Land en landschap:
De totale oppervlakte van China beslaat 9.580.000 km² en het is daarmee het op twee na grootste land ter wereld. China is grofweg 300 keer groter dan Nederland en kan qua oppervlakte gemakkelijk met West-Europa worden vergeleken.
Landschappelijk is China onmetelijk divers: de uitgestrekte laagvlakte van het noordoostelijke deel; het heuvelachtige en waterrijke zuidoostelijke deel; het l-ssplateau van Centraal China; het hoogland van Tibet en Qinghai; de woestijn- en steppe gebieden van Xinjiang en Binnen-Mongolië en tenslotte het grillige karstlandschap van het zuiden met z'n klassiek aandoende uitzichten.
Topografisch gezien ligt China ingeklemd tussen Rusland, Kazakstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Mongolië en Korea in het noorden, en Pakistan, India, Nepal, Myanmar, Laos en Vietnam in het zuiden. De totale lengte van de landgrens bedraagt meer dan 20.000 km.
Tibet beslaat een gebied dat tweemaal zo groot is als Frankrijk en wordt voor een groot deel omsloten door China. In het zuiden grenst Tibet aan India, Nepal, Sikkim, Bhutan en Birma. Tibet wordt ook wel 'het Dak van de Wereld' genoemd omdat het overgrote deel van het land is gelegen tussen de 4000 en 5000 meter hoogte. Aan de zuidzijde ligt het Himalayagebergte met de hoogste toppen ter wereld. Noordelijk daarvan liggen onder meer uitgestrekte graslanden en hoogvlaktes tot 5000 meter. De hoogte heeft een ingrijpende invloed op de overlevingsmogelijkheden voor flora, fauna en de mens. Zowel planten als dieren hebben zich moeten aanpassen om hier te overleven. Helaas staat ook in Tibet de natuur steeds zwaarder onder druk, vooral als gevolg van kaalslag. In Tibet ontspringen enkele belangrijke rivieren van Azië zoals de Yangtzi en de Mekong. Een typisch Tibetaans dier dat we zeker zullen zien, is de yak. Dit langharige rund kan extreem lage temperaturen weerstaan en levert de bevolking melk, boter, kaas, vlees, leer en wol. Meest bijzondere 'diersoort' is natuurlijk de yeti, oftewel de 'Verschrikkelijke Sneeuwman', maar dat we deze legendarische bewoner van het hooggebergte zullen treffen, is zeer onwaarschijnlijk.
Tibet is gelegen in de ontoegankelijke bergen van de Himalaya. Door het natuurlijke en zelfgekozen isolement heeft het land altijd haar mysterieuze uitstraling behouden en tot ver in de twintigste eeuw waren buitenlandse bezoekers niet welkom. De geschiedenis van de Tibetanen gaat terug tot in de middeleeuwen. Al in de 7de eeuw heerste er onder Songtsen Gampo een machtig rijk dat belangrijke zijderoutes en gebieden in Nepal en Yunnan (China) domineerde. Toen dit rijk uiteenviel in kleinere feodale rijken, begonnen de kloosters snel aan macht te winnen. Het boeddhisme was al eeuwenlang de voornaamste religie in de omringende landen en drong ondertussen ook steeds meer tot Tibet door. Het boeddhisme werd hier niet klakkeloos overgenomen. Uit een mengeling van brahmanisme en de traditionele, animistische Bon-religie ontwikkelde zich het Tibetaanse boeddhisme en uiteindelijk het lamaïsme. In de loop der eeuwen kregen de kloosters steeds meer wereldlijke, politieke macht en in de zeventiende eeuw verkreeg de geelkapsekte na een conflict met de roodkapsekte, de absolute macht over het land. De leider nam de titel aan van Dalai Lama dat letterlijk 'Oceaan van Wijsheid' betekent. Iedere nieuwe Dalai Lama is een reïncarnatie van de voorgaande, iets wat middels speciale procedures wordt vastgesteld. De Dalai Lama was een absoluut heerser die regeerde over een arm land waar tot 1950 slavernij nog de gewoonste zaak van de wereld was.
