JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen

JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen

Selamat datang di Indonesia!

Indonesië is voor velen synoniem met een rijk koloniaal verleden waarop ook Nederland zijn stempel drukte. Maar de archipel heeft meer te bieden! Je maakt kennis met sensationele rijstterrassen, groene theeplantages, werkende vulkanen en parelwitte stranden. Ook kun je genieten van indrukwekkende tempels, dans en muziek en vooral ook van de vriendelijke, kleurrijke bevolking. De smakelijke Indonesische keuken maakt je vakantie compleet.
Vanaf € 1945
Dagen:22
Groepsgrootte:8-18
Reiscode:BAJ
Reisinformatie

Landinformatie

Indonesie Indonesie

Omschrijving

Indonesië heeft een oppervlakte van 1.904.000 km² ( 46 maal Nederland en 60 maal België) en bestaat uit 13.667 eilanden waarvan er 6000 zijn bewoond. Kalimantan (het Indonesische deel van Borneo), Sumatra, Papua (vroeger Nederlands Nieuw-Guinea), Sulawesi en Java zijn de vijf grootste eilanden en beslaan ongeveer 80 procent van het totale landoppervlakte. Met 241 miljoen inwoners heeft Indonesië een van de grootste bevolkingen ter wereld. De bevolking is zeer ongelijk verspreid over de archipel. Ruim 67 procent van de bevolking woont op Java, Bali en Sumatra, terwijl deze eilanden maar 7 procent van de totale oppervlakte beslaan.
Een van de problemen waarmee Indonesië al jaren kampt, is de overbevolking. Door de enorme bevolkingsaanwas worden steeds hoger gelegen stukken land voor rijstbouw in gebruik genomen, waarbij de droge rijstbouw de natte vervangt. De erosie als gevolg van het verdwijnen van de regenwouden neemt onheilspellende vormen aan. Vooral op Java. De regering heeft daarom grote groepen mensen die geen land bezaten, overgeplaatst van het dichtbevolkte Java naar meer afgelegen provincies. Transmigratie is echter iets wat regelrecht indruist tegen de Indonesische cultuur. Het leven van de Indonesiër wordt bepaald door het gevoel in een gemeenschap thuis te horen. Voor de Javaan, die vaak noodgedwongen moet transmigreren betekent afscheid nemen van zijn geboortegrond, afscheid nemen van datgene wat de gemeenschap bij elkaar houdt. Door slechte resultaten en geplaagd door heimwee houden vele transmigranten het voor gezien en keren terug naar hun geboortegrond. Vaak worden ze in hun geboortedorpen echter niet meer geaccepteerd en hebben ze geen andere keuze dan zich te vestigen in de grote stad. Op sommige plaatsen heeft ‘transmigrasi’ geleid tot spanningen tussen de lokale bevolking en de overgeplaatste Javanen. Wellicht heeft het ook een bijdrage geleverd aan het streven naar autonomie in de buitengewesten, waar de bevolking in opstand komt tegen de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen waarvan de opbrengst voornamelijk ten goede komt aan Jakarta.

De bevolking van Indonesië is onder te verdelen in ruim driehonderd bevolkingsgroepen, ieder met een eigen identiteit. De verscheidenheid van groepen is ontstaan door verschillende migratiegolven onder meer vanuit het vasteland van Azië en vanuit Afrika. In het westen hebben de mensen een typisch Maleis uiterlijk met sluik haar, een bruine huid en scherpe gelaatstrekken. De bevolking in het oosten heeft meer Melanesische trekken in de vorm van een donkere huid, krulhaar en grove gelaatstrekken. De Chinezen vormen de belangrijkste etnische subgroep.
De bewoners van de eilanden hebben in het verleden altijd nauw contact met elkaar gehad. Vooral de kustbewoners van de verschillende eilanden vertonen grote overeenkomsten in hun gebruiken en rituelen. Na 1300 versterkte de islam de gemeenschappelijke band. Het gevoel van 'Indonesische identiteit' is tegenwoordig het sterkst in de meer ontwikkelde gebieden, terwijl de geïsoleerde (en daardoor meer traditionele) gemeenschappen zich in de eerst plaats identificeren met hun eigen etnische identiteit en hun adat (traditioneel recht, de gewoonten van een etnische groep of gemeenschap).

Java vormt het politieke en economische centrum van Indonesië. Het landschap bestaat uit een lappendeken van rijstvelden, jungle en vulkanen. Meer dan de helft van de bewoners is boer en leeft in traditionele kampongs. Het eiland is gezegend met een vruchtbare bodem die zich uitstekend voor irrigatie leent en gevoed wordt door de voedingsrijke as van de meer dan 30 actieve vulkanen die de ruggengraat van het eiland vormen. Java beslaat slechts zes procent van het totale Indonesische landoppervlakte maar er wonen ruim 120 miljoen mensen, bijna de helft van de totale Indonesische bevolking. Het eiland behoort tot de dichtstbevolkte eilanden ter wereld en het is dan ook niet vreemd dat meer dan 90 procent van de natuurlijke vegetatie is vernietigd. Het grootste deel van het resterende primaire bos wordt alleen nog maar aangetroffen in verlaten, bergachtige streken boven de 1400 meter. Praktisch alle laagland regenwouden zijn ontgonnen voor landbouwbedrijven en boomplantages. De Javanen vormen de grootste bevolkingsgroep van Java. De islamitische Sundanezen wonen in het westelijke deel en in het noordoosten leven de Madurezen. De kuststeden worden bevolkt door een mengelmoes van Indonesiërs van andere eilanden, Indiërs, Chinezen en Arabieren.

Het landschap van Bali bestaat uit majestueuze bergen en vulkanen in het binnenland, groene rijstterrassen in de heuvels en het laagland en kalkgebieden aan de kust. Witte stranden en koraalriffen omzomen het eiland. De drie vulkanen waarvan Gunung Agung (de heiligste berg) met 3014 meter de hoogste is, vormen de bronnen van alle rivieren. De bevolking leeft vooral van de rijstbouw. Samenwerking staat centraal in de Balinese gemeenschappen. De banjar, een samenwerkingsverband van families en buren in de wijk, is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. De subak, coöperatie van rijstboeren, coördineert de verdeling van het water voor de irrigatie van de rijstvelden en andere zaken die betrekking hebben op de landbouw en veeteelt. Bali werd al betrekkelijk vroeg bewoond en er ontwikkelde zich een Balinese hindoe-boeddhistische cultuur met een geheel eigen, hoogstaand karakter. Negentig procent van de Balinese bevolking is aanhanger van het Balinees hindoeïsme.

