Dag-tot-dag beschrijving
Dag 1: Vertrek Amsterdam/Brussel - Aankomst Delhi
Je vliegt naar Delhi, de hoofdstad van India, waar je 's nachts of de volgende ochtend zult aankomen. De reisbegeleiding haalt je af van de luchthaven en brengt je naar het hotel.
Dag 2: Delhi
Eenmaal uitgeslapen heb je ruim de tijd om de eerste indrukken van deze hectische stad op je te laten inwerken. Na een korte introductie door de reisbegeleiding kun je kiezen of je op eigen houtje Delhi gaat verkennen of dat je je inschrijft voor een georganiseerde stadstour. Misschien dat je al eens eerder in deze stad van uitersten was, maar anders zal deze eerste kennismaking een indrukwekkende ervaring voor je zijn. Waar je ook kijkt, overal word je geconfronteerd met het chaotische straatbeeld. Wat maken die toeterende riksja's toch een lawaai! Nou, die knetterende brommertjes kunnen er anders ook wat van. Waarom word ik niet met rust gelaten door die bedelaar? Staat daar midden tussen het verkeer bij het stoplicht geen olifant te wachten? Inderdaad, het is echt zoals je het in de reisgidsen leest: twee heilige koeien, die midden op de weg zijn gaan rusten, zijn de oorzaak van een enorme verkeersopstopping.
Delhi is de hoofdstad van India en kan grofweg opgedeeld worden in twee delen: Nieuw-Delhi en Oud-Delhi.
Nieuw-Delhi is het rijke deel van de stad met haar villa's, ambassades, koloniale overheidsgebouwen en de zetel van de regering. Enorme grasvelden en bomen worden iedere dag met water besproeid, zodat dit stadsdeel een groene oase vormt in een verder droog en stoffig landschap. Hier vind je de India Gate, een triomfpoort aan het oostelijke uiteinde van de koninklijke avenue Rajpath. Helemaal aan het andere eind ligt het Rashtrapati Bhavan, de officiële residentie van de president. De architectuur van dit immense paleis vertoont een interessante mix van zowel Moghul als Westerse stijlen. Aan de koele en schaduwrijke zuilengalerijen van de wereldberoemde rotonde Connaught Place liggen de duurdere restaurants en sjiekere winkels. Wil je even helemaal weg van de drukte, dan biedt een lunch op het tuinterras van het dure Imperial Hotel wellicht uitkomst. Dit sfeervolle witte hotel is gelegen aan Janpath, verscholen achter een hele reeks souvenirwinkeltjes.
Het overgrote deel van de tien miljoen inwoners van Delhi leeft echter in Oud-Delhi, een ommuurde stad met poorten, nauwe steegjes, tempels, moskeeën en bazaars. Dit stadsdeel geeft een beter beeld van het drukke India zoals je dat tijdens de rest van de reis nog zult tegenkomen. Hier vind je ook de vele historische monumenten die het bewogen verleden van deze stad laten zien. Het Rode Fort en de Jama Masjid (India's grootste moskee, gebouwd in Afghaanse stijl) zijn hier de belangrijkste bezienswaardigheden, maar het echte Indiase leven vind je gewoon op straat. Al slenterend over de eindeloze bazaars is het niet moeilijk om een schat aan indrukken op te doen. Het zal moeilijker zijn om met lege handen weer terug te keren naar het hotel, want Delhi nodigt uit tot het kopen van de eerste souvenirs. De twee belangrijkste bazaars zijn te vinden aan Chandni Chowk en in de wijk Karol Bagh.
Kortom, Delhi is een stad waar niemand zich hoeft te vervelen. Het is echter verstandig, zeker als je net in India bent aangekomen, om niet te veel te willen doen in een korte tijd. Neem de tijd om te acclimatiseren. Wellicht is het een goed idee om je in te schrijven op een facultatieve stadsexcursie die de reisbegeleiding voor je kan organiseren. In een volle of een halve dag bezoek je dan de belangrijkste hoogtepunten van deze adembenemende stad.
Behalve de eerder genoemde attracties zul je daarbij meestal ook een bezoek brengen aan de Raj Ghat (de plek waar in 1948 Mahatma Ghandi gecremeerd werd), de tombe van Humayun (een prachtig voorbeeld van de Moghul-architectuur), de Tempel van Lakshmi Narayan (gebouwd in de typische Orissa-stijl), het Jantar Mantar (observatorium) en in sommige gevallen ook de verder weg gelegen Bahai-tempel (in de vorm van een lotusbloem, opgetrokken uit wit marmer) en het Qutab Minar-complex (met o.a. de beroemde 73 meter hoge minaret). Vaak is het mogelijk om de te volgen route van te voren af te spreken. De reisbegeleiding kan je er meer over vertellen.
Houd er rekening mee dat tegenwoordig voor een steeds groter aantal bezienswaardigheden entree betaald moet worden. Dit geldt niet alleen voor Delhi, maar ook voor andere plaatsen later op de route. De entreeprijzen kunnen variëren van enkele tientallen roepies tot tien dollar, maar zijn aan regelmatige verandering onderhevig. Vaak moet je ook nog een apart bedrag betalen voor een foto- en/of videocamera.Dag 3: Delhi - Gwalior - Orchha
In de vroege ochtend word je naar het station gebracht om vervolgens op de trein te stappen naar Gwalior, waar je rond de middag zult aankomen. Hier heb je de mogelijkheid een bezoek te brengen aan één van de oudste en grootste forten van India. Binnen de vestingwallen bevinden zich verscheidene interessante tempels en paleizen. Ook de moeite waard is het Jai Vilas Museum, dat vol staat met de meest uiteenlopende spullen uit de bizarre verzamelingen van de maharadja’s.
Na voldoende tijd bij in Gwalior besteed te hebben, reis je in nog eens drie uur met de bus verder naar Orchha. Dit landelijk gelegen plaatsje was ooit eens de hoofdstad van de Bundelas, een Rajput-volk dat vanuit hier ruim tweeënhalve eeuw de omliggende gebieden regeerde. Tegenwoordig is Orchha niet meer dan een dorp, temidden van goed onderhouden paleizen en tempels uit de zestiende tot achttiende eeuw. De belangrijkste hiervan werden beschermd door de hoge muren van het fort, strategisch gelegen op een eiland in de Betwa-rivier.Dag 4: Orchha
Een hele dag heb je nog om Orchha te ontdekken. Doordat het plaatsje nog niet door de grote toeristenstroom wordt bezocht, heeft het zijn charme weten te behouden. Alle bezienswaardigheden zijn gemakkelijk te voet te bereiken. De belangrijkste zijn het Jehangir Mahal-paleis, de Ram Raja-tempel - van oorsprong een paleis - en de tempel van Lakshmi Narayan, die bekend staat om de goed geconserveerde muurschilderingen. Wil je even rustig bijkomen van het geslenter, bezoek dan de ommuurde Phool Bagh, een verkoelend park, aangelegd ter nagedachtenis van volksheld Dinman Hardol.