Aan de heerschappij van de Dalai Lama kwam abrupt een eind toen buurland China in 1950 het land binnenviel en 'bevrijdde' van het juk van de geestelijken. De Chinese bezetting leidde tot een exodus van honderdduizend Tibetanen, 1,2 miljoen doden en vernietigde het overgrote deel van Tibet's culturele en religieuze erfenis. Van de 1600 kloosters zijn er slechts tien bewaard gebleven. De Dalai Lama vluchtte naar India waar hij nog steeds in ballingschap leeft. Het Tibetaanse volk had ondertussen zwaar te lijden onder de Maoïstische politiek en de Culturele Revolutie. Ondanks het verzet en protesten uit alle hoeken van de wereld is de aanwezigheid van China in Tibet onverzettelijker dan ooit. Door een politiek van culturele invasie, door 'import' van Chinezen, verstedelijking en Chinese bouwprojecten voltrekt zich een onomkeerbaar proces. Ondanks een geleidelijke toename van vrijheid voor de diverse culturen in China zelf, lijkt de Chinese regering vast van plan de controle in haar 'opstandige provincie' met strakke hand te behouden.
Nepal is een rechthoekig land dat van noordwest naar zuidoost een afstand heeft van ca. 850 km en een maximale breedte heeft van 220 km. Het is met een oppervlakte van 147.000 km² vier maal zo groot als Nederland. Het land ligt ingeklemd tussen het door China bezette Tibet aan de noordoostkant en India, dat het aan de overige drie zijden omgeeft. Nepal wordt gedomineerd door het hoogste gebergte ter wereld, de Himalaya, waarvan de hoogste bergketen het land grotendeels afgrendelt van Tibet met toppen zoals de Mount Everest - bij de Nepalezen bekend als Sagarmatha (8848 m) - Manaslu (8156 m) en de Lhotse (8516 m). Volgens de huidige stand van de wetenschap is de ontwikkeling van de Himalaya ongeveer 30 miljoen jaar geleden begonnen, toen de Indiase landmassa tegen het Euraziatische continent botste als gevolg van immense tektonische bewegingen in de afkoelende aardkorst. De Indiase schol schoof onder de Euraziatische met als gevolg het ontstaan van de Himalaya. Voor die tijd maakte het gebied waarin Nepal ligt deel uit van een oceaan, waarvan de Middellandse Zee nog een overblijfsel is. Hoog in de bergen worden dan ook ammonieten gevonden die aan toeristen worden verkocht voor enkele euro's.
De verscheidenheid aan natuur in Nepal is enorm doordat in een klein gebied met hoogteverschillen van kilometers veel klimaatzones vlak naast elkaar bestaan. Er zijn grote gebieden waar ijs en sneeuw eeuwig heersen en zeldzame diersoorten zoals het sneeuwluipaard voorkomen. Maar daarnaast zijn er jungles en grasvlaktes waar het 's zomers 40 graden kan worden. Hier lopen nog neushoorns en wilde buffels rond. Daartussen vinden we naald- en rododendronbossen en alpenweiden waar wilde geiten zwerven. Slechts een vijfde deel van het land is in cultuur gebracht, vooral in de vorm van prachtige terrassen waar rijst wordt verbouwd. Een groot deel van Nepal is door zijn bergachtige landschap nog nauwelijks ontsloten en uitsluitend te voet of met kleine vliegtuigen te bereiken. Vooral het noordwesten is schaars bevolkt en weinig aangetast door mensenhanden.
