich echter niet veroorloven daar boodschappen te doen. Ondertussen heeft de Marokkaanse regering een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten gesloten waardoor de boeren er straks op achteruit gaan. Amerikaanse producten mogen belastingvrij het land in, maar de Marokkaanse boeren kunnen daar niet tegenop concurreren. De economie spekt de elite. Ongeveer een zesde deel van de werkende bevolking verdient de kost in de industrie en kunstnijverheid. De industrie is van eenvoudige aard en verwerkt vooral producten uit de landbouw, visserij en de fosfaatwinning. Daarnaast zorgt vooral de toeristenindustrie voor de noodzakelijke banen en harde valuta. Naast het toerisme is het geld, dat honderdduizenden in Europa werkende Marokkanen in het land investeren, van groot belang.
Voor de gemiddelde Marokkaan draait het leven om de familie. Vaak wonen grote families, inclusief grootouders, tantes, kinderen en kleinkinderen samen in een huis. Als kinderen trouwen en zelf kinderen krijgen, gaan ze niet het huis uit, maar wordt er een nieuwe etage op de bestaande woning bijgebouwd. Alle maaltijden evenals het vieren van feesten gebeuren in familieband. Van familieleden wordt verwacht dat ze elkaar in alle omstandigheden steunen en dat ze bijspringen als er geld- of andere problemen rijzen. Zonen zijn de trots van het gezin en er wordt van hen verwacht dat ze een goede baan vinden en vroeg of laat een gezin stichten. Van meisjes wordt verwacht dat ze huwen en dat ze hun ouders kleinkinderen schenken. Veel huwelijken worden door de ouders geregeld en bruid en bruidegom kennen elkaar soms niet eens op hun trouwdag. Door de verstedelijking en de invloed van televisie en internet beginnen eeuwenoude tradities af te brokkelen. In steden hebben jonge verloofden vak afspraakjes lang voor hun huwelijk, al zullen ze nog steeds toestemming van hun ouders vragen om te huwen. De familieband blijft onverbrekelijk, van jonge mensen in de stad of in het buitenland, wordt verwacht dat ze geld naar huis blijven sturen om hun achtergebleven familieleden te steunen.
Ongeveer 60 procent van de bevolking bestaat uit Arabisch sprekende Marokkanen, 40 procent uit berbers die een berberdialect als moedertaal hebben. De berbers zijn de oorspronkelijke bewoners van Marokko, en meestal hebben ze hun taal en eeuwenoude tradities bewaard. De Marokkaanse Arabieren stammen af van de Arabische veroveraars die voor het eerst Marokko binnenkwamen in de zevende eeuw, en van de Arabische moslims die in de vijftiende eeuw in Spanje werden vervolgd en naar Afrika verdreven. Eeuwenlang leefden de berbers voornamelijk in de bergen, terwijl de Arabieren de kustgebieden bevolkten. Tegenwoordig zijn veel berbers afgezakt naar de steden en het is voor een buitenstaander zo goed als onmogelijk om enig verschil te zien tussen Arabische Marokkanen en berbers. Doordat de berbers in bergachtige, moeilijk toegankelijke gebieden woonden, was de Arabische invloed beperkt en hebben veel gebieden hun eigen taal en klederdracht, vaak een eigen gewoonterecht en een duidelijke stamidentiteit behouden. Het meest kenmerkende van de berbertalen is misschien wel de traditie van de vertelkunst die tot op heden levend wordt gehouden. Een taal zonder schrift uit zich vaak in de vorm van verhalen die doorgegeven worden van generatie op generatie. Tot op heden kun je op het Jmaa el-Fna plein in Marrakech dagelijks zien hoe luisteraars verhalenvertellers omringen, gevangen in de aandacht voor hun fantastische voordrachten. Iemand ontleend respect aan vertelkunst. Het woord berber komt van het Griekse woord barbaros ‘vreemdeling’. In het Nederlands werd dat vroeger vertaald als barbaar. De meeste berbers noemen zich liever Amazigh, wat vrije man betekent. In geen enkel land in Noord-Afrika is de berbercultuur officieel erkend. Ook speelt de taal nagenoeg geen rol in het onderwijs. In 2001 is echter in Marokko het koninklijk Instituut ter bevordering van de Amazaghin cultuur opgericht. Bijna 80 procent van de 300.000 Marokkanen in Nederland is berber. De meerderheid is afkomstig uit het Rifgebergte in Noord-Marokko.
Een klein deel van de Marokkaanse bevolking bestaat uit de Haratien, de zwarte bewoners van de zuidelijke oases. Ook zij zijn meestal grootgebracht met een berberdialect als eerste taal, maar ze maken geen deel uit van een berberstam. De Haratien staan vaak laag in de hiërarchie en huwen zelden buiten hun eigen groep. Vermoedelijk is hun aanwezigheid ouder dan die van de berbers maar daarnaast zijn er ook later negers met de karavanen uit het zuiden meegekomen, als handelaar of als slaaf. Sultan Moulay Ismael alleen haalde er meer dan tienduizend uit zwart Afrika om een lijfwacht te vormen naar het voorbeeld van de Ottomaanse sultans. In Marrakech zijn het vooral Haratien die acrobatische toeren uithalen of dansen op gnaoua ritmes.
Achtergrondinformatie
Bevolking
Marokko heeft een oppervlakte van 460.000 km² (11 maal Nederland; 15 maal België), zelf Marokko hanteert het cijfer van 710.850 km², dat is inclusief de Westelijke Sahara. Het land telt naar schatting 32 miljoen mensen waarvan ongeveer de helft in de grote steden leeft. Na de onafhankelijkheid in 1956 werden de steden overspoeld door armen die vanuit de landelijke gebieden op zoek gingen naar werk en een beter leven. Het resultaat zijn overbevolkte krottenwijken.
Marokko heeft een vrij jonge bevolking, meer dan de helft van de bevolking is jonger dan dertig jaar. Driekwart van de afgestudeerde studenten wordt werkeloos en wil naar Europa (de helft van de bevolking is analfabeet). De groeiende werkeloosheid bij de jeugd wordt beschouwd als een van de grootse problemen in steden. Fundamentalistische organisaties maken soms misbruik van de wanhoop van jongeren, hetgeen tot rellen en oproer leidt. Marokko voert een verbeten strijd tegen de armoede, vooral op het platteland. De ongelijke inkomstenverdeling vormt een ander obstakel. Een minderheid van de bevolking verwerft het grootste deel van de inkomsten, de meerderheid probeert iedere dag weer te overleven. Steeds meer bedrijven trekken naar Marokko en supermarkten schieten als paddestoelen uit de grond. Een doorsnee Marokkaan kan het zich echter niet veroorloven daar boodschappen te doen. Ondertussen heeft de Marokkaanse regering een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten gesloten waardoor de boeren er straks op achteruit gaan. Amerikaanse producten mogen belastingvrij het land in, maar de Marokkaanse boeren kunnen daar niet tegenop concurreren. De economie spekt de elite. Ongeveer een zesde deel van de werkende bevolking verdient de kost in de industrie en kunstnijverheid. De industrie is van eenvoudige aard en verwerkt vooral producten uit de landbouw, visserij en de fosfaatwinning. Daarnaast zorgt vooral de toeristenindustrie voor de noodzakelijke banen en harde valuta. Naast het toerisme is het geld, dat honderdduizenden in Europa werkende Marokkanen in het land investeren, van groot belang.