Sumatra is een eiland met weelderige oerwouden, bijzondere planten en dieren, actieve vulkanen en onbedorven stranden. Het eiland is bijzonder rijk aan natuurlijke hulpbronnen en met de uitvoer van onder andere olie, aardgas, tropisch hardhout, rubber koffie en suiker is het eiland verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale Indonesische export. Sumatra is een lappendeken van bevolkingsgroepen die vooral in gemeenschappen op het platteland leven. De bekendste zijn de christelijke Bataks van Noord-Sumatra en de Minangkabau van West-Sumatra die een matriarchale samenleving kennen. Deze bevolkingsgroepen zijn al behoorlijk geïntegreerd in de Indonesische samenleving. De Kubu in Zuid-Sumatra leven nog grotendeels als hun nomadische voorouders uit de steentijd.
 

Achtergrondinformatie

Bevolking

Indonesië heeft een oppervlakte van 1.904.000 km² (60 keer groter dan België) en bestaat uit 13.667 eilanden waarvan er 6000 zijn bewoond. Kalimantan (het Indonesische deel van Borneo), Sumatra, Papua (vroeger Nederlands Nieuw-Guinea), Sulawesi en Java zijn de vijf grootste eilanden en beslaan ongeveer 80 procent van het totale landoppervlakte. Met 241 miljoen inwoners heeft Indonesië een van de grootste bevolkingen ter wereld. De bevolking is zeer ongelijk verspreid over de archipel. Ruim 67 procent van de bevolking woont op Java, Bali en Sumatra, terwijl deze eilanden maar 7 procent van de totale oppervlakte beslaan.
Een van de problemen waarmee Indonesië al jaren kampt, is de overbevolking. Door de enorme bevolkingsaanwas worden steeds hoger gelegen stukken land voor rijstbouw in gebruik genomen, waarbij de droge rijstbouw de natte vervangt. De erosie als gevolg van het verdwijnen van de regenwouden neemt onheilspellende vormen aan. Vooral op Java. De regering heeft daarom grote groepen mensen die geen land bezaten, overgeplaatst van het dichtbevolkte Java naar meer afgelegen provincies. Transmigratie is echter iets wat regelrecht indruist tegen de Indonesische cultuur. Het leven van de Indonesiër wordt bepaald door het gevoel in een gemeenschap thuis te horen. Voor de Javaan, die vaak noodgedwongen moet transmigreren betekent afscheid nemen van zijn geboortegrond, afscheid nemen van datgene wat de gemeenschap bij elkaar houdt. Door slechte resultaten en geplaagd door heimwee houden vele transmigranten het voor gezien en keren terug naar hun geboortegrond. Vaak worden ze in hun geboortedorpen echter niet meer geaccepteerd en hebben ze geen andere keuze dan zich te vestigen in de grote stad. Op sommige plaatsen heeft ‘transmigrasi’ geleid tot spanningen tussen de lokale bevolking en de overgeplaatste Javanen. Wellicht heeft het ook een bijdrage geleverd aan het streven naar autonomie in de buitengewesten, waar de bevolking in opstand komt tegen de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen waarvan de opbrengst voornamelijk ten goede komt aan Jakarta.

De bevolking van Indonesië is onder te verdelen in ruim driehonderd bevolkingsgroepen, ieder met een eigen identiteit. De verscheidenheid van groepen is ontstaan door verschillende migratiegolven onder meer vanuit het vasteland van Azië en vanuit Afrika. In het westen hebben de mensen een typisch Maleis uiterlijk met sluik haar, een bruine huid en scherpe gelaatstrekken. De bevolking in het oosten heeft meer Melanesische trekken in de vorm van een donkere huid, krulhaar en grove gelaatstrekken. De Chinezen vormen de belangrijkste etnische subgroep.
De bewoners van de eilanden hebben in het verleden altijd nauw contact met elkaar gehad. Vooral de kustbewoners van de verschillende eilanden vertonen grote overeenkomsten in hun gebruiken en rituelen. Na 1300 versterkte de islam de gemeenschappelijke band. Het gevoel van 'Indonesische identiteit' is tegenwoordig het sterkst in de meer ontwikkelde gebieden, terwijl de geïsoleerde (en daardoor meer traditionele) gemeenschappen zich in de eerst plaats identificeren met hun eigen etnische identiteit en hun adat (traditioneel recht, de gewoonten van een etnische groep of gemeenschap).

Java vormt het politieke en economische centrum van Indonesië. Het landschap bestaat uit een lappendeken van rijstvelden, jungle en vulkanen. Meer dan de helft van de bewoners is boer en leeft in traditionele kampongs. Het eiland is gezegend met een vruchtbare bodem die zich uitstekend voor irrigatie leent en gevoed wordt door de voedingsrijke as van de meer dan 30 actieve vulkanen die de ruggengraat van het eiland vormen. Java beslaat slechts zes procent van het totale Indonesische landoppervlakte maar er wonen ruim 120 miljoen mensen, bijna de helft van de totale Indonesische bevolking. Het eiland behoort tot de dichtstbevolkte eilanden ter wereld en het is dan ook niet vreemd dat meer dan 90 procent van de natuurlijke vegetatie is vernietigd. Het grootste deel van het resterende primaire bos wordt alleen nog maar aangetroffen in verlaten, bergachtige streken boven de 1400 meter. Praktisch alle laagland regenwouden zijn ontgonnen voor landbouwbedrijven en boomplantages. De Javanen vormen de grootste bevolkingsgroep van Java. De islamitische Sundanezen wonen in het westelijke deel en in het noordoosten leven de Madurezen. De kuststeden worden bevolkt door een mengelmoes van Indonesiërs van andere eilanden, Indiërs, Chinezen en Arabieren.

Het landschap van Bali bestaat uit majestueuze bergen en vulkanen in het binnenland, groene rijstterrassen in de heuvels en het laagland en kalkgebieden aan de kust. Witte stranden en koraalriffen omzomen het eiland. De drie vulkanen waarvan Gunung Agung (de heiligste berg) met 3014 meter de hoogste is, vormen de bronnen van alle rivieren. De bevolking leeft vooral van de rijstbouw. Samenwerking staat centraal in de Balinese gemeenschappen. De banjar, een samenwerkingsverband van families en buren in de wijk, is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. De subak, coöperatie van rijstboeren, coördineert de verdeling van het water voor de irrigatie van de rijstvelden en andere zaken die betrekking hebben op de landbouw en veeteelt. Bali werd al betrekkelijk vroeg bewoond en er ontwikkelde zich een Balinese hindoe-boeddhistische cultuur met een geheel eigen, hoogstaand karakter. Negentig procent van de Balinese bevolking is aanhanger van het Balinees hindoeïsme.