Wat nu Nepal is, was ooit een verzameling van kleine feodale staatjes, ingeklemd tussen Tibet en het Moghul India. In 1324 werden de kleine rijkjes onder de voet gelopen door een heerser uit Rajput, die op de vlucht was geslagen voor de moslims. Zijn afstammelingen zouden tot 1768 over Nepal heersen totdat het land werd overwonnen door de Gurkhas, een volk van Tibetaans-Mongoolse oorsprong. De Gurkhas die bekend stonden uitmuntende strijders te zijn, deden tevens een poging Tibet te bezetten. Zij werden niettemin verslagen door de Chinezen die voor korte tijd ook Nepal bezetten. In 1791 sloten de Gurkhas een verdrag met de Britten in India, maar grensgeschillen leidden in 1814 tot een oorlog tussen Groot-Brittannië en Nepal. In een afgedwongen wapenstilstand in 1816, moest Nepal een groot gedeelte van haar grensgebieden afstaan aan Brits-Indië.
In 1923 werd de onafhankelijkheid van Nepal officieel. Om als geïsoleerd, klein koninkrijk ingeklemd tussen twee grootmachten de onafhankelijkheid veilig te stellen, probeerde koning Birendra de relaties met India en China niet te verstoren. In 1990 werd het verbod op politieke partijen opgeheven en niet veel later werd er een nieuwe grondwet ingesteld. Momenteel is Nepal een constitutionele monarchie met een meerpartijenstelsel. Koning Birendra is in 2001 door een familielid vermoord, en inmiddels door zijn broer opgevolgd.
Bevolking en cultuur:
China heeft ruim een miljard inwoners. Ongeveer 20 % hiervan woont in de stad, de rest woont op het platteland. Om de enorme bevolkingsgroei een halt toe te roepen, heeft de Chinese regering de één-kind politiek in het leven geroepen. De mensen in de stad worden gedwongen om slechts 1 kind te nemen. Als ze meer kinderen krijgen, dan moeten ze op andere punten inleveren. Dat wil zeggen dat ze bijvoorbeeld in een klein huis moeten wonen en dat de scholing voor de kinderen niet meer gratis is. Als je een tweeling krijgt, dan geldt dat niet.
Ongeveer 93 % van de Chinezen zijn Han Chinezen. Verder zijn er nog zo'n 55 minderheden, die voornamelijk in de grensstreken wonen. Tijdens onze Groots China reis zullen we deze minderheden bezoeken: de Bai bevolking in Dali, de Naxi bevolking in Lijiang en de Sani en Yi bevolking in het Stenen Woud.
De Tibetaanse bevolking bestaat oorspronkelijk uit een verzameling van zeer uiteenlopende culturen. Sinds de Chinese bezetting zijn ook buiten Tibet, in onder andere India en Nepal, grote Tibetaanse gemeenschappen te vinden. Door de actieve immigratiepolitiek van China leven er naast de lamaïstische Tibetanen tegenwoordig buitengewoon veel Han-Chinezen in Tibet. Zij wonen voornamelijk in de grotere plaatsen zoals Lhasa en Shigatse en zijn actief in de industrie, handel en het leger. De meeste Tibetanen leven van de landbouw en de veeteelt. De veelzijdigheid van de Tibetaanse bevolking is goed te zien op bijvoorbeeld de Barkhor Bazar in Lhasa. Vanuit het gehele land komen hier pelgrims naartoe om te bidden, waarbij onder andere de nomadische Kampa opvallen.
De ruim 21 miljoen inwoners van Nepal zijn onder te verdelen in circa 35 verschillende etnische groepen die ieder hun eigen taal en cultuur hebben. Grofweg vallen deze bevolkingsgroepen uiteen in drie hoofdgroepen: de Indo-Ariërs, de Tibeto-Birmanen (waaronder de Newars) en de uit Tibet afkomstige bewoners onder wie de Sherpa's. Ongeveer veertig procent van de bevolking woont in de vlakke en vruchtbare Terai, de overige zestig procent woont in de heuvels en de bergen. De hooggelegen delen van de bergen zijn zeer dun bevolkt.
Godsdienst:
De drie grootste godsdienstige stromingen in China zijn het boeddhisme, het confusionisme en het taoïsme. Hoewel de historie van deze drie volkomen van elkaar verschillen, hebben de stromingen toch aardig wat overeenkomsten. Zo zijn de grondleggers geen goden, maar mensen van vlees en bloed. Ook zijn ze meer een levenswijze, of filosofie, dan een godsdienst.