Voor de gemiddelde Marokkaan draait het leven om de familie. Vaak wonen grote families, inclusief grootouders, tantes, kinderen en kleinkinderen samen in een huis. Als kinderen trouwen en zelf kinderen krijgen, gaan ze niet het huis uit, maar wordt er een nieuwe etage op de bestaande woning bijgebouwd. Alle maaltijden evenals het vieren van feesten gebeuren in familieband. Van familieleden wordt verwacht dat ze elkaar in alle omstandigheden steunen en dat ze bijspringen als er geld- of andere problemen rijzen. Zonen zijn de trots van het gezin en er wordt van hen verwacht dat ze een goede baan vinden en vroeg of laat een gezin stichten. Van meisjes wordt verwacht dat ze huwen en dat ze hun ouders kleinkinderen schenken. Veel huwelijken worden door de ouders geregeld en bruid en bruidegom kennen elkaar soms niet eens op hun trouwdag. Door de verstedelijking en de invloed van televisie en internet beginnen eeuwenoude tradities af te brokkelen. In steden hebben jonge verloofden vak afspraakjes lang voor hun huwelijk, al zullen ze nog steeds toestemming van hun ouders vragen om te huwen. De familieband blijft onverbrekelijk, van jonge mensen in de stad of in het buitenland, wordt verwacht dat ze geld naar huis blijven sturen om hun achtergebleven familieleden te steunen.
Ongeveer 60 procent van de bevolking bestaat uit Arabisch sprekende Marokkanen, 40 procent uit berbers die een berberdialect als moedertaal hebben. De berbers zijn de oorspronkelijke bewoners van Marokko, en meestal hebben ze hun taal en eeuwenoude tradities bewaard. De Marokkaanse Arabieren stammen af van de Arabische veroveraars die voor het eerst Marokko binnenkwamen in de zevende eeuw, en van de Arabische moslims die in de vijftiende eeuw in Spanje werden vervolgd en naar Afrika verdreven. Eeuwenlang leefden de berbers voornamelijk in de bergen, terwijl de Arabieren de kustgebieden bevolkten. Tegenwoordig zijn veel berbers afgezakt naar de steden en het is voor een buitenstaander zo goed als onmogelijk om enig verschil te zien tussen Arabische Marokkanen en berbers. Doordat de berbers in bergachtige, moeilijk toegankelijke gebieden woonden, was de Arabische invloed beperkt en hebben veel gebieden hun eigen taal en klederdracht, vaak een eigen gewoonterecht en een duidelijke stamidentiteit behouden. Het meest kenmerkende van de berbertalen is misschien wel de traditie van de vertelkunst die tot op heden levend wordt gehouden. Een taal zonder schrift uit zich vaak in de vorm van verhalen die doorgegeven worden van generatie op generatie. Tot op heden kun je op het Jmaa el-Fna plein in Marrakech dagelijks zien hoe luisteraars verhalenvertellers omringen, gevangen in de aandacht voor hun fantastische voordrachten. Iemand ontleend respect aan vertelkunst. Het woord berber komt van het Griekse woord barbaros ‘vreemdeling’. In het Nederlands werd dat vroeger vertaald als barbaar. De meeste berbers noemen zich liever Amazigh, wat vrije man betekent. In geen enkel land in Noord-Afrika is de berbercultuur officieel erkend. Ook speelt de taal nagenoeg geen rol in het onderwijs. In 2001 is echter in Marokko het koninklijk Instituut ter bevordering van de Amazaghin cultuur opgericht. Bijna 80 procent van de 300.000 Marokkanen in Nederland is berber. De meerderheid is afkomstig uit het Rifgebergte in Noord-Marokko.
Een klein deel van de Marokkaanse bevolking bestaat uit de Haratien, de zwarte bewoners van de zuidelijke oases. Ook zij zijn meestal grootgebracht met een berberdialect als eerste taal, maar ze maken geen deel uit van een berberstam. De Haratien staan vaak laag in de hiërarchie en huwen zelden buiten hun eigen groep. Vermoedelijk is hun aanwezigheid ouder dan die van de berbers maar daarnaast zijn er ook later negers met de karavanen uit het zuiden meegekomen, als handelaar of als slaaf. Sultan Moulay Ismael alleen haalde er meer dan tienduizend uit zwart Afrika om een lijfwacht te vormen naar het voorbeeld van de Ottomaanse sultans. In Marrakech zijn het vooral Haratien die acrobatische toeren uithalen of dansen op gnaoua ritmes.
Communicatie
Post van Marokko naar de Benelux doet er normaal gesproken niet langer dan een week over. Voor postzegels kun je terecht bij postkantoren, kiosken en soms bij winkels die ansichtkaarten verkopen.
Bellen kun je in de meeste postkantoren (grotere postkantoren hebben een aparte afdeling/ingang) en in openbare telefooncellen. In de meeste plaatsen zijn tegenwoordig telefoonkantoren (teleboutiques) vanwaar je gemakkelijk kunt bellen en vaak ook kunt faxen. De telefoons werken op munten van 1, 5 en 10 dirham. Je kunt ter plaatse biljetten wisselen in munten. Op de postkantoren, bij de tabaks- en fotozaken zijn ook telefoonkaarten te koop vanaf 50 eenheden, die je in veel openbare cellen kunt gebruiken (niet in de teleboutiques). Koop nooit telefoonkaarten in een van de teleboutiques, want deze kaarten passen niet in andere telefooncellen. Bellen vanuit hotels is erg duur. Het internationale nummer van Marokko is 00212; van Nederland 0031 en van Belgie 0032.
Bellen met een gsm is in bijna heel Marokko mogelijk, de dekking in afgelegen (berg)gebieden kan minder zijn. Informeer voor vertrek bij je provider naar de mogelijkheden en kosten.
In grote steden en plaatsen waar toeristen komen zijn meestal internetcafés. Er komen ook steeds meer hotels met internetfaciliteiten.
Eten en drinken
Eetgelegenheden zijn in alle steden en grotere dorpen te vinden. Variërend van eenvoudige eethuisjes tot chique restaurants in de oude paleizen van de medina's van de grote steden waar je honderden dirhams kunt spenderen aan Marokkaanse haute-cuisine, vaak gecombineerd met muziek en dans. In de meeste middenklasse hotels wordt een beperkt assortiment aan salades, Marokkaans- en vaak Spaans- of Italiaans eten geserveerd. In de grote steden hebben internationale restaurants en fastfoodketens hun intrede gedaan. Fès is van oudsher het centrum van de verfijnde Marokkaanse keuken. Wil je echt genieten van een heerlijke traditionele maaltijd, probeer dan eens een van de DAR’s (dar betekent huis). Restaurants waarvan de naam met DAR begint zijn specialiteitenrestaurants.
Marokkanen ontbijten vaak met thee wat dadels en brood, een gekookt ei of olijven. In de hotels worden veelal versies van het Franse ontbijt geserveerd met stokbrood en jam en eventueel croissants of cakes. Vrijwel altijd is er verse jus d' orange te krijgen. In Marokko wordt 's middags en 's avonds warm gegeten. De Marokkaanse keuken is gekruid maar absoluut niet 'scherp' of 'heet'. De kruiden die het meest gebruikt worden zijn komijn, gember, koriander, paprika, anijs en saffraan. Ook wordt er veel gedaan met honing en amandelen.
Couscous is het nationale gerecht van Marokko en ontbreekt dan ook nooit op feestelijkheden. Het gerecht bestaat uit gestoomde semolina, kleine graankorreltjes, en wordt geserveerd met een stoofpot van groentes, vlees (meestal lamsvlees) en specerijen met veel kookvocht.