Het einde van de middag is de beste tijd om de sierlijke Chhatris, grafmonumenten opgericht voor de heersers van Orchha te bezoeken, schilderachtig gelegen aan de Betwa-rivier even ten zuiden van het dorp. De zonsondergang is het beste gade te slaan vanaf de oevers aan de overkant van de rivier.Dag 5: Orccha - Khajuraho
De rit van Orchha naar Khajuraho duurt ongeveer vijf uur en voert je door een landelijke omgeving vol akkers en kleine dorpjes.
De tempels van Khajuraho dateren uit de tiende eeuw, toen de Chandelas over de omliggende gebieden regeerden. Eeuwenlang bood deze dynastie tegenwicht aan het machtige rijk van de Moghuls in het westen. Door de afgelegen ligging wisten de tempels toen de Chandelas uiteindelijk het onderspit moesten delven - aan de vernietigingsdrang van de Moghuls te ontkomen. Nog steeds ligt Khajuraho ver van alle doorgaande routes. En ondanks dat de wereldberoemde tempels vaak in één adem worden genoemd met de Taj Mahal en plaatsen als Jaipur en Varanasi, is de sfeer er aanmerkelijk rustiger. De tempels, met daarop afbeeldingen van de meest uiteenlopende aspecten van het toenmalige Indiase leven, zijn staaltjes van de beste Indo-Arische architectuur. Nog steeds is het hele scala aan goden en godinnen, krijgers en muzikanten, echte en mythische dieren goed te onderscheiden. Khajuraho is echter beroemd geworden door de weinig verhullende weergave van vrouwen en erotiek. De hele Kama Sutra is op de tempels terug vinden.Dag 6: Khajuraho
De tempels van Khajuraho zijn onderverdeeld in een westelijke, een oostelijke en een zuidelijke groep. De westelijke groep wordt het meest bezocht. Hier vind je de Lakshmana-tempel, gewijd aan Vishnu. Dit is de oudste en best bewaard gebleven tempel van de hele groep. De Kandariya Mahadeva-tempel, gewijd aan Shiva, is daarentegen de grootste en volgens velen ook de mooiste, met uitbundig beeldhouwwerk en in totaal maar liefst 226 beelden.
De oostelijke groep omvat in het ommuurde gedeelte een paar interessante jain-tempels. Vooral de Parsvanath-tempel valt op vanwege de zeer gedetailleerd uitgehouwen beeltenissen. De tempel, daterend uit het jaar 950, werd oorspronkelijk gewijd aan jain-meester Adinath, maar sinds in de vorige eeuw zijn beeld werd vervangen door dat van een andere meester (Parsvanath), is de naam al naar gelang aangepast. De zuidelijke groep bevat slechts twee tempels en ligt op fietsafstand van Khajuraho.
Tijdens het jaarlijks in februari of maart gehouden Khajuraho-dansfestival zijn er optredens van beroemde Indiase klassieke dansers bij de tempels bij te wonen.Dag 7: Khajuraho - Satna - Pachmarhi Nationaal Park
Vandaag heb je een lange reisdag voor de boeg, dus vroeg uit de veren. Het is ongeveer vier uur rijden met de bus naar de stad Satna. De route voert je door een bosrijk gebied, vlak langs de grenzen van het Panna Nationaal Park. In Satna stap je op de trein naar het kleine plaatsje Piparia, een mooie tocht van ruim zes uur. Op het station staat de bus klaar die je al slingerend de laatste 50 kilometer het Pachmarhi-plateau op brengen. Al naar gelang de trein die je neemt (en de eventuele vertraging waar je in India altijd rekening mee moet houden), kom je vroeger of later aan. De kans is zeker aanwezig dat je het laatste stuk van deze reisdag in het donker aflegt.Dag 8: Pachmarhi Nationaal Park
Pachmarhi is een klein en vriendelijk 'hill station', gelegen op zo'n 1100 meter hoogte op de gelijknamige hoogvlakte. Het is nog nauwelijks bekend bij buitenlandse toeristen en wordt vooral bezocht door Indiase vakantiegangers, die hier komen voor de rust en de prachtige natuur. Vooral wanneer de temperatuur in het laagland begint te stijgen tot zinderende hoogte, is het op het Pachmarhi-plateau nog aangenaam toeven. Her en der tref je nog oude landhuizen aan uit de tijd van de Engelse overheersing.
Vanuit Pachmarhi kun je eenvoudige korte wandelingen maken naar een paar uitzichtspunten in de directe omgeving. Een gids is voor deze wandelingen niet echt nodig. Mocht je daarentegen langere treks gaan maken, dan raden we een lokale begeleiding beslist aan. Op verschillende plaatsen in Pachmarhi zijn fietsen te huur, vooral handig als je van plan bent de verder gelegen uithoeken van het plateau te verkennen. De wegen en paden zijn over het algemeen redelijk begaanbaar met de fiets. En aangezien je al bovenop het plateau bent, valt het met het stijgen en dalen ook reuze mee.
Enkele kilometers vanaf het busstation vind je de aan Shiva toegewijde tempel van Jatashankar, verscholen in een kloof onder een overhellende rots. Wat verder weg bevinden zich enkele watervallen, waarvan de Bee Falls de bekendste en meest toegankelijke zijn.Dag 9: Pachmarhi Nationaal Park
Vrije dag. Een aanrader is een bezoek aan Chauragarh, de heilige schrijn van Shiva, gelegen op de top van de hoogste berg van het Pachmarhi-plateau. Je kunt Chauragarh alleen maar te voet bereiken, via een schitterende pelgrimsroute vanaf Mahadeo, waar je eerst nog een paar eeuwenoude grotschilderingen kunt bewonderen. Het pad naar boven is niet moeilijk te vinden en volgt voor grootste gedeelte een licht hellende parcours, maar hou ook rekening met een aantal steile trappen. Eenmaal boven kun je genieten van het prachtige uitzicht, alsmede van een bizarre verzameling drietanden, die in de loop der jaren door de duizenden pelgrims naar boven zijn gebracht. De wandeling naar boven (vanaf Mahadeo) duurt twee a drie uur. Zorg voor voldoende water en bescherming tegen de felle zon.