Boeddhisme: De Boeddha werd geboren in Lumbini, in de Nepalese Terai, in de 6de eeuw v. Chr. Tijdens zijn luxe leven als prins werd hij geconfronteerd met het lijden van de mensen om hem heen. Na een lange meditatie verwierf hij verlichting en begon een nieuwe levensleer te verkondigen. Het boeddhisme is feitelijk een hervormingsbeweging van het hindoeïsme en veel elementen van beide religies komen overeen. Op een aantal belangrijke aspecten verwierp de Boeddha de gangbare leer. De Brahmaanse rituele verering van de goden en het kastensysteem waren twee belangrijke zaken die hij verwerpelijk vond.
In navolging van het hindoeïsme beweerde de Boeddha dat alles wat bestaat een eeuwige opeenvolging van ontstaan en vergaan is waaraan in principe niets kan ontsnappen; niet de goden, niet het universum, niet de mensen. Het is hem, de Boeddha, evenwel gelukt om uit dit eeuwige rad van wedergeboorten los te komen. Zijn leer is een manier om het dagelijks leed te ontstijgen en naar het nirvana te gaan, een staat van tijdloze rust en eenheid met alles. Belangrijk zijn de vier edele waarheden. 1. Alle leven is lijden. 2. Dit lijden is het gevolg van onze begeerten. 3. Door het opheffen van die begeerten kan men een einde maken aan het lijden. 4. Het opheffen van de begeerten wordt bereikt door het bewandelen van `de juiste weg'. Die juiste weg bestaat uit het achtvoudige pad; een systeem van denken en handelen dat ervoor zorgt dat het karma verbetert van degene die het bewandelt. Naarmate het karma verbetert door het bewandelen van de juiste weg, reïncarneert men in reinere vormen. Tenslotte bereikt men het stadium van bodhisattva, waarin men niets anders meer verlangt dan het geluk van alle anderen. Vervolgens lost men op in het nirvana, de staat van verlichting waarin men beseft dat alles wat bestaat een illusie is, slechts een luchtspiegeling van een ondeelbare eenheid die in zichzelf rust.
De belangrijkste vorm in het huidige China is het mahayana-boeddhisme ofwel het grote voertuig dat alle wezens verlossing belooft met behulp van bodhisattva's. Bodhisattva's zijn diegenen die verlicht zijn maar daar vanaf zien en hun eigen overgang naar het nirvana uitstellen om zich in te zetten ter verlossing van de gehele mensheid. Ze proberen de mens een goed karma over te dragen en zo naar de verlichting te leiden. Het boeddhisme ontwikkelde zich tussen de derde en de zesde eeuw na Chr. en werd vermoedelijk geïntroduceerd door Indiase handelaren die boeddhistische priesters meenamen op hun reizen. Al snel ontstonden er kloosters in heel China. Deze kloosters hadden dezelfde rol als de kerken in Europa ten tijde van de middeleeuwen en fungeerden naast godsdiensthuis ook als herberg, ziekenhuis en weeshuis. Reizigers en vluchtelingen konden er altijd onderdak vinden.
Taoïsme: Het taoïsme is de enige godsdienst die ontstaan is in China zelf. Het boeddhisme komt uit India en het confusianisme is in hoofdzaak een levenswijze. De stichter van het taoïsme was Lao Tse, wat 'grote, oude meester' betekent, en naar zeggen werd hij geboren in het jaar 604 na Chr. Er zijn niettemin twijfels aan het feit of de man überhaupt wel geleefd zou hebben. Er is niets over hem bekend, zelfs niet zijn naam. De mythe vertelt ons dat Lao Tse werd geboren als een oude man met wit haar en een lange baard, nadat hij 82 jaar in de baarmoeder van zijn moeder had gezeten.