Tajine is een stoofpot van aardappelen, verscheidene soorten groenten en vlees in de gelijknamige aardewerken schotel, waarbij een hoge keramische kegel op een ronde schaal staat. Door zijn hoogte circuleert de hete lucht in de tajine, waardoor deze feitelijk werkt als een oven. De tajine is er in veel uitvoeringen, van een eenvoudige maaltijd met wat aardappels en benige stukken geit tot een chique gerecht van mals lamsvlees, met uien, diverse groenten, olijven, noten en pruimen, geserveerd in een fraai beschilderde tajine versierd met zilveren opsmuk. De grootte van de tajine is aangepast aan de grootte van het gezelschap en er kunnen soms wel zeven mensen tegelijkertijd uit de tajine eten. Je eet de tajine met de rechterhand of met een vork en iedereen kan stukjes uit de schaal pakken en oppeuzelen of het bijgeleverde brood in stukken breken en dopen in het kookvocht van de tajine en er stukjes groenten of vlees mee opscheppen.
De goedkoopste en snelste maaltijd is hariera, een dikke linzensoep, die in de ramadanmaand wordt gegeten om het vasten te verbreken. Veel eetstalletjes en kleinere eetgelegenheden verkopen brochettes, spiesen met daaraan gegrild vlees, worstjes, gehakt of lever van vooral geiten en schapen. Dit wordt dan samen met frites en salade geserveerd.
Belangrijke feestgerechten zijn mechoui, geroosterd lam en pastilla, een ovengerecht van duif en amandelen in dun bladerdeeg. Pastilla wordt voornamelijk in Fès gegeten. Als je deze gerechten in een restaurant wilt eten, zul je ze in de regel een dag van tevoren moeten bestellen.
Een heerlijk gerecht dat sneller wordt bereid is poulet au citron, malse kip, gestoofd met olijven en citroenen. Zoetigheid is volop te krijgen. Een typisch Marokkaans dessert is beghrir, pannenkoekjes met boter en honing die van oorsprong gegeten worden tijdens de ramadan na de hariera.
Nana of muntthee is de traditionele drank van het land. Het wordt gezet van groene Chinese thee (meestal van het merk Gunpowder) samen met verse muntbladeren en grote brokken suiker. Voor het maken van de thee nemen de Marokkanen de tijd, het is een ceremonie die met een zekere trots wordt verricht. Marokkanen drinken hun thee uit kleine glaasjes die ze op een elegante manier bij de rand met hun vingertoppen vasthouden. De persoon die uitgekozen wordt om de thee te bereiden, proeft het eerste glas om te oordelen of het evenwicht tussen de thee, de munt en de suiker juist is. In de restaurants schenken de obers de thee bijna theatraal vanaf een zo groot mogelijke hoogte in de glazen waardoor hij een beetje afkoelt, goed mengt en ook een beetje schuimt. Van iedereen wordt verwacht dat hij op zijn minst twee of drie glazen drinkt.
Thee krijg je voortdurend aangeboden. In winkels om je op je gemak te stellen en om de koop te vergemakkelijken en bij de mensen thuis. Koffie wordt met een glas water geserveerd. Dat is vrijwel overal kraanwater. Het is beter om mineraalwater uit flessen te drinken.
Sidi Ali of Sidi Harazem zijn twee veel voorkomende merken mineraalwater. Verse vruchtensappen zoals jus d' orange, grapefruitsap en echte limonade (citroensap met water en suiker) zijn bijna overal te krijgen. Niet echt dorstlessend zijn de sappen uit een blender, panachee genaamd, waaronder bananen- en avocadosap en amandelmelk. Mierzoet is jus de fraise, hele aardbeien met siroop, die in het voorjaar wordt geserveerd.
Marokko is een islamitisch land waar alcohol eigenlijk is verboden. In de meeste toeristenhotels en restaurants is echter bier en wijn verkrijgbaar. De meest voorkomende biermerken zijn Stork en Flag, beide licht van smaak. De witte wijn uit Marokko is meestal licht en fruitig. Marokkaanse rode wijnen kunnen nogal in kwaliteit verschillen. Aanbevelenswaardig zijn o.a. Guerrouane (ook wit), Valpierre (ook wit) en Cabernet du President.
Feestdagen
Marokko kent tal van nationale en religieuze feestdagen. Belangrijke nationale feestdagen zijn: Nieuwjaarsdag (1 januari); Manifest van de Onafhankelijkheid (11 januari); Troonfeest (3 maart), het belangrijkste burgerlijke feest in Marokko. Het wordt opgevrolijkt met vuurwerk, zang, dans en parades; Nationale Feestdag (23 mei); Feest van de Jeugd; verjaardag van Hassan II (9 juli); Leenplichtigheid van wadi Eddahab: herdenking van de reis van Hassan II naar Dakhla in 1981 (14 augustus); Herdenking van de Vredesmars (20 augustus); Herdenking van de Groene Mars (6 november); Feest van de Onafhankelijkheid (18 november).
De islamitische kalender is gebaseerd op de waarnemingen van de maan en wijkt daarom af van de telling van de westerse, Gregoriaanse kalender. Volgens de westerse kalender schuiven de islamitische feestdagen ieder jaar tien à elf dagen naar voren. De grootste islamitische feesten zijn de ramadan, het suikerfeest en het offerfeest.
De ramadan (11 augustus 2010) is het belangrijkste islamitische feest. Het feest duurt de hele negende maand van het islamitische jaar en is de vastenmaand. Tijdens deze periode eten, drinken en roken moslims niet tussen zonsopgang en zonsondergang. De ramadan kan leiden tot enig ongemak; veel restaurants zijn dicht; eten, drinken en roken in het openbaar wordt niet op prijs gesteld. Voor toeristen wordt wel gekookt en gezorgd. Het spreekt vanzelf dat je de mensen niet de ogen moet uitsteken door vlak voor hun neus te eten.
Het driedaagse suikerfeest, Aid el Seghir of Aid al-Fitr (10 september 2010) genaamd, luidt het einde van de ramadan in. Het huis wordt nog een keer gepoetst en de mensen kleden zich zo mooi mogelijk. Iedereen gaat bij elkaar op bezoek om elkaar te feliciteren met een goed volbrachte vastenperiode. Ook de armen krijgen iets extras. Met het suikerfeest begint het bedevaartsseizoen naar Mekka.
Het offerfeest, Aid el Khebir (17 november 2010), begint op de tiende dag van de laatste maand van het jaar. Ter herdenking van Abraham worden op die dag overal schapen geslacht. Abraham was immers bereid zijn zoon aan God te offeren, maar die verving de jongen op het laatste moment door een schaap.
Andere belangrijke dagen zijn Premier Moharem, het islamitisch nieuwjaar (8 december 2010) en Mouloud (26 februari 2010), de verjaardag van de profeet Mohammed.
Talrijk zijn verder de moussems, pelgrimsfeesten, ter ere van marabouts (regionale heiligen). Uit de wijde omtrek komen de mensen naar het graf van hun heilige. Dikwijls wordt er een markt gehouden en vinden fantasias (ruiterspelen) plaats. Enkele bekende moussems: Moulay Idriss in Zerhoun bij Meknes (augustus) en Moulay Abdellah te El Jadida (augustus/september). Van de vele folkloristische en regionale feesten vermelden we er twee: het festival van de Volkskunst in Marrakech en het Gnaoua muziekfestival in Essaouira (beide in juni).
Veel feesten worden opgeluisterd door rondedansen waarbij vrouwen en mannen aparte kringen vormen. De dansmuziek is een eentonige herhaling van eenvoudige melodieën, vaak in de vorm van vraag en antwoord, waarbij de kring herhaalt wat de voorzanger zingt. Ondertussen wordt de intensiteit van de muziek wel gestaag opgevoerd door versterking van het volume of een geleidelijke versnelling van het ritme. Gaandeweg gaan de dansers geheel op in de muziek en vormen van trance zijn niet ongebruikelijk.