Sumatra is een eiland met weelderige oerwouden, bijzondere planten en dieren, actieve vulkanen en onbedorven stranden. Het eiland is bijzonder rijk aan natuurlijke hulpbronnen en met de uitvoer van onder andere olie, aardgas, tropisch hardhout, rubber koffie en suiker is het eiland verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale Indonesische export. Sumatra is een lappendeken van bevolkingsgroepen die vooral in gemeenschappen op het platteland leven. De bekendste zijn de christelijke Bataks van Noord-Sumatra en de Minangkabau van West-Sumatra die een matriarchale samenleving kennen. Deze bevolkingsgroepen zijn al behoorlijk geïntegreerd in de Indonesische samenleving. De Kubu in Zuid-Sumatra leven nog grotendeels als hun nomadische voorouders uit de steentijd.
 

Communicatie

Post van Indonesië naar de Benelux doet er doorgaans een tot twee weken over.

Bellen kan vanuit een postkantoor of een hotel, bij commerciële kantoortjes (Wartel) of bij Telkom, de door de overheid gerunde telecommunicatiecentra. Over het algemeen zijn de verbindingen goed. De tarieven verschillen nogal. Het internationale landennummer voor Indonesië is 0062, voor Nederland 0031 en voor België 0032. In Indonesië kan met gsm gebeld worden (afhankelijk van toestel en abonnement), dat betekent echter niet dat je overal en altijd bereik hebt. In de afgelegen gebieden zal dat zeker niet het geval zijn. Informeer voor vertrek bij je provider naar de mogelijkheden en kosten.

In grote steden en plaatsen waar toeristen komen zijn internetcafés.
 

Eten en drinken

Het is eigenlijk verbazend dat we kunnen spreken van dé Indonesische keuken in een land van meer dan 13.000 eilanden. Toch is dat mogelijk. De basis van elke maaltijd, van Noord-Sumatra in het westen tot West-Papua in het oosten, is gekookte witte rijst (nasi putih). Zelfs bij het ontbijt wordt rijst gegeten. Meestal zijn dit restjes die opgebakken worden. Als toerist hoef je niet bang te zijn dat je de hele dag door rijst moet eten, in de hotels wordt gewoon een Europees ontbijt geserveerd. Een ander bindmiddel tussen de eilanden is het gebruik van kokos, chilipepers en inheemse kruiden en grassen. In geen enkel ander land ter wereld worden zoveel verschillende specerijen verbouwd als in Indonesië. Rijst is dan wel de basis van elke maaltijd, maar de bijgerechten variëren zowel in ingrediënten als mate van gekruidheid per eiland of regio. Hoe verder weg van het centraal gelegen Java en hoe minder gecultiveerd een eiland is, hoe minder ingrediënten er verkrijgbaar zijn. En hoe minder verfijnd de kookgewoonten zijn. Verblijf je in Kalimantan, dan zul je geregeld pens, hart en darmen op het menu vinden. Op het overbevolkte Java heeft de bevolking geen ruimte om vee te weiden en eet men veel plantaardig voedsel als tahoe en tempé. De Molukkers serveren vis en sago, want die hebben zij voorhanden. De religie van een streek heeft ook invloed op de ingrediënten. De hindoeïstische Balinezen eten als enige in Indonesië varkensvlees, terwijl rundvlees, populair in de gehele archipel, voor hen taboe is. Ook het gebruik van kruiden is per regio verschillend. Niet alleen de hoeveelheid, maar ook de diverse soorten. Gerechten uit Midden-Sumatra, uit de zogeheten Padangkeuken, zijn doorgaans zeer heet en bevatten veel gember. Op Java wordt veel milder gekookt, hier en daar zelfs zoetig, onder meer door het gebruik van gula jawa, Javaanse suiker.

Op Java onderscheidt men vier keukens: de Sundanese (West-Javaanse), de Midden-Javaanse, de Oost-Javaanse en de Madurese keuken. De delicatessen van Midden-Java zijn gebakken kip (ayam) en gudeg. Javaanse kippen zijn scharrelkippen, die gewoon overal in de dorpen rondlopen. Ze hebben daarom veel smaak in vergelijking met dieren uit de bio-industrie. De Javanen koken hun kip eerst een paar uur in een brouwsel van kruiden, specerijen en kokosmelk en frituren of bakken deze vervolgens ruim een minuut bij zeer hoge temperatuur, waardoor deze een knapperige korst krijgt. Gudeg is de specialiteit van Yogyakarta en bestaat uit jonge broodvruchten gekookt in kokosmelk en kruiden, en wordt geserveerd met buffelvlees gekookt in sambalsaus, stukken kip en ei. De religie van een streek heeft ook invloed op de ingrediënten. Balinezen eten als enige in Indonesië varkensvlees (babi), terwijl rundvlees, populair in de gehele archipel, voor hen taboe is.

Verwacht niet dat je in Indonesië een gerecht krijgt dat lijkt op wat men in Indonesische restaurants van bij ons serveert. De 'rijsttafel' is een uitvinding van de Nederlanders. Je zult die alleen in de grote hotels vinden en in restaurants waar veel toeristen komen. De meest authentieke gerechten vind je bij de warung, geïmproviseerde eetstalletjes aan de kant van de weg. De koks stomen, frituren en bakken hun gerechten in de wadjans. De prijs is hier erg laag, maar de kwaliteit kan nogal verschillen. Je kunt het best gaan zitten waar de meeste mensen zitten. Vegetariërs hebben het in Indonesië gemakkelijk. Enkele bekende gerechten zijn gado-gado en tjap tjoj (cap cai). Uiteraard wordt in dit eilandenrijk veel vis (ikan) gegeten.

Het water uit de kraan is niet geschikt voor consumptie. Overal zijn flessen gezuiverd drinkwater te koop. Evenals frisdranken en vruchtensappen. Ondanks het verbod van de islam op alcoholhoudende dranken, doen de Indonesiërs hier niet moeilijk over. Het in Indonesië geproduceerde bier, Bintang en Anker, is overal te koop, maar sterke drank is moeilijker te krijgen. Koffie (kopi) is gemaakt van de uitstekende Indonesische koffiebonen en ook thee (teh) is alom verkrijgbaar.
 

Feestdagen

Indonesië kent tal van nationale feestdagen en religieuze feesten (islamitische, boeddhistische, hindoeïstische en christelijke). Belangrijke nationale feestdagen zijn: Nieuwjaarsdag (1 januari); Kartini-dag, een soort moederdag (21 april); Onafhankelijkheidsdag (17 augustus); Hari Pancasila (1 oktober). Deze dag herinnert aan de vijf basisprincipes van de Pancasila: het geloof in één god; eenheid van Indonesië; beschaafde medemenselijkheid; democratie; sociale gelijkheid voor alle Indonesiërs.