Het ook mogelijk om per jeep - in een halve of een hele dag - de belangrijkste bezienswaardigheden van het plateau te bezoeken. Jeeps zijn te huur vanaf het busstation. Je kunt ook de reisbegeleiding vragen een excursie te regelen.Dag 10: Pachmarhi Nationaal Park - Bhimbetka - Sanchi
In de ochtend daal je weer met de bus af naar Piparia. Vanaf daar reis je met de bus verder naar Sanchi, nog zeker zeven uur rijden in noordwestelijke richting. Ongeveer halverwege maak je een stop bij het dorp Bhimbetka. Hier - aan de rand van het Vindhya-gebergte - zijn 700 grotten uit de Steentijd opgegraven. Op de muren en plafonds zijn honderden schilderingen aangebracht. Het betreft voornamelijk scènes uit het dagelijkse leven.
Sanchi is een vredig plaatsje, een kleine vijftig kilometer ten noordoosten van Bhopal. Het is vooral bekend om zijn oude boeddhistische bouwwerken. Hoewel Sanchi als zodanig geen directe link heeft met het leven van de Boeddha zelf, was het de legendarische keizer Ashoka - die zich tot het boeddhisme bekeerde - die hier in de derde eeuw v. Chr. de eerste stoepa's liet bouwen. De eeuwen daarna werden daar steeds meer religieuze gebouwen aan toegevoegd en al snel groeide Sanchi uit tot een van de belangrijkste boeddhistische centra van de regio. Toen later het hindoeïsme zich over India verspreidde, raakte de plaats echter in verval en ten slotte in vergetelheid. Pas aan het eind van de 18de eeuw werd begonnen met de restauratie en reconstructie van het oude Sanchi.
De rest van de dag heb je de tijd om op je gemak de vele stoepa's en tempels te bekijken. De Great Stupa boven op de heuvel is de meest in het oog springende. De toegang tot het terrein van deze zestien meter hoge stoepa wordt verschaft door een viertal fijn bewerkte 'toranas' (toegangspoorten), welke tot de hoogste staaltjes van boeddhistisch kunst in heel India behoren.
Houd er rekening mee dat je bij het bezoeken van boeddhistische stoepa's en de tempels altijd met de wijzers van de klok mee loopt.Dag 11: Sanchi - Ujjain
Een vier uur durende busrit brengt je naar Ujjain, één van de oudste en heiligste steden van het Hindoeïsme. De stad ligt aan de rechteroever van de Sipra-rivier, de plek waar eens in de twaalf jaar het geweldige Kumb Mela-festivalgehouden wordt. Miljoenen gelovigen stromen dan toe voor een onderdompeling in de rivier. In de stad vind je een aantal belangrijke tempels, zoals de gerestaureerde Mahakaleshwara-tempel, waarvan alleen nog de klassieke poort - Chaubis Khanba Ghaj - authentiek is, en de Chintaman Ganesha-tempel, met in de vergaderzaal fijnzinnig besneden zuilen uit de tijd van de Paramara's. Je kunt de tempels in Ujjain bekijken, of een bezoekje brengen aan de 'ghats' - de trappen die naar de rivier leiden. De belangrijkste is Ram Ghat, tamelijk dicht bij de Harsiddhi-tempel, de andere ghats liggen een stuk ten noorden van het centrum. Als je geluk hebt is er juist een ritueel aan de gang.
Dag 12: Ujain - Mandu
Via de industriestad Indore reis je in ongeveer zes uur naar het interessante plaatsje Mandu. Hoog gelegen boven de vlakte van de Narmada-rivier, herbergt Mandu wellicht de beste voorbeelden van Afghaanse architectuur in heel India. Ooit in de zesde eeuw - onder de naam 'Mandva' - gesticht door een Rajput-prins, verwierf Mandu pas echt aanzien toen Raja Bhoj er in de tiende eeuw een geweldig fort liet bouwen. Later werd dit veroverd door de sultans van Delhi, maar toen de Afghaanse gouverneur van Malwa zich van Delhi losmaakte in 1401, stichtte hij in zijn eigen sultanaat (1401-1531), met de plaats Dhar als centrum. Na een paar jaar echter verplaatste zijn zoon Khan Hoshang de hoofdstad naar Mandu, dat omgedoopt werd tot Shadiabad, de 'Stad der Vreugde'. In deze periode beleefde Mandu een gouden tijdperk en werd de stad verrijkt met de belangrijkste monumenten, waaronder de triomfpoort Delhi Gate en de Jama Masjid.Dag 13: Mandu
De 75 kilometer lange muren die het heuvelfort van Mandu omsluiten hebben twaalf toegangspoorten, waarvan de Delhi Gate in het noorden de hoofdingang vormt. De bouwwerken kunnen in drie hoofdgroepen worden verdeeld: de Koninklijke Enclave, de Centrale Groep en de Rewa Kund Groep.
Het beroemdste gebouw is onbetwist de Jahaz Mahal, een paleis in de vorm van een schip, gelegen in de Koninklijke Enclave. Vlak ten noorden daarvan staat de Hindola Mahal, ook wel het 'zwaaiende paleis' genoemd, aangezien de naar binnen gerichte schuine bouw van de muren de indruk moet wekken dat ze zwaaien. Van de Centrale Groep is de tombe van Khan Hoshang het belangrijkste bouwwerk. De tombe is bijzonder fraai ontworpen en men zegt zelfs dat Shah Jahan zijn architect naar Mandu stuurde om deze tombe te bestuderen, ter voorbereiding op het ontwerp van de Taj Mahal. Eveneens tot de Centrale Groep behoort de Jama Masjid. Deze enorme Vrijdagsmoskee uit 1454 wordt algemeen beschouwd als het fraaiste en grootste voorbeeld van Afghaanse architectuur in India. De Rewa Kund Groep ligt vier kilometer ten zuiden van de Centrale Groep, voorbij het kunstmatige meer Sagar Talao. Het paleis van Baz Bahadur is een opmerkelijke mengeling van Rajasthani- en Mughalstijl. Aan het uiteinde van het fort staat het paviljoen van Rupmati. De legende vertelt dat Rupmati een prachtige Hindoe-zangeres was. Baz Bahadur haalde haar over bij hem in te trekken en liet in ruil daarvoor dit romantische paviljoen voor haar bouwen. Maar helaas liep het sprookje ongelukkig af. Toen keizer Akbar later Mandu belegerde, zou het er hem met name om te doen zijn geweest de beeldschone Rupmati in handen te krijgen. Maar toen hij eenmaal het fort bestormde, vergiftigde Rupmati zich.