Opwindend om te zien zijn de voorstellingen van de gnaoua, veelal zwarte dansers die begeleid op grote trommels acrobateske dansen uitvoeren. Ze zijn te zien op Jmaa el-Fna plein in Marrakech en op feesten in de zuidelijke oases.
Verhalenvertellers gaan in dorpen en steden van plein tot plein waar ze spannende of komische vertellingen opdissen. Vaker dan de regelrechte vertelling komt het gezongen verhaal voor waarbij de kunstenaar zichzelf begeleidt op een snaarinstrument, vergelijkbaar met de middeleeuwse minstreel.
N.B.: op 11 augustus 2010 begint de islamitische vastenmaand (Ramadan). Dit betekent dat overdag restaurants gesloten zijn in Marokko. Hoewel dit tot enig ongemak kan leiden zul je deze periode als een zeer bijzondere beschouwen. Omdat men pas na zonsondergang mag eten, is het vooral 's avonds druk op straat waarbij de winkels langer geopend zijn en de sfeer feestelijk kan zijn. Vanzelfsprekend vragen we je om respect te tonen voor dit gebruik en zeer terughoudend te zijn met het in het openbaar tonen van eten en drinken. In de beschutting van je kamer kun je overdag wel drinken en eten. Op toeristen gerichte restaurants blijven ook gewoon overdag in bedrijf.
Gewoonten en gebruiken
Op het eerste gezicht kunnen Marokkanen overkomen als tamelijk ingetogen, gereserveerde mensen met een groot gevoel voor privacy. Hun stugheid in de omgang kan echter als sneeuw voor de zon verdwijnen en dan kunnen ze een gastvrijheid ten toon spreiden waar je als Europeaan wat ongemakkelijk bij voelt. Probeer van deze gastvrijheid te genieten en deze te honoreren door bijvoorbeeld van al het eten of drinken dat je aangeboden wordt tenminste een kleinigheid te proeven. Wanneer je bij iemand thuis uitgenodigd wordt neem dan een kleinigheid mee bijvoorbeeld iets typisch Nederlands. Ga ervan uit dat je een uitgebreide maaltijd geserveerd krijgt. Tegenwoordig wordt bijna altijd gegeten met mes en vork of een lepel. Is dat niet het geval, eet dan met je rechterhand, de linker wordt als onrein gezien.
De islam maakt een belangrijk onderscheid tussen dat wat ‘hallal’ is, namelijk in overeenstemming met de koran en dat wat ‘haram’ is, datgene dat tegen de letter of de geest van de koran indruist. In eerste instantie worden deze begrippen gebruikt bij eten en drinken. Alcohol en varkensvlees zijn haram en mogen dus niet genuttigd worden door moslims. Het begrip kent echter ook een ruimere betekenis. Het leven in het Midden-Oosten wordt meer dan in het Westen bepaald door de mate van respect die hij koestert. Ouderdom levert respect op, evenals het bekleden van een functie bijvoorbeeld leraar zijn of moslim zijn en een vroom leven leiden. Ook een westerse toerist, die doorgaans geen moslim is, kan door zich goed te gedragen een basis voor respect creëren en zal ook als zodanig worden behandeld. Maar vertoont deze uitgesproken haram gedrag, dan is de kans dat deze slecht behandeld wordt, afgezet of zelfs bestolen wordt, aanzienlijk groter. Dit geldt bijvoorbeeld voor een vrouw die zich al te bloot vertoont, een dronkelap of iemand die openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkomt.
Het is niet toegestaan om als niet-moslim moskeeën te bezoeken. Een uitzondering is de Hassan II moskee in Casablanca en alleen tijdens de rondleidingen die overdag plaatsvinden. Madrasa's (koranscholen) zijn vaak wel toegankelijk.
‘Als je om twee uur afspreekt, dan ga je om drie uur en wacht je tot vier uur en daarna nog een uurtje en om vijf uur ga je weer naar huis’, zo luidt een Marokkaans gezegde over afspraken. Een groot verschil met de jachtige westerse cultuur waar tijd geld is en afspraken punctueel dienen te worden nagekomen, omdat anders het schema van de rest van de dag in duigen valt. Marokkanen hebben daar niet zo'n last van en bij sociale afspraken kun je gerust een half uurtje te laat komen. Spreek je echter met een taxichauffeur af dat je naar het vliegveld moet, dan weet hij echt wel dat je op tijd moet zijn.
Een bijzonder verschijnsel is de 'Arabische telefoon'. Marokkanen hebben een veel uitgebreider contactennetwerk dan de gemiddelde Europeaan en ze hebben een heel effectief en snel systeem om voortdurend op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen van honderden mensen. Tijdens een gesprek kunnen tientallen mensen kort de revue passeren. In de toeristische steden gebruiken de gidsen en handelaren dezelfde manier van doen bij het doorgeven van informatie over nieuwe toeristen. Binnen een paar uur weten tientallen mensen waar je vandaan komt, in welk hotel je slaapt en wat je elders gekocht hebt en ze willen maar al te graag laten blijken dat ze dat weten. Bovendien hebben ze allemaal familie of kennissen wonen in de buurt waar je vandaan komt. Dit is een Marokkaanse manier om aan te tonen dat er een band is. Soms werkt dat op het eerste gezicht wat verwarrend, maar het is hen er vooral om te doen te weten waar je in geïnteresseerd bent en welk prijsniveau ze kunnen hanteren. Vertel je iemand dat je voor het eerst in Marokko bent en in een vijfsterren hotel slaapt, dan verdubbelen de prijzen onmiddellijk ten opzichte van iemand die zegt wel vaker in het land geweest te zijn en in een eenvoudige middenklasser zegt te slapen.
Vrouwen dienen zich zeker op het platteland bedekt te kleden, liefst bovenkleding met lange mouwen zonder laag ingesneden hals en een rok tot op de kuit. In de centra van grote, moderne steden als Rabat, Casablanca, Tanger en Marrakech gelden uiteraard minder degelijke voorschriften. In Agadir en andere grotere badplaatsen kun je als toerist zomerse kleding dragen. Maar zwembroek, badpak of bikini horen alleen aan het strand.
Sommige Marokkaanse mannen vinden dat een vrouw in korte rok, met loshangende blonde haren of een open blik vraagt om benaderd te worden. Wie zich niet zeker van haar zaak is kan beter in gezelschap op pad gaan. Wees overigens zeer assertief en duidelijk als iemand je moedwillig lastig valt. Met ‘Aib’ (schande!) trek je de aandacht van omstanders. Ook een flinke scheldkanonnade in het Nederlands schrikt af. Zeker op een drukke plek is de kans groot dat je bijval krijgt.
Meer informatie over culturele verschillen en omgangsvormen vind je in TE GAST IN Marokko (te bestellen via
www.tegastin.nl)
Klimaat
Met uitzondering van de kuststreken in het noorden en westen waar de zee haar invloed doet gelden, heerst in Marokko een landklimaat met zeer grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht en zomer en winter.
In de zomermaanden kun je het zuiden en oosten van Marokko beter mijden. Overdag is het er dan bloedheet, terwijl het 's avonds sterk afkoelt. De sirocco, de beruchte woestijnwind in het binnenland, kan het leven op straat helemaal ontregelen. Over het algemeen regent het ‘s zomers nauwelijks, wel kan er zo nu en dan een kortstondige, felle regen- of onweersbui vallen.