De islamitische kalender is gebaseerd op de waarneming van de maan en wijkt daarom af van de telling van de westerse, Gregoriaanse, kalander. Volgens de westerse kalander schuiven de islamitische feestdagen ieder jaar een dag of tien naar voren. De ramadan (vanaf 11 augustus 2010) is het belangrijkste islamitische feest. Het feest duurt de hele negende maand van het islamitische jaar en is de vastenmaand. Tijdens deze periode eten, drinken en roken moslims niet tussen zonsopgang en zonsondergang. Vasten is een van de belangrijkste plichten van een moslim.
De ramadan kan leiden tot enig ongemak; veel restaurants zijn dicht; eten, drinken en roken in het openbaar wordt niet op prijs gesteld. Voor toeristen wordt wel gekookt en gezorgd. Het spreekt vanzelf dat je de mensen niet de ogen moet uitsteken door vlak voor hun neus te eten.
Het driedaagse suikerfeest, Idul Fitri (10 september 2010), luidt het einde van de ramadan in. Het huis wordt nog een keer gepoetst en de mensen kleden zich zo mooi mogelijk. Iedereen gaat bij elkaar op bezoek om elkaar te feliciteren met een goed volbrachte vastenperiode. Ook de armen krijgen iets extra’s. Met het suikerfeest begint het bedevaartsseizoen naar Mekka.
Het offerfeest, Idul Adha (17 november 2010), begint op de tiende dag van de laatste maand van het jaar. Andere belangrijke dagen zijn: Tahun Baru Hijriyana (7 december 2010) islamitische nieuwjaarsdag en Maulud Nabi (26 februari 2010) de geboortedag van de profeet Mohammed.

Ook de meeste Chinese, boeddhistische en hindoeïstische en islamitische feestdagen zijn gebaseerd op een maanjaar en vallen volgens onze kalender ieder jaar op een andere datum. Het Chinees Nieuwjaar (begint op 14 februari 2010); Balinees Saka (Balinees Nieuwjaar); Nyepi, hindoe nieuwjaar en Waisak, herdenkt de geboorte en dood van de Boeddha en wordt gevierd in de omgeving van Yogyakarta en de Borobodur.
 

Gewoonten en gebruiken

Indonesiërs zijn over het algemeen bijzonder vriendelijk en open. Waar je ook komt, je zult dikwijls door kinderen en zelfs volwassenen worden begroet met ‘Hello mister’ (ook als je een vrouw bent). Het stellen van allerlei persoonlijke vragen over leeftijd, salaris, religie en andere privé-aangelegenheden is in Indonesië de gewoonste zaak van de wereld. Zeker in gebieden waar weinig buitenlanders komen, heb je de kans op een oploopje als je verschijnt. De mensen willen van alles van je weten, en zullen misschien zelfs aan je huid of haar voelen om te kijken of het echt is. Word vooral niet boos, blijf rustig en verlies vooral je gevoel voor humor niet. Het tonen van kwaadheid wordt door Indonesiërs opgevat als een zwaktebod. Een glimlach is je sterkste wapen. Maak een Indonesiër nooit belachelijk in het bijzijn van anderen. Indonesiërs zijn bijzonder gevoelig voor gezichtsverlies. Slecht nieuws of ongenoegen kun je het beste onder vier ogen overbrengen.

Indonesiërs leven meer in het 'hier en nu', maken zich minder druk over de toekomst en hebben veel meer geduld. Informatie over vertrektijden kun je meestal met een korreltje zout nemen. Een veel gehoorde uitspraak zegt genoeg: jam karet ofwel elastieken tijd!

Indonesiërs zijn erg schoon op zichzelf. Ze gaan minimaal twee keer per dag in bad. Lekker schoon zijn is een favoriet onderwerp van gesprek. Indonesiërs praten net zo graag over baden als wijover het weer. "Sudah mandi?" ("Heb je al gebaad?") is tegen vier uur een veelgehoorde vraag, die vriendelijk is bedoeld.
Het Indonesische baden (mandiën) gaat anders dan bij ons. Hoewel moderne huizen en veel hotels door de westerse invloed inmiddels voorzien zijn van douches, tref je ook nog vaak de traditionele mandibak aan. Ga niet in de grote bak water in de badkamer (kamar mandi) zitten, maar schep een klein emmertje water uit de bak en gooit het water over je heen. Als je eenmaal hebt gemandied, wil je vaak niet anders meer.

Indonesiërs gebruiken geen toiletpapier maar vegen zich af met water uit een fles, waarbij ze hun linkerhand gebruiken. Dit verklaart waarom je nooit iets met de linkerhand aangeeft of aanneemt en waarom je niet met de linkerhand eet. Die is immers onrein.
Hoewel Indonesiërs afwijzend staan tegen openbare blijken van genegenheid tussen een man en een vrouw, hebben ze vaak de neiging om westerse bezoekers tijdens een ontmoeting aan te raken. Vooral vrouwen willen graag een blanke huid voelen.

Indonesiërs kleden zich doorgaans netjes, ook als ze weinig geld hebben. Netjes betekent: schoon, gestreken en niet kapot. Kijk niet raar op als een Indonesiër zich meerdere keren per dag verkleedt. Hoewel men weet dat toeristen andere gewoontes hebben, op vakantie zijn en informeler gekleed gaan, verwacht men wel dat buitenlandse bezoekers rekening houden met Indonesische normen en waarden. Zij zullen dat overigens nooit direct laten blijken.
Wanneer je een tempel of moskee bezoekt, wordt verwacht dat je schouders en benen bedekt zijn. Bij moskeebezoek dienen vrouwen een hoofddoekje te dragen. Gedraag je rustig en toon respect, loop niet voor biddende mensen langs, informeer of je mag fotograferen en als er een ceremonie plaatsvindt, zorg dat je die niet verstoort. Bij het bezoek aan een tempel moet je meestal een sjaal om je middel dragen (vaak ter plaatse verkrijgbaar).
Ben je uitgenodigd voor een traditioneel feest, zoals een bruiloft, crematie of voorouderritueel, dan verwacht men doorgaans dat je net als de Indonesische aanwezigen een sarong draagt. Vrouwen kunnen aan het zwembad of strand een bikini dragen maar topless is not done. 
 