Het concept van het taoïsme is dao. Hoewel een exacte vertaling niet mogelijk is, betekent het zoiets als het pad, de weg, maar ook de methode of principe. Zelfs de Chinezen zelf kunnen het begrip maar moeilijk vertalen. Een ander concept heet wu wei, het 'niet handelen' of met de stroom mee zwemmen. Dit is tevens het afzien van zaken die tegen de draad van de dingen ingaan. De loop der gebeurtenissen in het heelal wordt bepaald door twee tegenovergestelde polen: yin en yang. Yang is het mannelijke, helder en de hoge hemel. Yin wordt beschouwd als vrouwelijk, duister, passief, en onpeilbaar diep. Zonder yin bestaat er geen yang en zonder yang geen yin.
Confusianisme: De ideeën van Confusius (5de eeuw v. Chr) zijn al 2000 jaar lang van invloed op de Chinese cultuur en juist om die reden worden zijn filosofieën hier kort beschreven. Het confusianisme is geen godsdienst, eerder een praktisch, ethisch systeem, een stelsel van wet en orde. Wel werd de wijsgeer vereerd als een god waaraan talloze offers werden gebracht. Zoals het universum wordt bepaald door de orde en het ritme in de wereld, zoals de zon, de maan en de sterren bewegen volgens de wetten van de natuur, zo moet de mens leven in het kader van de wereldorde. Dit idee is op zijn beurt weer gebaseerd op het idee dat mensen het vermogen hebben om te kunnen leren.
Confusius ging uit van een strenge hiërarchie en definieerde deze zeer helder en precies. Alleen als elk afzonderlijk lid van de samenleving volledige verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar positie, kan de maatschappij als geheel goed functioneren. Aan familiebanden en sociale betrekkingen werd fundamentele betekenis toegekend. Tussen vader en zoon, (de zoon moet de vader zonder voorbehoud gehoorzamen), tussen man en vrouw (vrouwen hebben nauwelijks individuele rechten), tussen oudere en jongere broer, tussen vrienden onderling en tussen heerser en onderdaan.
De belangrijkste religie in Tibet is het lamaïsme, voortgekomen uit een mix van de animistische Bon-religie en het tantrisch boeddhisme. Er zijn meerdere sekten, waarvan de Gelukpa of geelkapsekte (herkenbaar aan de goudgele mutsen) de belangrijkste is met de Dalai Lama die in ballingschap leeft, als leider. De Panchen Lama behoort tot de roodkapsekte. Beiden lama's worden beschouwd als levende boeddha's. Hoewel er tijdens de Chinese overheersing veel religieuze bouwwerken zijn vernietigd, blijven de overgebleven kloosters kenmerkend voor het Tibetaanse landschap. Vooral tijdens de bezoeken aan de Tibetaanse lamakloosters zijn de religieuze aspecten duidelijk terug te vinden.
Nepal is het enige hindoe koninkrijk ter wereld. De koning van Nepal wordt vereerd als de belichaming van de god Vishnoe. Naast het hindoeïsme dat door het overgrote deel van de Nepalezen wordt beleden, is het boeddhisme de tweede godsdienst. Beide godsdiensten zijn in Nepal zo met elkaar verweven dat het bijna onmogelijk is om ze te scheiden. Een van de bindende factoren van de religies vormt de tantra, een geheimzinnige en symbolische, religieuze filosofie die tussen de tiende en vijftiende eeuw is ontstaan. In het tantraïsme speelt de verering van demonen een belangrijke rol.