In de winter, van november tot maart, is het overdag over het algemeen aangenaam met temperaturen tussen 15° C en 25° C maar 's avonds en 's nachts kan de temperatuur op sommige plaatsen in het binnenland en in berggebieden dalen tot onder het vriespunt. In het Atlasgebergte kunnen zich zelfs enorme sneeuwstormen voordoen. De wegen zijn onbegaanbaar en passen worden afgesloten. De meeste kans op regen is in het late najaar en het vroege voorjaar. Na lange periodes van droogte kunnen bergrivieren al na één dag regen ontaarden in enorme woeste watermassa's die grote overlast veroorzaken en waardoor soms hele gebieden geïsoleerd raken. Aan de kust is het heel wat aangenamer. Dankzij de invloed van de zee blijft de temperatuur in het zuidelijk gelegen Agadir het hele jaar prettig.
De beste reisperiode voor Marokko is het voor- en najaar.
Klimaattabel: De vier cijfers die telkens worden genoemd zijn van links naar rechts: de gemiddelde temperatuur in graden Celsius, aantal zonuren per dag, aantal dagen per maand met minimaal 1 mm-neerslag per dag en- de gemiddelde temperatuur van het zeewater (indien van toepassing).
MARRAKESH | Maand | T gem | Zon | Regen | T w |
| Januari | 14 | 7 | 4 | - |
| Februari | 16 | 8 | 4 | - |
| Maart | 18 | 8 | 4 | - |
| April | 20 | 9 | 4 | - |
| Mei | 23 | 9 | 2 | - |
| Juni | 26 | 11 | 1 | - |
| Juli | 31 | 12 | 0 | - |
| Augustus | 31 | 11 | 1 | - |
| September | 28 | 9 | 2 | - |
| Oktober | 23 | 8 | 3 | - |
| November | 18 | 7 | 4 | - |
| December | 14 | 7 | 4 | - |
CASABLANCA | Maand | T gem | Zon | Regen | T w |
| Januari | 14 | 6 | 9 | 17 |
| Februari | 15 | 6 | 7 | 16 |
| Maart | 16 | 7 | 7 | 18 |
| April | 17 | 8 | 4 | 17 |
| Mei | 20 | 9 | 4 | 19 |
| Juni | 22 | 10 | 2 | 20 |
| Juli | 24 | 10 | 0 | 22 |
| Augustus | 24 | 10 | 0 | 22 |
| September | 24 | 9 | 1 | 22 |
| Oktober | 21 | 7 | 5 | 21 |
| November | 17 | 6 | 8 | 20 |
| December | 15 | 5 | 9 | 18 |
Landschap
Aan de westkant van het land langs de Atlantische oceaan ligt de Meseta, de laaggelegen vruchtbare kustvlakte aan de Atlantische Oceaan die door de betrekkelijk hoge neerslag bijna geheel in dienst staat van de landbouw. Hier liggen ook de belangrijkste steden: de grote havenstad Casablanca, de hoofdstad Rabat, de koningssteden Fes en Meknes en Marrakech.
Aan de oostkant van het land liggen drie zeer verschillende gebergten naast elkaar die gezamenlijk een barrière vormen tegen de Sahara. Van noordoost naar zuidwest zijn dat de Midden Atlas, de Hoge Atlas en de Anti Atlas. Terwijl de eerste twee gebergten samen met het Rifgebergte in het Tertiair gevormd werden door de botsing van de Europese en Afrikaanse continentale plaat, is de Anti Atlas een veel ouder gebergte, een van de oudste ter wereld. De fossielen die in de jongere gebergten worden aangetroffen zijn het duidelijke bewijs dat de Rif, Midden Atlas en Hoge Atlas vanuit de zeebodem omhoog zijn gedrukt. De Hoge Atlas reikt hoog boven de andere gebergten uit met de Jbel Toubkal (4167 meter) als hoogste piek van Noord-Afrika. Ten oosten en zuiden van deze gebergten ligt de Sahara, hier en daar onderbroken door groene oases langs rivieren die ontspringen in de Hoge Atlas.
Religie
Meer dan 98 procent van alle Marokkanen is moslim, bijna alle tradities en ceremonies bij geboortes, huwelijken, begrafenissen en andere sociale gebeurtenissen zijn geënt op islamitische gewoonten. De overige twee procent zijn christenen (afstammelingen van voormalige Europese kolonialisten) en joden.
De meeste Marokkaanse moslims beleven hun geloof elk op hun eigen manier. Oudere generaties in landelijke gebieden hebben een strengere interpretatie van de islam dan de jongeren die in de steden leven. Hoewel de meeste berbers zich als goede moslim beschouwen, blijven ze ook trouw aan hun eigen traditionele gebruiken. In het hele land vind je koepelgraven waar overblijfselen rusten van marabouts, heilige mannen. Aan de heilige mannen worden tal van kwaliteiten toegeschreven, zoals het verrichten van wonderen en het genezen van zieken. Door de magische kracht van de marabouts kan men ook hekserij beteugelen. Zo laten sommigen afgeknipt haar of nagels achter bij een marabout om de invloed van zwarte magie ongedaan te maken. Maar de marabout is ook de plaats waar gebeden wordt voor een goede oogst, een plek waar de kracht van God, de baraka, de levenskracht, geconcentreerd aanwezig is. De meest voorkomende vorm van de marabout is de qubba, een kubusvormig gebouw met een witte conische koepel als dak. Elke marabout heeft zijn eigen moessem, zijn religieuze jaarfeest, waarbij gelovigen komen bidden, offeren, zingen, dansen en eten.
Het woord islam betekent letterlijk 'overgave aan de wil van God'. Vijf maal per dag moet de islamiet in gebed en spreekt dan de shahada uit. 'La ilaha illa Allah. Muhammudu rasulu Allah.' 'Er is niets goddelijks behalve God. Mohammed is zijn profeet.' Moslims volgen een aantal richtlijnen die bekend staan als de Vijf Pilaren van de islam. De shahada, geloofsbelijdenis, is de eerste en belangrijkste van de vijf pilaren. Voorafgaand aan het gebed worden eerst gezicht, voeten en armen gereinigd. Het ritueel van het bidden, de salat, is de tweede pilaar. Vanaf de minaret wordt aangekondigd wanneer het tijd is voor de salat. De overige drie pilaren zijn: het geven van aalmoezen aan de armen ofwel de plicht tot zakat, het vasten tijdens de heilige maand ramadan, saum genaamd, en de hadj, de bedevaart naar Mekka.
Deze vijf pilaren staan in de koran, het heilige schrift van de islam die in de zesde eeuw werd opgetekend door de profeet Mohammed.
De islam werd in de zevende eeuw op het Arabisch schiereiland gesticht door de profeet Mohammed. Op zijn veertigste Mohammed kreeg hij een visioen waarin de stralende engel Gabriël hem de leer Gods meedeelde. Vanaf dat moment begon hij de nieuwe leer te prediken. De profeet keerde zich radicaal af van de geldende cultuur door Allah de hoogste autoriteit te maken en de principiële gelijkwaardigheid van man en vrouw te prediken en haar erfrecht te geven. Slaven die zich bekeerden werden vrijgekocht door zijn volgelingen. Met zijn stichting van de umma, de eenheid van alle gelovigen, doorbrak de profeet de sterk stamgebonden loyaliteit van zijn medemensen. Na elf jaar prediking werd de profeet zijn eigen stad Mekka uitgejaagd. De islam verspreidde zich na zijn dood in het jaar 632. Zijn visioenen en preken werden daarna op schrift gesteld en gebundeld in de koran die twintig jaar na zijn dood gereed was. Nog geen twee eeuwen later hadden het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika kennis gemaakt met de nieuwe religie. Naast de visioenen van de profeet, die gelijkstonden aan het woord van God werden zijn preken een belangrijke bron van gezag (de hadith). Verder werden een aantal geboden en verboden gebundeld tot de sharia, het islamitische recht. De islam is in veel opzichten verwant met de christelijke en joodse godsdiensten. Niet alleen de koran wordt door de islamieten als heilig boek beschouwd. Ook de bijbel is belangrijk in deze religie. Abraham of Ibrahim en Jezus ofwel de profeet Isa worden door hen beschouwd als belangrijke profeten. Er is een laatste dag, een hemel en een hel en er zijn duivels en engelen. Alleen kennen zij geen Messias en is de profeet Mohammed de belangrijkste en laatste boodschapper van God geweest.