Op deze vrije dag kun je op eigen gelegenheid Mandu en omgeving verkennen. Voor de liefhebbers is het mogelijk dit per fiets te doen.Dag 14: Mandu - Maheshwar
De route van Mandu naar Omkareshwar, via Maheshwar, is gedenkwaardig slecht. Vandaar ook dat je tweeënhalf uur kwijt bent om een afstand van slechts 65 kilometer te overbruggen. En dan ben je nog maar halverwege, in Maheshwar, waar je de komende nacht zult verblijven. Het schilderachtige plaatsje Maheshwar werd reeds genoemd in de Ramayana onder zijn oude naam Mahishmati en was tijdens de opkomst van het hindoeïsme een belangrijk cultureel en politiek centrum. Vele eeuwen later was er van die faam nauwelijks nog iets over, totdat eind achttiende eeuw het stadje weer geheel opleefde tijdens de Holkar-dynastie. Uit deze tijd stammen dan ook de meeste bezienswaardigheden: het imposante fort en prachtige tempels met overhangende balkonnetjes en fijn bewerkte doorgangen. Vanaf de vestingwallen van het fort heb je uitzicht over de Narmada-rivier, waar beneden op de 'ghats' dagelijks mensen komen baden en de 'dhobi wallahs' druk in de weer zijn met de was.
Maheshwar staat in heel India bekend vanwege de schitterende sari's die er gemaakt worden. Meestal is het wel mogelijk om een kijkje te nemen bij een weverij, waar deze kleurige stoffen nog op ambachtelijke wijze worden vervaardigd.Dag 15: Maheshwar - Omkareshwar
Vanaf Maheshwar is het wederom ongeveer tweeënhalf uur rijden naar het wonderbaarlijke plaatsje Omkareshwar. Al eeuwenlang komen hindoes van heinde en verre naar dit eiland in de rivier, waar de Kaveri en de Narmada samenstromen, om eer te betonen aan Shiva in de Shri Omkar Mandhata-tempel. De zachte steen, waaruit deze grotachtige tempel gebouwd is, maakte het mogelijk zeer gedetailleerde versieringen aan te brengen. Maar de ligging van Omkareshwar alleen al maken een bezoek meer dan de moeite waard: vanaf de oevers van de Narmada ziet het eiland er betoverend uit. Je komt er via een hoge voetbrug, of met een bootje vanaf de 'ghats' beneden bij de rivier.
Na aankomst heb je de rest van de dag om op je gemak dit bijzondere oord te verkennen. Behalve de drukte en bedrijvigheid van het plaatsje zelf, is ook een wandeling door de omgeving absoluut aan te raden. De traditionele 'parikrama' of pelgrimsroute voert je langs de verschillende tempels die over het eiland verspreid liggen. Neem wat te eten en te drinken mee voor onderweg, mocht je van plan zijn de hele route te gaan volbrengen. Buiten Omkareshwar tref je op het eiland slechts hier en daar een eenvoudige 'dhaba' (eetgelegenheid) aan.
Overal bij de ghats zie je roeibootjes liggen. In de eerste plaats dienen die om mensen naar de overkant te brengen, maar het is ook mogelijk gewoon een boottochtje te maken. Je hoeft maar in de buurt te komen en een van de bootmannen zal je vanzelf aanspreken. Reken op 100 tot 150 roepies voor een tochtje van een uur.
De nauwe steegjes van Omkareshwar, het rituele belgerinkel, de bloemenkransen, de zoetgeurende wierookstokje in de kleurige altaartjes, de gebruikelijke 'sadhus' (heilige mannen), en de vele winkeltjes met pelgrim paraphernalia laten je geloven dat je in een mini-Varanasi bent aangeland. Al met al is Omkareshwar met recht een van de onontdekte juweeltjes van Madhya Pradesh en zul je je bezoek nog lang blijven heugen.Dag 16: Omkareshwar - Ajanta
Een lange rit van ongeveer negen uur brengt je naar Ajanta, gelegen in de deelstaat Maharashtra. In de drukke en kleurrijke stad Burhanpur maak je een stop om van een heerlijke lunch te genieten.
De grotten van Ellora en Ajanta behoren tot de belangrijkste bezienswaardigheden van India. Terwijl de aantrekkingskracht van de rotstempels van Ellora het beeldhouwwerk is, draait het in Ajanta om de muurschilderingen. De grotten van Ajanta zijn ouder dan de grotten in Ellora. Ajanta ligt aan het riviertje de Waghora, dat hier een diepe kloof in de vorm van een halve maan heeft uitgesleten, waarvan de wanden loodrecht staan. De ongeveer dertig grottempels zijn in de zuidelijke wand uitgehouwen.Dag 17: Ajanta - Aurangabad
's Ochtends heb je de tijd de boeddhistische grotten van Ajanta te bezoeken. De totstandkoming van de grotten valt ruwweg in twee fasen uiteen. De eerste bouwperiode duurde van ongeveer 200 v. Chr. tot 200 na Chr. en uit deze periode stammen de hinayana-grotten. In de tweede periode van ongeveer 450 tot 650 werden hieraan complexen in de mahayana-stijl toegevoegd. Hierna werd Ajanta nog om een onbekende reden verlaten misschien dat regionale heersers hun financiële steun stopzetten, omdat het boeddhisme in deze tijd steeds meer moest wijken voor het hindoeïsme en vervolgens geheel door het oerwoud overwoekerd. Pas in de negentiende eeuw werden de grotten per toeval herontdekt door een Britse legerofficier die aan het jagen was.
Dankzij de afgelegen ligging van Ajanta, zijn de muurschilderingen redelijk goed behouden gebleven. De gebruikte schildertechniek wordt 'tempera' genoemd. Terwijl men bij de frescotechniek de verf in het natte pleisterwerk aanbrengt, doet men dit bij tempera pas wanneer het pleisterwerk droog is.