Een zeer kleine minderheid in Nepal is islamitisch. De godsdienst speelt een uiterst belangrijke rol in het dagelijkse leven. Door het hele land komen we kleine heiligdommen, tempels, godenbeelden, heilige afbeeldingen en mystieke symbolen tegen en overal zijn mensen bezig met uitvoeren van religieuze handelingen. De religie heeft ook duidelijk zijn weerslag op de kunst en in de architectuur. Bekend voorbeeld van deze laatste is de stoepa, de unieke koepelvormige tempel die een relikwie van Boeddha bewaart. Boeddha werd geboren in Lumbini, in de Nepalese Terai, in de 6de eeuw v. Chr. Tijdens zijn luxe leven als prins werd hij geconfronteerd met het lijden van de mensen om hem heen. Na een lange meditatie verwierf hij verlichting en begon een nieuwe levensleer te verkondigen. Het boeddhisme is feitelijk een hervormingsbeweging van het hindoeïsme en veel elementen van beide religies komen overeen. Op een aantal belangrijke aspecten verwierp Boeddha de gangbare leer. De Brahmaanse rituele verering van de goden en het kastensysteem waren twee belangrijke zaken die hij verwerpelijk vond. De grondgedachte van het boeddhisme is dat het werelds bestaan lijden inhoudt, een kringloop van wedergeboorten (reïncarnaties) waaruit de mens zich moet bevrijden.
Het hindoeïsme is niet gesticht door één profeet of gegrondvest op één boek, maar op een bouwwerk van boeken, meesters, godenvereringen, kasten en leefregels. Het woord zelf is bedacht door de islamieten die het subcontinent vanaf de 9de eeuw binnenvielen en alle heidense praktijken die ze er aantroffen, samen hebben gevat met het woord `hind'. Het hindoeïsme is feitelijk een samenklontering van religies. Maar in het woord 'religie' komt de alomvattendheid van het hindoeïsme niet tot uiting. De godenverering is heel belangrijk in het hindoeïsme. Volgens sommige geschriften zijn er 330 miljoen goden.
Typerend voor het hindoeïsme is het kastensysteem, de indeling van de bevolking in een hiërarchie van overgeërfde sociale klassen. Elke hindoe wordt geboren in een kaste waarvan hij de rest van zijn leven deel blijft uitmaken. De hoogste kaste is die der Brahmanen of Bahuns, waaruit de geestelijkheid voortkomt. Daaronder staat de kaste der Ksatriya's of Chettri's, de soldaten en bestuurders. Eigenlijk is dit de kaste met de ware macht. Brahmanen dienen zich niet zo bezig te houden met succes in het ondermaanse, maar kunnen wel grote invloed uitoefenen doordat ze de schriftgeleerden zijn en een intieme relatie onderhouden met hun godenwereld. Weer een stapje lager op de ladder staan de Vaisya's, die de kaste der handelaars vormen en tenslotte is er de grote massa van de Sudra's, de boeren. Wat rest, is nog een kasteloze groep, de Paria's. Deze mensen worden als zeer onrein beschouwd en mogen slechts de meest vieze karweitjes opknappen, zoals rioolreiniging en lijkverbranding. Maar door de toenemende bevolkingsdruk in de Kathmanduvallei, die een schrijnende werkeloosheid met zich meebrengt, zie je langzaam een verschuiving optreden.
Elke hindoe heeft een klein huisaltaar waar de lievelingsgoden een plaatsje hebben. Het zijn meestal veelkleurige afbeeldingen van deze goden, die in onze ogen meer iets weg hebben van fantastische stripverhaalfiguren. Sommige mensen richten zich vooral op Vishnoe, anderen meer op Shiva, maar in geen enkel huis ontbreken Ganesh (de god van wijsheid en geluk met het olifantenhoofd) en Lakshmi.
De belangrijkste puja's die dagelijks in de tempels worden gehouden, vinden plaats bij zonsop- en zonsondergang. Onder het geroffel van trommels, het rinkelen van belletjes, het geluid van blaasinstrumenten en het reciteren van de veda's wordt er een offer gebracht dat de vier elementen, lucht, aarde, water en licht of vuur vertegenwoordigt. Een ander belangrijk religieus gebeuren is darshan, ofwel het zien van een beeld van de god, of zoals in Kathmandu de levende godin Kumari. Bij processies worden godenbeelden rondgedragen zodat de mensen de goden kunnen zien, want dat is bevorderlijk voor het zielenheil. Prasad is geheiligd voedsel, dat eerst geofferd wordt aan de god(in) en daarna genuttigd wordt ter bescherming.