In principe kunnen alle moslims optreden als imam, de voorganger in het gebed. Ook de muezzin die vijf maal daags oproept tot het gebed is geen beroepsgeestelijke. De belangrijkste verschillen die opvallen wanneer we kerken vergelijken met moskeeën is, afgezien van het verschil in bouwstijl, de afwezigheid in islamitische godshuizen van afbeeldingen van mensen, goden en dieren. De decoraties bestaan uitsluitend uit koranteksten, geometrische figuren en plantenmotieven. De nabootsing van de schepping is godslasterlijk.
Taal
In Marokko is het Arabisch in officiële aangelegenheden de voertaal. In de dagelijkse omgang wordt het derija, Marokkaans dialect gesproken dat veel Franse woorden en uitdrukkingen bevat. De berbers hebben hun eigen berbertaal waarvan drie varianten bestaan. Het Tarift wordt gesproken door bewoners van het Rifgebergte, het Tamazight is de taal van de berbers uit de Midden en Hoge Atlas, en de berbers uit de Anti Atlas en de Sousvallei spreken het Tashilhit. Alle drie de talen zijn verwant aan de oud-Egyptische taal. Ze kennen alleen een orale traditie en geen schrift. De meeste berbers spreken Arabisch omgekeerd spreken niet alle Arabisch sprekende Marokkanen berber. In 2004 werd het berberschrift (Tifinar) geïntroduceerd op een aantal scholen in Marokko.
Binnen het Arabische taalgebruik onderscheidt men drie registers. Het eerste is de gesproken taal, de informele taal die gesproken wordt op straat en die hoort tot de groep oosterse Arabische dialecten zoals het Syrisch, het Libanees of het Marokkaans. Deze taal bestaat niet in schrift. Naast de gesproken taal is er het Standaard Arabisch, de geschreven taal die in alle landen ongeveer hetzelfde is. Het is de taal van de krant maar ook de politici spreken het bij officiële redevoeringen. Het derde register is het klassieke Arabisch, de zevende eeuwse taal waarin de koran is geschreven. De kennis van deze taal is bij de meeste eerder passief en beperkt zich tot het kunnen opzeggen van koranpassages.
Ondanks dat je in veel situaties met Frans terecht kunt, wordt het toch op prijs gesteld als je een paar woorden in het Marokkaans dialect kunt zeggen. Let daarbij op de uitspraak:
sh = ‘sj’ zoals in sjofel
kh = als harde ‘g’
gh = tussen ‘r’ en ‘g’ in het Franse ‘Paris’
Goedendag/welkom (groet)
Salaam aleikoem/ ahlen wa sahlen
antwoord: wa aleikoem salaam / ahlen
Goedemorgen
Sbah el kheir
Goedeavond
Msaa el kheir
Tot ziens/daag
Beslama
Aangenaam
Metsherfien
Hoe gaat het met u?
Labas alik?
Goed, God zij geprezen
Labas, el hamdolaah
Bikheer, el hamdolaah
Wat is uw naam?
Ashnoe smietek?
Mijn naam is Khalid
Smietie Khalid
Spreekt u Frans/ Engels?
Tetkelim Francais/ Anglais?
Ik spreek geen Marokaans
Mekentkalamsh darija
Een beetje
Shwiya
Ja / Nee
Iejeh / la
Ik begrijp het niet
Mafhimt walo
Ik heb het begrepen
Enna fhimt
Dank u wel
Shoekran
Waar komt u vandaan?
Shnoe bladek
Ik kom uit Nederland/ België
Ana min hoelanda/ belgika
Marokko is een mooi land
El-maghrib bled zwiena
Ik heb geen tijd, een andere keer als God het wil
Ma 'aindiesh I-waqt, merrakhra inshallah
Goed
Mezjaan, beger, labas
Ober
Garçon
Heeft u ….?
Wesh andakum …?
Vlees/ kip/ vis/ brood
Lehem/ dzjez/ elhut/ elkhobz
Koffie/ thee
Qahwa/ atay
Mineraal water
Sidi ali, sidi harazam
Bier / wijn
Birra/ shrhrab
Het eten smaakt lekker
Makle eldida
Het is genoeg
Safie, baraka
Kan ik betalen?
Khlas, lehseb afak
Waar is …?
Feyn kena …?
Bank/ postkantoor
El banka/ el busta
Waar is het toilet?
Feyn keen toilet/ wc?
Links, rechts, rechtdoor
Lisser/ limen/ nishen
Ik wil hier stoppen
Brit nowkaf henna
Val me niet lastig
Safeh, khalini alik
Schande /schaam u!
Aïb
Mooi
Zwien (mannelijk), zwina (vrouwelijk)
Klein
Sghier (mannelijk), sghira (vrouwelijk)
Groot
Kbier (mannelijk), kbira (vrouweljk)
Hoeveel kost dit?
Shelhada (mannelijk), shelhadi (vrouwelijk)?
Dat is duur/ goedkoop
Hada ghali/ rakhies
Ik wil niks kopen
Mabrit walo
Cijfers
0 = cifr
1 = wahed
2 = zjoez
3 = tlataa
4 = rebâ
5 = khemsa
6 = setta
7 = sebâ
8 = tmenja
9 = tseoed
10 = âshra
20 = âshrien
30 = tlatien
40 = rabâien
50 = khemsien
60 = settien
70 = sabâien
80 = tmanien
90 = tessaien
100 = mija
1000 = alf
Praktische informatie
Ambassades
Ambassade van Marokko in Nederland
Oranjestraat 9, 2514 JB Den Haag
T 00 31 (0)70 346 96 17
F 00 31 (0)70 361 45 03
Ambassade van Marokko in België
St.Michielslaan 29, 1040 Brussel
T 00 32 (0)2 736 11 00
F 00 32 (0)2 734 64 68
Nederlandse Ambassade in Marokko
40 Rue de Tunis, 1000 Rabat
T 00 212 37 219 600
F 00 212 37 219 665
I
www.mfa.nl/rab Belgische Ambassade in Marokko
4-6 Avenue Mohammed El Fassi, 10000 Rabat
T 00 212 37 268 060
F 00 212 37 767 003
I
www.diplomatie.be/rabatnl Voor de meest actuele informatie verwijzen we naar de website van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken
www.minbuza.nl en het Belgische ministerie van Buitenlandse zaken
www.diplomatie.be.Bagage en kleding
We adviseren je om de bagage mee te nemen in een rugzak of in een weekendtas. Een koffer raden we sterk af voor onze reizen. Niet omdat je je rugzak/weekendtas nodig hebt om lange wandelingen met je bagage te maken (dat gebeurt dus niet!) maar omdat een koffer vaak moeilijk op te bergen is. We raden je aan om maximaal twaalf kilo bagage mee te nemen.
