Vietnam
Achtergrondinformatie
Praktische informatie
Omschrijving
Laos
Laos heeft een oppervlakte van 236.000 km² ( 6 maal Nederland en 8 maal België) en telt ruim 6 miljoen mensen. Met 26 mensen per km² is het een dunbevolkt land (vergelijk Nederland 482, België 342). Het merendeel van de bevolking leeft in de vruchtbare valleien van de Mekongrivier en haar zijrivieren. Terwijl het buurland Thailand inmiddels een redelijk ontwikkeld land is met een goede infrastructuur en grote steden, is Laos een land waar transport voornamelijk over rivieren plaatsvindt en het merendeel van de bevolking (80 procent) in afgelegen dorpen woont die bereikbaar zijn via geitenpaadjes. Slecht eenderde van het landoppervlakte kan voor landbouw gebruikt worden. Overstromingen en perioden van droogte zorgen regelmatig voor problemen in de voedselvoorziening. Ruim de helft van de bevolking leeft van zelfvoorzienend landbouw. Laos is één van de armste landen ter wereld en van alle Zuidoost-Aziatische landen het minst ontwikkeld. Mede door de uiterst gebrekkige infrastructuur is basisgezondheidszorg in grote delen van het land grotendeels afwezig. Minder dan de helft van de bevolking heeft toegang tot veilig drinkwater. Slechts 60 procent van de kinderen volgt enige jaren lager onderwijs. Ongeveer 60 procent van de vrouwen en 77 procent van de mannen kan lezen en schrijven. Middelbaar en hoger onderwijs zijn slechts zeer beperkt beschikbaar, hetgeen grote problemen oplevert in een land dat voor verdere ontwikkeling afhankelijk is van goed opgeleid kader.
De bevolking van Laos is etnisch en linguïstisch zeer divers. De 68 etnische groepen worden afhankelijk van hun topografische locatie in drie hoofdgroepen onderscheiden: de Lao Loum, de Lao Theung (Mon-Khmer taalgroep) en de Lao Soung. Armoede, het gebrek aan overheidsvoorzieningen en mensenrechtenschendingen treffen met name de minderheden. De onderdrukking en vervolging van groepen H’mong-verzetsstrijders was in augustus 2003 aanleiding voor een veroordeling door het VN Comité voor de afschaffing van rassendiscriminatie.
De Lao Loum (Laagland-Laotianen) bevolken de lager gelegen delen van Laos en wonen met name in de Mekong-vallei. Ze vormen ongeveer de helft van de Laotiaanse bevolking. Ze kwamen vanuit het zuiden de Mekongvallei in en verdreven de daar aanwezige Lao Theung. Invloeden vanuit Cambodjaanse, Indonesische en Thaise culturen zijn nog duidelijk waar te nemen. Belangrijkste middel van bestaan is de verbouw van ‘natte’ rijst.
De Lao Theung bestaan uit de bergvolken van Chinees/Maleise afkomst en leven in Midden-Laos. Ze behoren tot de oudste inwoners van Laos en maken ongeveer een kwart van de bevolking uit. Ze vestigden zich in de Mekongvallei totdat ze door de Lao Loum uit die streek verjaagd werden en verhuisden naar hoger geleden streken van Noord- en Zuid-Laos.
De Lao Soung bestaan uit volken die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Zuid-China, Tibet en Myanmar en pas vrij recent geëmigreerd zijn. Ze maken zo’n tien procent van de bevolking uit en leven voornamelijk in de bergen vanaf ongeveer 1000 meter. Het zijn landbouwers en ze verbouwen hoofdzakelijk droge rijst, maïs en papavers.
De H’mong vormen de grootste groep, ze komen oorspronkelijk uit Zuid-China en maken ongeveer tweederde deel uit van de hooglandbevolking. Ze verbouwen in de berggebieden voornamelijk rijst, maïs en opium. Er zijn o.a. Zwarte H’mong en Bloemen H’mong. Deze groepen spreken dezelfde taal, maar onderscheiden zich met hun kleding. De H’mong staan bekend als zilversmeden en wevers. Opvallend zijn de holle zilveren armbanden, waarvan ze er soms drie of meer dragen.
De Yao zijn in bevolkingsaantal de tweede groep in het hoogland en komen van oorsprong uit Centraal-China. De vrouwen dragen zwarte jasjes en broeken, gedecoreerd met borduurwerk en rode ‘bontachtige’ kragen, en op hun hoofd grote blauwe of zwarte tulbanden. Bij feestelijkheden dragen de Yao zilveren sieraden.
De Lahu komen van oorsprong uit Tibet en de Chinese provincie Yunnan. Zij zijn zeer bekwaam in weven en borduren. Van jonge meisjes wordt verwacht dat ze hun eigen huwelijkskleding en die van hun bruidegom maken. De mannen zijn zeer handvaardig in het maken van landbouwwerktuigen, gebruiksvoorwerpen en sieraden. De vrouwen van de Lahu dragen zwarte en rode jasjes en strakke rokken. De mannen hebben heldergroene of blauwgroene wijde broeken.