Van de dertig grotten zijn er vijf 'chaitya's', diepe tempels, vaak door twee zuilenrijen in drieën gedeeld, met aan het einde een stoepa. De overige grotten zijn 'vihara's', kloosters minder diep dan de 'chaitya's' met in de wanden uitgehakte cellen voor de kloosterlingen en achterin een klein heiligdom (gewoonlijk met een beeld van de Boeddha). Vroeger was elke afzonderlijke grot slechts te bereiken via een trap vanuit het dal. Het pad dat tegenwoordig van grot naar grot voert, is pas in de vorige eeuw aangelegd. De grotten zijn genummerd vanaf de Westelijke ingang. De nummers hebben geen relatie met hun datering. De fraaiste voorbeelden zijn de grotten 10 (de eerste die herontdekt werd), 9, 12, 19, 17, 16, 26, 2, en 1. Als je ze in deze volgorde bekijkt, volg je de chronologische ontwikkeling van de boeddhistische grottencultuur.
Vanaf Ajanta is het nog een uurtje of vier rijden naar Aurangabad, de stad die haar naam dankt aan keizer Aurangzeb. Echt veel is er in deze stad niet te zien, maar de Bibi-ka-Maqbara is beslist het bezoeken waard. Deze kleinere uitvoering van de Taj Mahal werd door Aurangzeb voor zijn vrouw gebouwd. Het is echter niet meer dan een slechte replica, met afbladderend pleisterwerk op de muren en een asymmetrische buitenkant. Een aanrader is ook nog de Panchakki, een watermolen, aangedreven door water uit een zes kilometer verderop liggende rivier, dat via ondergrondse pijpen naar deze voormalige meelfabriek wordt geleid.Dag 18: Aurangabad / Excursie Ellora & Daulatabad - Hyderabad
Voor de meeste bezoekers dient Aurangabad vooral als uitvalsbasis naar de grotten van Ellora en het fort van Daulatabad. Deze excursies staan vandaag dan ook op het programma.
Het is ongeveer een uur rijden naar Ellora. De natuurlijke gesteldheid van de omgeving bevorderde ook hier de aanleg van grottenheiligdommen. De heuvels rond Ellora liggen bezaaid met meer dan honderd grotten, waarvan er 34 voor de toerist van belang zijn.
Ze zijn te verdelen in boeddhistische, hindoeïstische en jainistische groepen, wat o.a. iets zegt over de religieuze tolerantie in het klassieke India. Twee grote dynastieën zijn verantwoordelijk voor het uithouwen van de tempels: de Chalukya's van Badami
(556-753) en hun opvolgers, de Rashtrakuta's (753-973), die ook het heiligdom van Elephanta (bij Mumbai) lieten bouwen.
Van de grotten van Ellora zijn er vijf die je absoluut niet mag missen: de nummers 5, 10, 12, 16 en 32. De eerste drie - waarvan grot 10 de enige tempel van de boeddhistische groep is - laten de ontwikkeling van de architectuur van het mahayana-boeddhisme zien.
Grot 16 is de schitterende Kailasa-tempel . Deze hindoetempel is toegewijd aan Shiva en is de grootste monolithische constructie ter wereld, uitgehouwen door 7000 arbeiders over een tijdspanne van 150 jaar. De mooiste van de jain-tempels is de fijn bewerkte
Indra Sabha (grot 32), met o.a. beelden van de 'tirthankars' (grote meesters) Parasnath, Gomateshvara en - zittend in de schrijn - Mahavira (de laatste 'tirthankar' en tevens stichter van het jainisme).
Halverwege Ellora en Aurangabad tref je nog een andere bezienswaardigheid aan: het fort van Daulatabad. Dit spectaculaire fort heette vroeger Deogiri, naar de gelijknamige heuvel waarop het gebouwd is (de 'godenheuvel'). Toen sultan Mohammed Tughlaq in 1338
zijn zetel van Delhi hierheen haalde, veranderde hij de naam van het fort in Daulatabad, wat zoveel als 'Stad van Geluk en Wijsheid' betekent. Om een langdurig beleg te kunnen weerstaan werden in het fort waterreservoirs aangelegd, waarmee ook het omliggende
land bevloeid kon worden. Binnen in het fort vind je ook de Chand Minar, een buitengewoon fraaie 'overwinningszuil', en het met blauwe dakpannen bedekte paleis Chini Mahal, waar de laatste koning van Golconda dertien jaar lang vastgehouden werd. De kolossale
toegangspoort is voorzien van scherpe punten om aanvallen door olifanten te weerstaan. Tot voor kort was de enige toegang tot het binnenste van het fort een donkere tunnel die zich rond het interieur van de heuvel kronkelde, met aan het eind een smalle opening.
Aanvallers die tot dit punt wisten door te dringen, werden op brandend pek onthaald. De meeste gebouwen binnen de vestingmuren zijn nu een ruïne.
In de loop van de middag ben je weer terug in Aurangabad. Daar stap je tegen de avond op de 2e klasse airconditioned slaaptrein naar Hyderabad, waar je de volgende dag zult arriveren. Het bezoek aan Ellora en Daulatabad is inclusief de reissom (entreegelden
zijn niet inbegrepen).
Dag 19: Hyderabad
Na een nachtelijke treinreis kom je hopelijk uitgerust aan in Hyderabad, de hoofdstad van de deelstaat Andhra Pradesh. Eigenlijk gaat het om de tweelingstad Hyderabad-Secunderabad, want de beide steden zijn geheel met elkaar vergroeid. In totaal wonen er 5,5 miljoen mensen, waarvan de helft moslim is. Ooit was hier in de 'Stad der Parels' de zetel van het machtige rijk Vijayanagar gevestigd. Daarnaast is het nabij gelegen Golconda de plaats van de beroemde diamand Koh-i-noor, die daar in 1656 werd gedolven en na vele omzwervingen momenteel verwerkt is in de kroon van de Britse koningin.
Hyderabad is een levendige stad, waar kleurrijke bazaars en eeuwenoude islamitische monumenten het straatbeeld van de Oude Stad bepalen. Het meest in het oog springende gebouw is de Charminar, wat letterlijk 'vier torens' betekent. Deze enorme triomfboog werd in 1593 gebouwd in opdracht van Mohammed Quli om het einde van een pestplaag te vieren. De vierkante, zware onderbouw heeft openingen aan alle vier de zijden. Daarboven bevinden zich drie door arcaden gedragen verdiepingen. Op elke hoek staat een 53 meter hoge minaret. De buurt rondom de Charminar is het terrein van de Laad Bazaar, waar alles te koop is van kostbare juwelen, zoetgeurende parfums en fijn geweven stoffen tot de meest banale keukenkitsch. De straatjes het dichtst bij de Charminar vormen het toneel van de Indiase parelhandel.