Klimaat

Indonesië heeft een tropisch klimaat met twee seizoenen. Het droge seizoen (musim kemarau) is tussen april en oktober en het natte seizoen (musim hujan) tussen november en maart. In december en januari valt de meeste regen. De hoeveelheid neerslag varieert van eiland tot eiland, afhankelijk van de geografische ligging en hoogte. Op Java en Bali is de droge tijd van mei tot en met oktober. In de berggebieden valt aanzienlijk meer regen dan in de laagvlakten. In Indonesië heeft regen een andere betekenis dan bij ons: in combinatie met de hoge gemiddelde temperatuur (het hele jaar door vrij constant 30° C) kan een regenbui juist verfrissend werken. De wegen zijn dan minder stoffig en bloemen en planten lijken extra tot leven te komen.

De beste reistijd verschilt per eiland. Op zich kun je prima in de regentijd naar Indonesië reizen. Voordeel is dat het landschap dan op z’n mooist (en groenst) is. Ga je aan het einde van de droge moesson dan heb je de ‘pech’ dat het landschap droog en kaal is. Tijdens de regentijd regent het bijna nooit de hele dag en de temperatuur blijft ook tijdens de buien aangenaam.

Klimaattabel

Houd er rekening mee dat wanneer je de bergen ingaat of vulkanen beklimt, het 's ochtends flink koud kan zijn en je een windjack of trui nodig hebt. Klimaattabel: De vier cijfers die telkens worden genoemd zijn van links naar rechts: de gemiddelde temperatuur in graden Celsius, aantal zonuren per dag, aantal dagen per maand met minimaal 1 mm-neerslag per dag en- de gemiddelde temperatuur van het zeewater.

PADANG

Maand
T Gem
Zon
Regen
T W
Januari
28
7
14
28
Februari
28
8
11
28
Maart
29
7
13
28
April
29
8
15
28
Mei
29
8
12
28
Juni
28
8
10
28
Juli
28
7
10
28
Augustus
28
7
12
28
September
28
7
14
28
Oktober
28
7
17
28
November
28
6
18
28
December
28
6
17
28


JOGYAKARTA
 

Maand
T Gem
Zon
Regen
T W
Januari
29
6
15
 
Februari
26
7
17
 
Maart
29
7
15
 
April
29
8
14
 
Mei
28
8
12
 
Juni
28
8
7
 
Juli
27
8
5
 
Augustus
28
7
5
 
September
28
6
6
 
Oktober
28
6
11
 
November
29
6
12
 
December
29
6
13
 


DENPASAR

Maand
T Gem
Zon
Regen
T W
Januari
30
6
20
28
Februari
30
6
22
28
Maart
30
7
13
28
April
30
5
13
28
Mei
29
5
8
28
Juni
28
5
9
28
Juli
28
5
13
27
Augustus
28
3
7
27
September
29
2
4
28
Oktober
29
7
11
28
November
30
6
17
29
December
30
6
17
29

Landschap

Indonesië heeft ruim 18.000 eilanden die zich over 5120 kilometer uitstrekken. Ongeveer viervijfde van het gebied bestaat uit oceaan en tropische zeeën, en veel eilanden zijn niet meer dan rotsen die boven de zeespiegel uitsteken. De enorme verscheidenheid aan landschappen is een gevolg van klimatologische en geologische factoren. Zo zijn de eilanden van West-Indonesië altijd bedekt geweest met dichte tropische regenwouden, de Oost-Indonesische eilanden daarentegen zijn veel droger met zelfs savannelandschappen. Vulkanen en bergen zijn kenmerkend voor het Indonesische landschap. Van de driehonderd vulkanen in de archipel zijn er nog ruim honderd actief. De bekendste vulkaan is de Gunung Krakatau, een vulkanisch eiland tussen Sumatra en Java. De sneeuwbedekte Puncak Jaya (5040 meter) is de hoogste bergketen van Indonesië en ligt op West-Papua. De vulkanen bepalen niet alleen het landschapsbeeld maar ze voeden ook de vruchtbare bodem waarop duizenden planten- en diersoorten leven. De archipel vormt het woongebied van onder andere olifanten, tijgers, luipaarden, orang oetans en zeeschildpadden. 's Werelds grootste bloem (Rafflesia) groeit op Sumatra. Indonesië heeft tal van nationale parken maar het ecologisch evenwicht in het regenwoud wordt ernstig bedreigd door menselijke activiteiten of de gevolgen daarvan. Zo vindt er op grote schaal houtkap plaats, met als gevolg een toenemende erosie. In 1997 gingen bovendien nog eens gigantische stukken regenwoud verloren door bosbranden. Het nog resterende bosareaal van Indonesië beslaat ongeveer 60 procent van het totale landoppervlak. Het gaat daarbij vooral om zo’n 100 miljoen hectare tropisch regenwoud, na Brazilië het grootste oerwoudgebied op aarde.

Religie

In Indonesië woont op dit moment de grootste islamitische gemeenschap ter wereld. Bijna 90 procent van de bevolking is islamitisch. Het overige deel van de bevolking belijdt het christendom, hindoeïsme, boeddhisme of animisme. Hoe verder je naar het oosten gaat, hoe meer christenen en 'overigen' je tegenkomt. Van de Kleine Sunda Eilanden zijn Lombok en Sumbawa overwegend islamitisch, maar op Flores vind je een christelijke meerderheid.

In praktijk bestaan er in Indonesië een scala aan variatie van religieuze zienswijzen en gebruiken die sterk gekleurd zijn door plaatselijke tradities welke van generatie op generatie worden overgedragen. Deze plaatselijke gedefinieerde zienswijze bepalen de structuur van elke gemeenschap en staan in Indonesië bekend als adat, de gewoonten van een etnische groep of gemeenschap. Opvallend is dat welke bevolkingsgroep dan ook vaak de verschillende religieuze beleving en de adat met elkaar combineert. Iemand die zich houdt aan de wetten van de islam, kan zich daarnaast best bezighouden met andere praktijken, zoals het branden van wierook en het brengen van kleine offers aan plaatselijke geesten.
Veel aanhangers van de islam combineren islamitische rituelen met een diepgewortelde mystiek, die teruggrijpt op de pre-islamitische tijd. Slechts een kleine minderheid hangt de orthodoxe leer aan, voornamelijk in Aceh op Noord-Sumatra, Zuid-Kalimantan en Madura. De Indonesische moslims zijn soennieten. Vergeleken met Maleisië en zeker met het Midden-Oosten is de Indonesische islam zeer gematigd.