Wat betreft je kleding raden we je aan om praktische kleding mee te nemen die zich makkelijk laat combineren (laag over laag). We vragen je dringend om in je kledingkeuze respect te tonen voor de lokale cultuur/religie. Islamitische bezienswaardigheden kun je bijvoorbeeld alleen bezoeken als je decent gekleed bent. Hoe meer je je aanpast, hoe meer je met respect benaderd wordt. In het boekje 'Te Gast in ...' kun je hierover meer lezen. Mocht je twijfelen of nog vragen hebben, neem dan gerust contact op met ons kantoor.
We gaan er vanuit dat deelnemers hun eigen medicijnen meenemen. Handig is een middel tegen maag- en darmstoornissen, paracetamol, een setje spuiten/naalden, O.R.S., muggenolie, zonnebrandolie, pleisters. jodium, steriele hydrofiele gaasjes en wat verband.
Denk verder bij het samenstellen van je bagage bijvoorbeeld aan wandelschoenen, zaklamp, waterfles, naaigerei, wasmiddel, dagrugzak, universeel geldige verloopstekker, reis- en taalgids, oordopjes, opblaaskussen, voldoende fotomateriaal, lakenzak, toiletartikelen, badslippers, zwemkleding, wekker, schrijfgerei, schaartje, beker en een zakmes.
Een slaapzak is noodzakelijk in het voor- en naseizoen (tot en met mei, en na augustus), als je in de Erg Chebbi-woestijn wilt overnachten. In de zomermaanden volstaat dan een lakenzak.
Electriciteit
De netspanning in Marokko is 220 volt. Stroomstoringen komen zelden voor. In de Hoge Atlas, de Jebel Siroua en de Jebel Saghro hebben een groot aantal dorpen nog geen stroom. Een verloopstekker, reservebatterijen en zaklamp zijn raadzaam om mee te nemen. Kijk voor meer informatie over voltage en gebruikte stekkers op de website van
www.kropla.comFooien
In Marokko zijn fooien en baksjiesj helemaal ingeburgerd. Eigenlijk moet je ervan uit gaan dat na vrijwel elke bewezen dienst om baksjiesj gevraagd wordt. In cafés, hotels, bistro's en restaurants wordt een fooi van rond de tien procent verwacht. In Europa wordt het geven van fooien in de meeste gevallen gezien als een blijk van waardering, een extraatje als dank voor geleverde diensten. In een land als Marokko gaat het echter om méér dan een extraatje: de fooi is voor mensen die werkzaam zijn in het toerisme een onmisbare aanvulling op een laag lokaal salaris. Deze mensen zijn in veel gevallen ongeschoold of laaggeschoold. Werk in de toeristensector is vaak seizoensgebonden, en salarissen worden alleen uitbetaald over de gewerkte periode. Bovendien is de kans groot dat er een hele familie moet leven van een inkomen uit toerisme. Een fooi komt dus meestal rechtstreeks in handen van mensen die het hard kunnen gebruiken en hun achterban profiteert mee.
Bedelen komt redelijk veel voor in de Marokko. Door bedelaars geld te geven los je hun problemen allerminst op. Eerder worden ze op deze manier afhankelijk van dit soort inkomsten. De werkelijkheid achter elke bedelaar kan heel verschillend zijn. Voor sommigen is het de enige mogelijkheid om te kunnen overleven. Dat geldt bijvoorbeeld voor oude of invalide mensen. Die kun je natuurlijk een muntje geven, vooral wanneer je ziet dat de lokale bevolking het ook doet. Maar een grote groep bedelt omdat ze verslaafd zijn aan alcohol en/of drugs. Kinderen kun je in principe beter geen geld geven, hooguit fruit of iets anders te eten. Als kinderen op deze manier aan hun geld kunnen komen, zijn ze weinig gemotiveerd om nog naar school te gaan of te gaan werken.
Mogelijk word je aangesproken door kinderen die vragen om pennen of andere cadeautjes. Ga hier niet op in, het werkt opdringerig gedrag in de hand. Door in te gaan op de vraag om cadeautjes te geven help je zeker om het fenomeen in stand te houden, en dus ook om het idee in stand te houden dat toeristen niet met hetzelfde respect benaderd hoeven te worden als de lokale bevolking. Bovendien kunnen onderlinge verhoudingen verstoord worden: het kan – buiten het gezichtsveld van de gever – soms leiden tot ruzies en conflicten. Het kortdurende gevoel een kind blij te maken weegt niet op tegen de negatieve langtermijn effecten. Als je kinderen echt wilt helpen kun je beter een erkende ontwikkelingsorganisatie of een lokaal ontwikkelingsproject steunen.
Fotografie
Marokko is een fotogeniek land, niet alleen vanwege de natuur maar vooral ook vanwege de mensen. Over het algemeen vinden kinderen en mannen het geen probleem om gefotografeerd te worden, maar vrouwen hebben het vaak liever niet. Als je mensen fotografeert doe het dan met respect. Mensen staan er immers niet op te wachten om slechts als foto-object te dienen. Neem dan ook de tijd om een foto te maken en toon belangstelling, bijvoorbeeld door iemand eerst te begroeten en een praatje te maken. Het werkt vaak ook ontwapenend als de digitale fotograaf laat zien wat er op het beeldschermpje te zien is. Vraag mensen altijd eerst om toestemming als je ze wilt fotograferen. Dat kan soms ook zonder woorden: door de camera omhoog te houden en met gebaren duidelijk te maken dat je een foto zou willen maken. Een positieve of een afwerende reactie is meestal eenvoudig herkend. Respecteer het als mensen liever niet gefotografeerd willen worden en blijf vriendelijk. Mensen kunnen hele goede redenen hebben om niet gefotografeerd te willen worden. Mensen kunnen zich afvragen wat er met hun afbeelding gebeurt. Soms spelen religieuze motieven een rol: men denkt dat er met een foto een stukje van de ziel wordt ontnomen. Anderen willen liever niet tijdens het werk, ongewassen of in vieze kleren op de foto. Het kan ook gebeuren dat mensen alleen tegen betaling op de foto willen. Vooral op plaatsen waar veel toeristen komen, zoals op het Djemaa el-Fna plein in Marrakech zullen slangenbezweerders, goochelaars en andere artiesten om een fotovergoeding vragen. Respecteer deze voorwaarde en ga in een dergelijk geval niet van een afstand stiekem fotograferen. Dit kan aanleiding geven tot agressieve reacties.
Het is het streng verboden overheidsgebouwen, mensen in uniform, militaire objecten of vliegvelden te fotograferen of aan de grens opnames te maken.
Geldzaken
De munteenheid in Marokko is de dirham (MAD), onderverdeeld in 100 centimes. Er zijn biljetten van 200, 100, 50 en 20 dirham en munten van 10, 5, 1, 1/2 dirham en 20 en 10 centimes. Voor één euro ontvang je 11 dirham (september 2009). Kijk voor de actuele wisselkoers op:
www.oanda.com/convert/cheatsheet
Bij aankomst op de luchthaven in Marokko kun je euro’s wisselen en geld pinnen (behalve in Fès) met een giropas met Maestro- en cirruslogo. In de grotere steden zijn genoeg wisselkantoren en pinautomaten; ten zuiden van het Atlasgebergte zijn niet in alle plaatsen pinautomaten, wel in toeristenplaatsen als Ouarzazate, Tineghir en Zagora. Het is verstandig om ook een bedrag aan contante euro’s bij je te hebben in geval een pinautomaat niet functioneert. Let er wel op dat je de wisselnota’s en pinbonnetjes bewaart voor het geval je de dirhams weer in wilt wisselen. Beschadigde eurobiljetten worden niet geaccepteerd! Accepteer zelf ook geen beschadigde biljetten; die raak je namelijk moeilijk weer kwijt.