Vlak naast de Charminar ligt de Mecca Masjid, een immense moskee, die plaats kan bieden aan maar liefst 10.000 gelovigen. De zuilen en deurpoorten zijn vervaardigd uit massieve stukken graniet. De moskee dankt zijn naam aan het feit dat hij gebouwd zou zijn rond een steen uit Mekka.
De hele dag heb je de tijd om deze boeiende stad te verkennen. Behalve heerlijk rondslenteren door de Oude Stad, kun je ook een bezoek brengen aan het Salar Jung Museum of de dierentuin.Dag 20: Hyderabad
Elf kilometer ten westen van Hyderabad ligt Golconda, een klassieke vestingstad op een 120 meter hoge heuvel. De stad werd gebouwd in de 14de eeuw door een van de Kakatiya-heersers van Warangal. De naam is afgeleid van het woord 'golcar' (schaapsherder), omdat de plaats door een herder ontdekt zou zijn. In 1512 verklaarde sultan Quli, een Turkmeense avonturier uit Perzië die hier gouverneur was geworden, zich onafhankelijk en maakte Golconda tot de hoofdstad van zijn Qutb Shahi-dynastie. In 1591 werd die eer overgedragen aan Hyderabad. Aurangzeb slaagde er in 1687 pas na een beleg van acht maanden in de stad te veroveren. Na de inname van Golconda en Bijapur de sleutelposten op de zuidelijke Deccan werd het schiereiland ingelijfd bij het Moghulrijk.
Het Golconda Fort is bekend om zijn opmerkelijke akoestiek. Een lokale gids is aan te bevelen om je wat meer te vertellen over de ruïnes en de geschiedenis.
Even ten noorden van Golconda liggen de goed bewaard gebleven tombes van de vorsten van de Qutb Shahi-dynastie. Zij geven een levendige indruk van de ontwikkelingen van de grafarchitectuur. Binnen een ommuring, waar een soort tuin is aangelegd, bevinden zich zeven koningsgraven en tombes van andere leden van de koninklijke familie. De hoge lotuskoepels zijn al vanuit de verte te zien.Dag 21: Hyderabad - Bijapur
Vandaag wederom een lange rit voor de boeg, dus je vertrekt al vroeg in de ochtend. De busrit van Hyderabad naar Bijapur zal zo'n twaalf uur in beslag nemen. Onderweg kun je genieten van het karakteristieke landschap van het Deccan-plateau. Het boerenland van India is prachtig om te zien: glooiende akkers van katoen, pinda's en bananen, worden afgewisseld door rijstvelden en boomgaarden waar mango's, kokosnoten of betelpalmen groeien. Kenmerkend zijn ook de afgeronde granieten rotsen die her en der uit het landschap steken. Ze zijn het bewijs van de geologische ouderdom van de Indiase aardschol. Tegen zonsondergang kom je aan in de Middeleeuws aandoende stad Bijapur, gelegen in de deelstaat Karnakata.
Bijapur wordt vaak vergeleken met Agra vanwege de vele tombes, moskeeën, tuinen, paleizen en stadsmuren. Maar waar Agra een grote drukke en toeristische stad is, bestaat de schoonheid van Bijapur vooral uit het ontbreken van tekenen van de moderne ontwikkeling. De tijd heeft hier kennelijk lange tijd stil gestaan. Binnen de intacte stadsmuren vind je een straatleven en markten die goeddeels onveranderd zijn. Centraal in de oude stad staan de resten van de citadel. Hoewel veel gebouwen zijn ingestort, krijg je toch een goed idee van de voormalige voornaamheid van de stad. Van de hele reeks monumenten die het stadje rijk is, moet natuurlijk de Golgumbaz genoemd worden, de grootste islamitische tombe ter wereld met een koepel die maar iets kleiner is dan de St. Pieter in Rome. De Golgumbaz staat aan de oostkant van de stad, nog net binnen de stadsmuren, en is al van verre te zien. Het mooiste is een bezoek bij zonsopgang. Aan de westkant van de stad, buiten de stadsmuren, ligt de Ibrahim Rauza, een veel gracieuzer mausoleum met slanke minaretten, koepels en zuilengalerijen. Met name de gedetailleerde afwerking van de tombes is indrukwekkend. De Ibrahim Rauza is, evenals de Golgumbaz open van zonsopgang tot zonsondergang, wat eigenlijk ook de mooiste momenten van de dag zijn dit complex te bezoeken.Dag 22: Bijapur - Pattadakal - Badami
In de ochtend heb je voldoende tijd om de belangrijkste bezienswaardigheden van Bijapur te bekijken waarna je aan het begin van de middag naar Badami zult vertrekken. De afstand van Bijapur naar Badami is ongeveer vier uur rijden. Tijd genoeg dus om één of twee korte stops te maken in dit zeer schilderachtige gebied met groene akkers en grote rotspartijen, dat beroemd is om zijn vele historische overblijfselen uit de Chalukya-periode.
Pattadakal, gelegen aan de Malaprabha-rivier, bezit een aantal Chalukya-tempels uit de 7de-9de eeuw. De plaats fungeerde als tweede hoofdstad van de Chalukya's van Badami. Hier vonden alle kroningen plaats. Het belangrijkste monument in Pattadakal is de Lokeshwari- of Virupaksha-tempel uit 740, een enorm bouwwerk met beelden die episodes vertellen uit de Ramayana en Mahabharata. Tevens krijg je een aardig beeld van het dagelijkse leven van de vroege Chalukya's. Een andere belangrijke tempel is de Mallikarjuna, met beelden die verhaal weergeven van de Bhagavadgita, de belevenissen van Krishna. Mocht je nog tijd over hebben, dan is de oude jaintempel met zijn twee stenen olifanten zeker een aanrader. Deze tempel ligt ongeveer een kilometer buiten het centrum.
Ooit de hoofdstad van het vroegste Chalukya-rijk, tegenwoordig slechts een onbeduidend dorp van drieduizend inwoners, is het plaatsje Aihole (ook wel Ayyavole of Avyapore genoemd). In de buurt liggen maar liefst zo'n honderdvijfentwintig tempels en nog altijd vinden er opgravingen plaats. Aihole wordt beschouwd als de bakermat van de hindoeïstische tempelarchitectuur. De drie belangrijkste om te bezoeken zijn de Ladh Khan-tempel (een Chalukya-heiligdom dat later door een moslimprins werd omgebouwd tot zijn residentie), de Megutti-tempel (van oorsprong een jaintempel) en de Durga-tempel. Met name de laatste is bijzonder, omdat hij rond van vorm is en bekroond wordt met een eenvoudige 'gopuram'. Binnen staan beelden van Shiva en Chamundi, de patroonheilige van Mysore.