De meeste Balinezen belijden een vorm van hindoeïsme die zij Agama Hindu Dharma noemen. Het is een unieke mengeling van hindoeïstische en boeddhistische elementen op een ondergrond van inheemse prehindoeïstische traditie. De drie grondslagen van het hindoeïsme zijn: de kennis van de heldendichten (de Mahabharata en de Ramayana), de kennis van filosofie en theologie, en de rituele verering (puja) door middel van devotie (bakti) en offers (banten). Er zijn o.a. ceremonies voor verering van de goden, voor de doden, voor de voorouders, bij geboorten, bij het ingaan van de puberteit, rituele offergaven en uitgebreide zuiveringsrituelen. Alles bij elkaar zal een Balinees tijdens zijn leven aan letterlijk honderden rituelen en feesten deelnemen en er veel tijd en geld in investeren.

In de moeilijk toegankelijke binnenlanden van Indonesië zoals op Kalimantan en West-Papua zijn veel mensen animist. Ze geloven dat alle materie 'bezield' is en dat er geesten in ieder mens, dier en voorwerp huizen. Vele honderden geesten wonen in bossen, rivieren en heuvels. Het tevreden stellen van geesten is een integraal onderdeel geworden van het leven. Tatoeages en gezegende amuletten moeten geluk brengen of beschermen tegen kwade invloeden. Wie bezeten is door de duivel of een kwade geest, gaat naar een sjamaan, medicijnman of geestenbezweerder. Verschillende volkeren geloven niet alleen in animisme, maar doen ook aan voorouderverering, een gewoonte om de zielen van overleden familieleden te aanbidden.
 

Taal

Op de Indonesische eilanden worden ongeveer 350 verschillende talen en dialecten gesproken. De officiële nationale taal is Bahasa Indonesia die door het merendeel van de bevolking als tweede taal wordt gebruikt naast het lokale dialect. In de toeristische gebieden kun je terecht in het Engels en sommige ouderen spreken ook nog een aardig woordje Nederlands.

Hierbij een woordenlijstje. Let er op dat je de ‘u’ uitspreekt als ‘oe’ en de ‘c’ als ‘tj’.
Welkom
Selamat datang

Goedendag
Selamat siang

Hoe gaat het met u?
Apa kabar?

Dank u wel
Terima kasih

Badkamer/ wc
Kmar mandi/ kamar ketjil

Prachtig
Bagus

Lelijk
Jelek

Tot ziens
Sampai bertemu lagi

1 satu
2 dua
3 tig
4 empat
5 lima
6 enam
7 tujuh
8 delapan
9 sembilan
10 sepuluh
11 sebalas
12 dua belas
20 dua puluh
30 tiga puluh
100 seratus
200 dua ratus
1000 seribu
miljoen sejuat
 

Praktische informatie

Ambassades

Indonesische ambassade in Nederland
Tobias Asserlaan 8, 2517 CK Den Haag
T 0031 (0)70 310 81 00/ 76/ 77 
F 0031 (0)70 364 33 31 
www.indonesia.nl

Indonesische ambassade in België 
Boulevard de la Woluwe 38, 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe
T 0032 (0)2 775 0120 
F 0032 (0)2 772 8210 

Nederlandse ambassade in Indonesië
Jalan H.R. Rasuna Saïd, Kavel S-3 Kuningan, Jakarta 12950
T 0062 21 524 82 00/ 525 15 15 
F 0062 21 527 59 77 
www.netherlandsembassy.or.id

Belgische ambassade in Indonesië
Deutsche Bank Building - 16th floor, Jalan Iman Bonjol, 80, 10310 Jakarta Pusat
T 0062 21 316 20 30
F 0062 21 316 20 35 
www.diplomatie.be/jakarta

Bagage en kleding

We adviseren je om de bagage mee te nemen in een rugzak (met binnenframe) of in een weekendtas. Een koffer raden we af. Het gewicht van je bagage kan meestal beperkt blijven tot maximaal tien kilo per persoon.

Wat betreft je kleding raden we je aan om praktische kleren mee te nemen die zich makkelijk laten combineren (laag over laag). We vragen je om in je kledingkeuze respect te tonen voor de lokale cultuur. Het dragen van korte broeken en t-shirts is hier echter geen probleem.

Het is aan te raden sandalen en stevige wandelschoenen mee te nemen voor de wandeltochten die we maken. Een trui voor de avonden op Sumatra kan ook geen kwaad.

Denk bij het samenstellen van je bagage aan bijvoorbeeld: zaklamp, waterfles, naaigerei, wasmiddel, universeel geldige verloopstekker, reisgids, hoofdbedekking, zonnebril, zonnecreme, voldoende fotomateriaal, lakenzak, toiletartikelen, badslippers, zwemkleding, wekker, schrijfgerei, schaartje, beker en zakmes. Zorg er wel voor dat je dit laatste in je grote bagage verpakt. Een trui voor de avonden op Sumatra.

Electriciteit

De netspanning in Indonesië is 220 volt, een enkele keer komt 110 volt voor. Onze stekkers passen op de meeste ongeaarde stopcontacten al moet je soms een beetje duwen. Stroomstoringen komen soms voor. Een verloopstekker, reservebatterijen en een zaklamp zijn zeker geen overbodige luxe.

Fooien

In lokale eetgelegenheden is het niet gebruikelijk om een fooi te geven. In eetgelegenheden waar toeristen komen verwacht men dat wel. Afhankelijk van de mate van tevredenheid geef je 5 tot 10 procent van de rekening aan fooi. Ook is het gebruikelijk om aan gidsen en chauffeurs een fooi te geven. De chauffeur en reisbegeleider die je de hele reis met je meereizen verwachten ook een fooi, ten minste, als hij/ zij het werk naar tevredenheid gedaan heeft. Onze richtlijn voor de fooi voor de chauffeur en de bijrijder samen is € 1 per reiziger per dag. Voor de reisbegeleider onze richtlijn voor de fooi € 1 per reiziger per dag.

Bedelen komt veel voor in Indonesië. Door bedelaars geld te geven los je hun problemen allerminst op. Eerder worden ze op deze manier afhankelijk van dit soort inkomsten. De werkelijkheid achter elke bedelaar kan heel verschillend zijn. Voor sommigen is het de enige mogelijkheid om te kunnen overleven. Dat geldt bijvoorbeeld voor oude of invalide mensen. Die kun je natuurlijk een muntje geven, vooral wanneer je ziet dat de lokale bevolking het ook doet. Maar een grote groep bedelt omdat ze verslaafd zijn aan alcohol en/of drugs. Kinderen kun je in principe beter geen geld geven, hooguit fruit of iets anders te eten. Als kinderen op deze manier aan hun geld kunnen komen, zijn ze weinig gemotiveerd om nog naar school te gaan of te gaan werken.