Creditcards worden geaccepteerd bij de luxere hotels en restaurants, en bij grote souvenirwinkels.
Zorg dat je altijd wat kleingeld bij de hand hebt voor bus, taxi, eten en drinken en vooral baksjiesj.
Banken zijn van maandag tot en met donderdag geopend tussen 8.30 tot 11.30 uur en 14.00 tot 16.30 uur, op vrijdag van 8.30 tot 11.15 uur en 14.30 tot 16.30 uur.
's Zomers en tijdens de ramadan sluiten banken vaak eerder. In havens en op vliegvelden zijn wisselkantoren geopend op aankomst- en vertrektijden.
Gezondheidsvoorschriften
Voor Marokko worden vaccinaties beslist aangeraden. Voor de actuele stand van zaken verwijzen we naar
www.lcr.nl, de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) dat de richtlijnen uitgeeft voor vaccinaties en preventie van malaria. Je kunt ook bellen met de Landelijke Vaccinatielijn voor Reizigers (0900-9584), circa € 0,45 per minuut. Reizigers uit België vinden vergelijkbare informatie op
www.itg.be, de website van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
Voor een advies op maat word je aangeraden vier tot zes weken voor vertrek contact op te nemen met je huisarts, de Reisdokter, een vaccinatieafdeling van de GGD, het Tropencentrum AMC in Amsterdam of Travel Clinic Havenziekenhuis in Rotterdam. Laat bij een bezoek altijd de geplande reisroute zien.
Neem een kleine reisapotheek mee met daarin o.a. jodium, pleisters, sterilon en middelen tegen koorts, diarree, verstopping, insectenbeten, zonnebrand en eventueel een middel tegen reisziekte. Denk ook aan een tekentang, thermometer (onbreekbaar), ORS (Oral Rehydration Salts, tegen uitdroging) en vitaminetabletten. Voor de hygiëne op reis o.a. een flesje desinfecteergel (daarmee kun je zonder water en zeep je handen wassen), ontsmettingsdoekjes en condooms. Als je naar een malariagebied gaat, denk dan aan anti-malaria tabletten en een geïmpregneerd muskietennet. Bovenstaande lijst is niet volledig, raadpleeg voor meer informatie over gezondheidsrisico's en de te nemen voorzorgsmaatregelen voor en tijdens de reis de website van Tropenzorg (
www.tropenzorg.nl) of ga langs bij je huisarts, apotheek of vaccinerende instelling.
Zorg dat je tijdens de reis het vaccinatieboekje en bloedgroepgegevens bij je hebt. Handig om mee te nemen is het Europees medisch paspoort, een document waarmee je in urgente situaties veel problemen kan voorkomen. Het paspoort is opgesteld in elf talen, waardoor de hulpverlener (in het buitenland) eenvoudig de gegevens van de patiënt, zijn of haar ziekten, aandoeningen en medicijngebruik kan opzoeken. Ook is vermeld wie de behandelende arts is en wie er in dringende gevallen gewaarschuwd kan worden. Het medisch paspoort is onder andere verkrijgbaar bij huisarts, de Reisdokter, apotheek en GGD.
Bij aankomst is het zaak de tijd te nemen om te acclimatiseren. Probeer na aankomst het lokale levensritme over te nemen. Uiteraard voorzover het reisschema dat toelaat. Sta vroeg op, neem tussen de middag een paar uur rust en ga bijtijds naar bed. De straling van de zon in de (sub)tropen is bijzonder sterk. Wees dus voorzichtig met zonnen en zet bij uitstapjes in de volle zon iets op je hoofd. Omdat je in de droge hitte ongemerkt veel vocht verliest, moet je steeds veel blijven drinken en wat extra zout op je eten strooien. Warme dranken zijn over het algemeen beter dan ijskoude. Je maag en darmen worden dan minder belast. Het water uit de kraan kun je beter niet drinken. Flessen gezuiverd drinkwater zijn bijna overal te koop. Mocht je diarree krijgen, let er dan vooral op dat je het extra vochtverlies compenseert: veel (slappe) thee, mineraalwater of eventueel cola zonder prik. Het zouttekort kun je opheffen met ORS (Oral Rehydration Salts) of bouillon. Het heeft geen zin bij buikloop te vasten. Door niet te eten geef je je maag en darmen wel rust, maar verzwakt je lichaam nog meer.
Lees voor meer informatie het boekje ‘Hoe blijf ik gezond in de Tropen’ (uitgave KIT) of kijk op internet, zie onder andere:
www.gezondopreis.nl.
Invoerbepalingen
Volwassen personen mogen belastingvrij 200 sigaretten of 250 gram tabak en 1 liter sterke drank of 3 liter wijn het land invoeren. In- en uitvoer van Marokkaans geld is verboden. De wisselkwitanties moet je bewaren om aan het eind van de reis de dirhams terug te kunnen wisselen. Als algemene bepaling geldt dat je alles wat je invoert op de heenreis (bijv. foto- en videocamera) ook weer uit moet voeren bij vertrek.
Tijdsverschil
In Marokko is het in de zomer twee uur eerder dan in de Benelux, in de winter is dat één uur.
Veiligheid
Marokko is een redelijk veilig land en geweld tegen toeristen komt slechts sporadisch voor. Zakkenrollen, tasjesroof en straatovervallen komen echter overal ter wereld voor, in Marokko vooral in de grote steden. Deze kleine criminelen zijn vooral actief in het gedrang op markten, in de bus en op busstations.
Soms biedt men jonge reizigers hasjiesj of kif te koop aan. Ga hier nooit en te nimmer op in. Op de handel ervan, zowel kopen als verkopen, staan in Marokko zeer zware straffen (sommige handelaars zijn verklikkers van de politie). Let er bij terugkeer naar Europa op dat men niets in je bagage stopt. Bij de grens wordt grondig gecontroleerd.
Het is verstandig om op je eigendommen te letten en mensen niet de gelegenheid te geven je spullen te stelen. Geld en belangrijke papieren kun je beter op je lichaam dragen, bijvoorbeeld in zakjes aan de binnenkant van je kleding of in een geldbuidel. Verdeel geld en documenten over verschillende plaatsen en meer personen. Laat geen geld of kostbare zaken los slingeren in de hotelkamer of tent. Draag foto- en filmapparatuur in een tas of rugzak, en loop niet te koop met sieraden. Maak kopieën van belangrijke reisdocumenten zoals het paspoort, visa, vliegtickets en verzekeringspapieren. Je kunt deze gegevens ook scannen en naar je eigen mailadres sturen zodat je er in elk willekeurig internetcafé over kunt beschikken.
Voor actuele informatie over de veiligheid in Marokko kun je je wenden tot het ministerie van Buitenlandse Zaken, algemene informatie: tel. 070-3486789; voor reisadviezen: tel. 070-34847600 of website:
www.minbuza.nl onder ‘reizen en landen’. Op deze website kun je ook de informatiefolder downloaden Wijs op Reis. Ook op de website van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken
www.diplomatie.be vind je nuttige reisadviezen.
Winkelen en openingstijden
In het weekend en op feestdagen zijn alle bedrijven, winkels en kantoren gesloten. Veel winkels (vooral buurtwinkels en souvenirwinkels) zijn zeven dagen per week open en hanteren ruime openingstijden. In de medina zijn veel winkeltjes op vrijdagmiddag gesloten in verband met het vrijdaggebed. Ook op zondag zijn ze steeds vaker gesloten. Gedurende de ramadan worden de openingstijden aangepast.
Musea en monumenten zijn dagelijks te bezoeken tussen 8.30 en 12.00 uur en 15.00 en 17.30 uur, behalve op dinsdag.