Tip: Mocht je genoeg tempels gezien hebben en een keuze willen maken uit de twee bovenstaande plaatsen, dan raden we - afgaande op de reacties van vorige groepen - Pattadakal aan.Dag 23: Badami
Buiten de hoofdstraat van dit vriendelijke plaatsje vind je vele smalle, slingerende stegen en oude huizen, afgewisseld door ruïnes uit de Chalukya-periode. Zo'n tweehonderd jaar (556-753) was Badami de hoofdstad van de Chalukya's, wier rijk zich in hun bloeitijd van Kanchipuram in Tamil Nadu tot Orissa in het noordoosten en tot de westkust van het subcontinent uitstrekte. Daarna werd hun macht omvergeworpen en Badami steeds weer ingenomen door andere overheersers, die alle hun stempel op deze bijzondere plaats hebben gedrukt.
Vandaag is een vrije dag en heb je rustig de tijd om de bezienswaardigheden van Badami te bezoeken.
Wat je daarbij zeker niet mag overslaan zijn de Badami-grotten. Ze gelden als de vroegste voorbeelden van de Dravidische tempelbouwkunst. De rotstempels zijn gehouwen uit het oppervlak van een rode zandsteenheuvel en kijken uit over het pittoreske Agasty-meer. Er zijn vier grottempels, van welke er twee gewijd zijn aan Vishnu en één aan Shiva. De vierde is een jaintempel, met een beeld van Mahavira. Om bij de grotten te komen moet je zo'n tweehonderd traptreden beklimmen die in de heuvel zijn uitgehouwen.
Ook het Badami Fort is zeker de moeite waard, gelegen op de top van de heuvel en te bereiken via een stenen trap tussen de tweede en de derde grot. Het fort omvat een aantal tempels, graanschuren en uitkijktorens. De Malegitti Shivalaya is misschien wel de oudste tempel van Badami. Hier vind je o.a. een beeld van Shiva terwijl hij bloemenslingers maakt.Dag 24: Badami - Hampi
Na het ontbijt vertrek je naar Hospet, waar je rond de middag aankomt. Hospet ligt 13 km van Hampi en is de plek waar overnacht zal worden, aangezien er in Hampi zelf geen goede onderkomens zijn. Vanmiddag nog kun je met de bus naar Hampi gaan voor een eerste verkenning.
Voor velen de favoriete plaats van deze reis. Hampi - of Vijayanagar - was tot het jaar van haar vernietiging een van de mooiste en grootste steden van India en over haar rijkdom en pracht is door menig bezoeker uitgebreid geschreven. Vanaf het begin van de 14e eeuw was Hampi de hoofdstad van het machtige hindoeïstische rijk Vijayanagar, dat zich uitstrekte van de Arabische Zee in het westen tot de Golf van Bengalen in het oosten. Lange tijd wist Vijayanagar als enige rijk de opmars van de islam naar het zuiden een halt toe te roepen. Tenminste tot 1565, toen in een tijd van twee dagen de stad door de gecombineerde strijdkrachten van de moslimsultanaten van de Deccan (Bidar, Bijapur, Golconda, Ahmadnagar en Berar) met de grond gelijk werd gemaakt en al haar bewoners werden afgeslacht. Alleen een aantal tempels doorstonden de daaropvolgende plunderingen. Sindsdien is Hampi verlaten op kleine aantallen pelgrims en priesters na.
Hampi ligt aan de zuidelijke oever van de Tungabhadra, in een rotsachtige omgeving. Enorme rotsblokken van graniet worden afgewisseld door groene bananenplantages. Alleen al vanwege dit surrealistische landschap is het aan te raden om vroeg uit de veren te gaan en de eerste rode stralen van de zon te zien neerdalen op de granieten rotsen.
Hampi Bazar - de hoofdstraat - wordt gedomineerd door de Virupaksha-tempel met een tweeënvijftig meter hoge gopuram die zich trots boven de ruïnes verheft. 's Ochtends komen hier al vroeg de pelgrims naartoe om eer te betonen aan Shiva. Voor niet-Hindoes is het interieur van de tempel verboden gebied. Vanaf het andere einde van Hampi Bazar leidt een pad naar de belangrijkste bezienswaardigheid van de ruïnes, de Vitthala-tempel. Deze nooit voltooide tempel uit de 16de eeuw heeft een uit één stuk steen gehouwen, acht meter hoge strijdwagen. Het prachtige beeldhouwwerk verkeert in zeer goede staat. De buitenzuilen staan bekend als de muzikale pilaren, aangezien ze geluid maken wanneer je er tegenaan slaat. De Vitthala-tempel is gewijd aan Vishnu. De bouwwerk staat inmiddels op de lijst van World Heritage Monuments van de UNESCO.
Aan de noordkant van de binnenstad, dicht bij de rivier, liggen de grote tempels van Vijayanagar. De voornaamste is ongetwijfeld de meest noordelijke van de drie, de Vithoba-tempel. In de entreehal staan veertien zuilen met 'yali's' (olifanten-leeuwen) met hun berijders. De tempel werd gebouwd tussen 1529 en 1542, maar werd eveneens nooit helemaal afgemaakt en het beeld van Vithoba - een incarnatie van Vishnu - is er nooit in geplaatst. Volgens een legende wilde de Vijayanagar-vorst het Vithobabeeld uit Pandharpur - het belangrijkste pelgrimscentrum van de Deccan - weghalen. Maar er was geen beweging in het beeld te krijgen. Dit werd opgevat als een teken dat Vithoba niet wilde verhuizen, waarop men het beeld maar liet staan. Een waarschijnlijkere versie is echter dat de verdediging tegen de moslims zoveel geld kostte, dat de voltooiing van de tempel werd uitgesteld en uiteindelijk met de val van de stad definitief werd afgesteld.
Ten zuiden van de Sule Bazar bevinden zich de Lotus Mahal en de Olifantenstallen. De Lotus Mahal is een sierlijk ontworpen paviljoen in een ommuurd complex dat bekend staat als de Zezana (Harem). Het gebouw dankt zijn naam aan de lotusknop in het centrum van het koepelplafond. De Olifantenstallen bestaan uit twee grote gebouwen met elf gekoepelde kamers voor het onderbrengen van de staatsolifanten.