Mogelijk word je aangesproken door kinderen die vragen om pennen of andere cadeautjes. Ga hier niet op in, het werkt opdringerig gedrag in de hand. Door in te gaan op de vraag om cadeautjes te geven help je zeker om het fenomeen in stand te houden, en dus ook om het idee in stand te houden dat toeristen niet met hetzelfde respect benaderd hoeven te worden als de lokale bevolking. Bovendien kunnen onderlinge verhoudingen verstoord worden: het kan – buiten het gezichtsveld van de gever – soms leiden tot ruzies en conflicten. Het kortdurende gevoel een kind blij te maken weegt niet op tegen de negatieve langtermijn effecten. Als je kinderen echt wilt helpen kun je beter een erkende ontwikkelingsorganisatie of een lokaal ontwikkelingsproject steunen.

Fotografie

Indonesië is een fotogeniek land, niet alleen vanwege de natuur maar vooral ook vanwege de mensen. Indonesiërs laten zich graag fotograferen. Het is soms zo ‘erg’ dat je, als je een mooie natuurfoto wilt maken, eerst een vriendelijk lachend gezicht uit het beeld moet vegen. Op hun beurt vinden Indonesiërs het leuk om jou op de foto te zetten. Schrik daarom niet als je tijdens een bezoek aan een toeristische attractie ineens wordt omringd door een groep Indonesische bezoekers die samen met je willen poseren voor hun eigen foto’s.
Als je mensen fotografeert doe het dan met respect. Mensen staan er immers niet op te wachten om slechts als foto-object te dienen. Neem dan ook de tijd om een foto te maken en toon belangstelling, bijvoorbeeld door iemand eerst te begroeten en een praatje te maken. Het werkt vaak ook ontwapenend als de digitale fotograaf laat zien wat er op het beeldschermpje te zien is. Vraag mensen altijd eerst om toestemming als je ze wilt fotograferen. Dat kan soms ook zonder woorden: door de camera omhoog te houden en met gebaren duidelijk te maken dat je een foto zou willen maken. Een positieve of een afwerende reactie is meestal eenvoudig herkend. Respecteer het als mensen liever niet gefotografeerd willen worden en blijf vriendelijk. Mensen kunnen hele goede redenen hebben om niet gefotografeerd te willen worden. Mensen kunnen zich afvragen wat er met hun afbeelding gebeurt. Soms spelen religieuze motieven een rol: men denkt dat er met een foto een stukje van de ziel wordt ontnomen. Anderen willen liever niet tijdens het werk, ongewassen of in vieze kleren op de foto. Sommige vrouwen houden er niet van om gefotografeerd te worden door vreemde mannen. Het kan ook gebeuren dat mensen alleen tegen betaling op de foto willen. Respecteer deze voorwaarde en ga in een dergelijk geval niet van een afstand stiekem fotograferen. Dit kan aanleiding geven tot agressieve reacties.

Het is verboden om vliegvelden, militaire kampementen, bruggen, overheidsgebouwen, havens en dergelijke in Indonesië te fotograferen. Vraag toestemming als je (religieuze) ceremonieën of riten wilt fotograferen. Het is vaak geen probleem, al verwacht men soms een kleine donatie. Houd je op de achtergrond, zodat niemand zich aan je stoort. Gebruik van flitslicht is meestal verboden, zoals bij tempelfestivals op Bali. Fotografeer geen badende mensen in de rivier. Ook etende mensen willen vaak niet op de foto.

Gezondheidsvoorschriften

Voor Indonesië worden vaccinaties beslist aangeraden. Voor de actuele stand van zaken verwijzen we naar www.itg.be, de website van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
Voor een advies op maat word je aangeraden vier tot zes weken voor vertrek contact op te nemen met je huisarts. Laat bij een bezoek altijd de geplande reisroute zien.

Neem een kleine reisapotheek mee met daarin o.a. jodium, pleisters, sterilon en middelen tegen koorts, diarree, verstopping, insectenbeten, zonnebrand en eventueel een middel tegen reisziekte. Denk ook aan een tekentang, thermometer (onbreekbaar), ORS (Oral Rehydration Salts, tegen uitdroging) en vitaminetabletten. Voor de hygiëne op reis o.a. een flesje desinfecteergel (daarmee kun je zonder water en zeep je handen wassen), ontsmettingsdoekjes en condooms. Bovenstaande lijst is niet volledig, raadpleeg voor meer informatie over gezondheidsrisico's en de te nemen voorzorgsmaatregelen voor en tijdens de reis de website van Tropenzorg (www.tropenzorg.nl) of ga langs bij je huisarts, apotheek of vaccinerende instelling.

Als je naar een malariagebied gaat, denk dan aan anti-malaria tabletten en een geïmpregneerd muskietennet. Overigens vormt dengue (knokkelkoorts) tegenwoordig in de Indonesische steden een grotere dreiging dan malaria. Deze ziekte uit zich meestal als een zware griep. De mug die het dengue-virus overdraagt steekt in tegenstelling tot de malariamug vooral in de ochtend en late middag. Aangezien er geen vaccin of specifiek medicijn tegen dengue bestaat moet je je zowel overdag, als ‘s avonds en ‘s nachts dus goed beschermen tegen muggenbeten. Dat kun je door goed dekkende kleding (lange mouwen, lange broek) te dragen. De onbedekte lichaamsdelen dien je in te smeren met een anti-muggenmiddel. Bij voorkeur een middel dat DEET (een chemische stof die de muggen op afstand houdt) bevat. Neem bij koorts of griepachtige verschijnselen tijdens of na het verblijf in een malaria en/of dengue gebied altijd direct contact op met een arts.

Zorg dat je tijdens de reis het vaccinatieboekje en bloedgroepgegevens bij je hebt. Handig om mee te nemen is het Europees medisch paspoort, een document waarmee je in urgente situaties veel problemen kan voorkomen. Het paspoort is opgesteld in elf talen, waardoor de hulpverlener (in het buitenland) eenvoudig de gegevens van de patiënt, zijn of haar ziekten, aandoeningen en medicijngebruik kan opzoeken. Ook is vermeld wie de behandelende arts is en wie er in dringende gevallen gewaarschuwd kan worden. Het medisch paspoort is onder andere verkrijgbaar bij je huisarts.