In Hospet zelf is weinig te doen, dus vroeg slapen is een optie, vooral ook omdat je bij het eerste daglicht eigenlijk al in Hampi moet zijn, want juist dan ervaar je de magie van deze bijzondere plek het best. Het bezoek aan Hospet is inclusief de reissom (het entreegeld is niet inbegrepen).Dag 25: Hampi
Het gebied van Hampi is erg groot en de monumenten liggen verspreid over een oppervlakte van zo'n vijfentwintig vierkante kilometer.
Je zult dan ook vandaag nog de hele dag de tijd hebben van deze bijzondere plek te genieten. Na zonsondergang brengt de bus je weer naar het hotel in Hospet, waar je in de tuin van het restaurant kunt nagenieten van deze bijzondere dag.Dag 26: Hampi - Gokarna
Een mooie rit van zo'n acht uur door het heuvelland van Karnataka en daarna door de bergen van de Westelijke Ghats brengt je naar de kust van de Arabische Zee en naar het bijzondere kustplaatsje Gokarna. Voor Hindoes is dit slaperige dorp met zijn vele tempels en mooie, vaak houten traditionele huizen, één van de heiligste plaatsen van India. De ligging aan de kust, met op loopafstand prachtige stranden, draagt ertoe bij dat Gokarna niet alleen in trek is bij hindoeïstische pelgrims, maar tevens bij een gestadige - zij het nog bescheiden - stroom buitenlandse reizigers.Dag 27: Gokarna
In Gokarna bevindt zich één van de 64 'atma lingams' van Shiva, door hem zelf hier geplaatst. Her en der in het dorp vind je dan ook hindoetempels aan hem toegewijd. Als niet-Hindoe mag je deze tempels niet betreden, maar ook van de buitenkant zijn ze zeker het bekijken waard. De twee belangrijkste zijn de Mahabaleshwara-tempel en de Ganapati-tempel. De stoepen bij de toegangspoorten staan vol met allerlei kraampjes en winkeltjes met religieuze prullaria. Het is uitermate boeiend het rustieke straatleven en het schilderachtige pluimage van pelgrims, die van heinde en verre komen om hier hun eer te betuigen aan hun god Shiva, gade te slaan.
In de hoofdstraat zul je twee enorme strijdwagens zien staan. Tijdens het Shivatri Festival - dat jaarlijks in februari of maart plaats vindt - worden die ter ere van Shiva door de straten gereden, volgestouwd met trossen bananen voor 'good luck'. Aan het oostelijke eind van de hoofdstraat staat de Venkataraman-tempel, met vlakbij de Koort Teertha, een grote watertank, waar je dorpsbewoners, pelgrims en priesters hun heilige rituelen kunt zien uitvoeren, terwijl daarnaast de 'dhobi-wallahs' druk bezig zijn met de was.Dag 28: Gokarna - Mumbai
Heb je even genoeg mystiek gesnoven in Gokarna zelf, dan kun je een wandeling maken naar een van de idyllische strandjes in de buurt. Veel toeristen zul je hier nog niet tegenkomen, hooguit wat avontuurlijke backpackers en een handjevol hippies, die Goa niet meer 'cool' genoeg vonden. Zij zoeken nu hun heil in deze afgelegen paradijsjes langs de nog onontdekte kusten van Karnakata.
Vanaf het strand direct aan het dorp voert een pad in zuidelijke richting de heuvel over naar Kudle Beach, ongeveer twintig minuten lopen. Hier tref je tussen de palmen een paar eenvoudige strandtentjes, waar je prima wat kunt drinken en eten. Nog eens twintig minuten lopen naar het zuiden ligt Om Beach, dat de vorm heeft van het 'om'-teken (goed te zien vanaf het hooggelegen pad als je het strand nadert). Ook hier bevinden zich weer een paar eenvoudige, maar sfeervolle restaurantjes.
Heb je nog niet genoeg gewandeld, dan kun je nog verder naar het zuiden een bezoek brengen aan Half Moon Beach (dertig minuten lopen vanaf Om Beach) en Paradise Beach (dertig minuten lopen vanaf Half Moon Beach).
Vroeg in de avond zul je met de trein naar Mumbai reizen. Dit traject zal per nachttrein uitgevoerd worden. Je hebt de beschikking over een gereserveerde slaapplaats in een aircoditioned wagon (Geplande vertrektijd is 18.58 uur; aankomsttijd in Mumbai om 05.53 uur de volgende ochtend; tijden zijn uiteraard onder voorbehoud van wijzigingen).Dag 29 -
30: Mumbai
Mumbai is de snelst groeiende stad van India. Het is een indrukwekkende metropool vol contrasten. Behalve schitterende koloniale gebouwen en bruisende markten, telt de stad ook enorme krottenwijken. In dit economische hart van het land leven rijk en arm naast elkaar, glamour en chaos vallen je ten deel zodra je je begeeft op straat. In de wijk Colaba bevindt zich de 'Gateway of India', een opvallende triomfboog op de plek waar ooit eens de Engelsen hun eerste voet aan Indiase wal zetten. Langs de rustige en schaduwrijke avenues van Colaba vind je prachtige koloniale panden. Maar onder de galerijen langs de Colaba Causeway is het elke dag weer een drukte van jewelste bij de eindeloze marktstalletjes die hier verrijzen op de stoepen. Door de straten van Colaba rijden nog altijd de rode Engelse dubbeldekkers. In deze wijk staat ook het gigantische Taj Mahal International, het duurste hotel van India. Als je een tochtje maakt naar het even buiten de kust gelegen eiland Elephanta heb je een mooie view op de skyline van dit deel van de stad.
Andere bezienswaardigheden zijn o.a. het Prince of Wales Museum, de Hangende Tuinen en de Torens der Stilte op Malabar Hill, de in zee gelegen moskee van Haji Ali en de Mahalaxmi Tempel. Je kunt per stadstrein de verschillende stadsdelen bezoeken, maar aan te raden is zeker ook om er te voet op uit te trekken. Een wandeling van het hotel naar bv. het Victoria Station om de duizelingwekkende mensenmassa te bekijken of de Crawford Markt om nog de laatste inkopen te doen levert je ongetwijfeld een scala aan indrukken op.
's Avonds heb je de keuze uit verschillende restaurants en gezellige cafés om deze reis op een waardige manier af te sluiten.Dag 31: Vertrek Mumbai - Aankomst Amsterdam/Brussel