Bij aankomst is het zaak de tijd te nemen om te acclimatiseren. Probeer na aankomst het lokale levensritme over te nemen. Uiteraard voorzover het reisschema dat toelaat. Sta vroeg op, neem tussen de middag een paar uur rust en ga bijtijds naar bed. De straling van de zon in de (sub)tropen is bijzonder sterk. Wees dus voorzichtig met zonnen en zet bij uitstapjes in de volle zon iets op je hoofd. Omdat je in de droge hitte ongemerkt veel vocht verliest, moet je steeds veel blijven drinken en wat extra zout op je eten strooien. Warme dranken zijn over het algemeen beter dan ijskoude. Je maag en darmen worden dan minder belast. Het water uit de kraan kun je beter niet drinken. Flessen gezuiverd drinkwater zijn bijna overal te koop. Mocht je diarree krijgen, let er dan vooral op dat je het extra vochtverlies compenseert: veel (slappe) thee, mineraalwater of eventueel cola zonder prik. Het zouttekort kun je opheffen met ORS of bouillon. Het heeft geen zin bij buikloop te vasten. Door niet te eten geef je je maag en darmen wel rust, maar verzwakt je lichaam nog meer.
Lees voor meer informatie het boekje ‘Hoe blijf ik gezond in de Tropen’ (uitgave KIT) of kijk op internet, zie onder andere: www.gezondopreis.nl.
 

Invoerbepalingen

Volwassenen personen mogen belastingvrij 200 sigaretten, 50 sigaren of 100 gram tabak en 1 liter sterke drank invoeren. Het meenemen van drukwerk dat als een gevaar voor de openbare orde en goede zeden worden beschouwd, kan problemen opleveren. Pornografie en literatuur in Chinese karakters mogen niet ingevoerd worden. Beschik je over een uitgebreide film- en foto-uitrusting, vraag dan een bewijs van invoer. Dan krijg je bij de terugreis geen problemen.

Er geldt een uitvoerverbod voor souvenirs die gemaakt zijn van beschermde dier- of plantensoorten. Tot deze soorten behoren onder meer koralen, grote schelpen, (zee)schildpadden, slangen, krokodillen, hagedissen, papegaaien, vlinders, orchideeën en cactussen. Toch worden er in Indonesië veel producten te koop aangeboden waarin (delen) van bedreigde dier- en plantensoorten zijn verwerkt: tassen, riemen, schoenen, sieraden e.d. Let er bij de aankoop van dit soort souvenirs op dat het een geldig CITES-certificaat heeft. Nederland en België zijn aangesloten bij de Washington Conventie (Verdrag over de Internationale Handel in Bedreigde Soorten, afgekort als CITES) en treden streng op tegen overtredingen. Meer informatie over de belangrijkste beschermde soorten met een opsomming van de bekendste ‘foute’ souvenirs vind je op www.wnf.nl/souvenirs of www.minlnv.nl/cites.
 

Tijdsverschil

Indonesië beslaat drie tijdzones. Op Java en Sumatra is het in de winter zes uur later dan in de Benelux. Op Kalimantan, Sulawesi en de Kleine Sunda Eilanden (inclusief Bali) zeven uur en op de Molukken en Papua Barat acht uur. In onze zomer is het tijdsverschil een uur minder.

Veiligheid

In Indonesië kun je, met uitzondering van een paar onveilige gebieden (Aceh, de Molukken, Noord-Molukken, Centraal Sulawesi en Timor Leste) veilig reizen. Het is verstandig om politieke bijeenkomsten en demonstraties te mijden.
Zakkenrollen, tasjesroof en straatovervallen komen overal ter wereld voor, ook in de grote steden in Indonesië. Ze zijn vooral actief in het gedrang op markten, in de bus en op busstations. Wat regelmatig voorkomt is oplichterij. De voorbeelden zijn legio en de regel om het te voorkomen is - in theorie - eenvoudig: geef geen geld of waardevolle zaken uit handen voor je de diensten of goederen ook werkelijk in handen hebt. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Het is verstandig om op je eigendommen te letten en mensen niet de gelegenheid te geven je spullen te stelen. Geld en belangrijke papieren kun je beter op je lichaam dragen, bijvoorbeeld in zakjes aan de binnenkant van je kleding of in een geldbuidel onder je kleding. Verdeel geld en documenten over verschillende plaatsen en meer personen. Stop een klein geldbedrag in je portemonnee zodat je niet al je geld kwijt bent als je zakken gerold worden. Laat geen geld of kostbare zaken los slingeren in de hotelkamer. Draag foto- en filmapparatuur in een tas of rugzak, en loop niet te koop met sieraden. Maak kopieën van belangrijke reisdocumenten zoals het paspoort, visa, vliegtickets en verzekeringspapieren. Je kunt deze gegevens ook scannen en naar je eigen mailadres sturen zodat je er in elk willekeurig internetcafé over kunt beschikken. 

Actuele informatie over de veiligheid in Indonesië vind je op www.diplomatie.be, de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
 

Winkelen en openingstijden

Postkantoren zijn van maandag tot en met donderdag tussen 8.00 tot 15.00 uur open, op vrijdag tot 11.00 uur en op zaterdag tot 14.00 uur. De meeste winkels zijn open van 8.00 tot 20.00 uur. Sommige kleine zaken sluiten pas 's avonds laat. Veel winkels zijn ook op zondag open.

Zoek je reis

Route en andere info

JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen
loading

Reis code: GRBBAJ
Waardering: - Info
Groepsgrootte: 8 - 18

Reisroute
1 Vliegtuig
2 Jakarta
3 Bandung
4 Bandung
5 Yogyakarta
6 Yogyakarta
7 Yogyakarta
8 Solo
9 Malang
10 Malang
11 Bromo
12 Kalibaru
13 Kalibaru
14 Ubud
15 Ubud
16 Padangbai
17 Padangbai
18 Senggigi
19 Senggigi
20 Senggigi
21 Vliegtuig
22 Aankomst

Wat is inclusief

  • internationale vluchten
  • binnenlandse vlucht Mataram-Denpasar
  • alle transport met airconditioned (mini)bus
  • treinrit in ‘Executive’ klasse Bandung-Yogyakarta
  • ferry Java-Bali / Bali-Lombok
  • overnachtingen in hotels met ontbijt
  • Nederlandstalige reisbegeleiding
  • bezoek kruidentuin en dansvoorstelling in Kalibaru
  • entreegeld voor Bromo
  • luchthavenbelastingen
  • brandstofheffing

Wat is exclusief

  • overige maaltijden
  • optionele excursies
  • overige entreegelden
  • fooien
  • visum
  • boekingskosten
  • bijdrage Calamiteitenfonds (enkel in Nederland)
  • vertrekbelasting
  • reis- en annuleringsverzekering

Extra
Zakgeld: € 450



Reiservaring: JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen

Diapresentatie van deze reis: JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen

Accommodatie en vervoer: JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen

Print: JAVA, BALI EN LOMBOK - Groepsreis - 22 dagen