De Akha komen uit de Chinese provincie Yunnan en zijn herkenbaar aan de onafscheidelijke pijp, een puntig soort hoofdtooi en een soort jak dat over het blote lichaam wordt gedragen. De halssieraden van de Akha zijn plat en massief. Aan een halsband hangt doorgaans een grote ronde zilveren schijf; aan hun hoofdtooi dragen ze trossen zilveren munten.
De Lisu komen oorspronkelijk uit Tibet. De vrouwen dragen lange veelkleurige tunieken over hun broeken en soms zwarte tulbanden. Zware zilveren sieraden completeren het kostuum. De mannen doen qua kleding niet onder voor de vrouwen; ook hun kleren zijn veelkleurig en ook zij dragen sieraden.
Vietnam
Vietnam heeft een oppervlakte van 329.566 km² ( 8 maal Nederland en 11 maal België) en telt ongeveer 84 miljoen inwoners. Het land is een éénpartijstaat die geen scheiding der machten kent in de westerse zin van het woord. De Communistische Partij van Vietnam (CPV) is de enige toegestane partij en domineert het politieke leven. Alle hoge bestuursfuncties worden in de regel uitgeoefend door partijleden.
Vietnam hoort tot de dichtst bevolkte landen ter wereld. Ongeveer driekwart van de bevolking woont op het platteland, met name in de belangrijke rijstverbouwende streken. Zeer dicht bevolkt zijn de delta's van de Mekong en de Rode Rivier. De bergen en heuvels zijn dun bevolkt. Het merendeel (58 procent) van de bevolking is werkzaam in de landbouwsector (inclusief visserij en bosbouw). Vietnam is inmiddels de tweede rijstproducent van de wereld. De overheid voert een actief bevolkingsbeleid, waarbij tot 2003 twee kinderen de norm was. Desondanks is zo’n 60 procent van de bevolking jonger dan 25 jaar. Deze bevolkingstoename vormt vooral voor het onderwijs en de gezondheidszorg een zware belasting. Per jaar treden ruim 1,2 miljoen mensen toe tot de arbeidsmarkt. Met de toename van de bevolking, de welvaart en de internationalisering, dienen zich ook problemen aan rond drugsgebruik en HIV/Aids. De voorzieningen zoals onderwijs zijn dan relatief goed ontwikkeld; ruim 90 procent van de volwassen bevolking kan lezen en schrijven. De levensverwachting is relatief hoog, tussen 67 (mannen) en 73 (vrouwen) jaar, en 90 procent van de bevolking heeft toegang tot eerstelijns gezondheidszorg.
Het merendeel (88 procent) van de Vietnamese bevolking hoort tot de Kinh, de etnische Vietnamezen. De een miljoen Chinezen vormen een belangrijke minderheid. In het algemeen hebben de Chinezen (Hoa) gewoonten en kleding van hun vaderland in ere gehouden. Velen vestigden zich in Cholon, vier kilometer van het centrum van Ho Chi Minh City, een bloeiend handelscentrum.
De bewoners van de heuvels en bergen van Midden- en Noord-Vietnam, door de etnische Vietnamezen ‘moi’ of wilden genoemd, vormen samen de grootste minderheid van het land. Deze zogenaamde ‘Montagnards’ zijn nauw verwant aan etnische groepen in Thailand en Zuid-China. Er zijn ruim 50 bevolkingsgroepen, iedere groep heeft zijn eigen kleding, sieraden, taal en religie. Rond Sa Pa in het noorden wonen o.a. de H’mong en Yao. De situatie van de Vietnamese bergvolken heeft zich na de vroegere economische en culturele achterstelling intussen iets verbeterd. Ze mogen weer hun traditionele kleding dragen en de eigen taal spreken. Ook komen er steeds meer scholen voor minderheden, en zijn er kinderen vanuit uit de minderheden die op universiteiten gaan studeren.
Cambodja
Cambodja heeft een oppervlakte van 181.000 km² (4,5 maal Nederland, 6 maal België) en telt ruim 13 miljoen inwoners. Ongeveer 75 procent van de bevolking woont in het vruchtbare gebied tussen het Tonlé Sap-meer in het noordwesten en de regio ten zuiden van de hoofdstad Phnom Penh. Slechts 10 procent van de Cambodjanen woont in een stad. In 1970 telde de Cambodja nog maar zes tot zeven miljoen inwoners. Vanwege oorlogen en burgeroorlogen, maar vooral vanwege het schrikbewind van de Rode Khmer in de periode 1975 tot 1979, zijn meer dan één miljoen (sommigen zeggen drie miljoen) om het leven gekomen of gebracht. Door het zeer hoge geboortecijfer na 1979 is het inwonertal tot het huidige niveau opgelopen. Cambodja heeft een zeer jonge bevolking; bijna 40 procent van de bevolking is jonger dan 15 jaar en de gemiddelde leeftijdsverwachting bedraagt voor mannen 55 jaar en voor vrouwen 61 jaar. Hoewel er de laatste jaren veel verbetert is, leeft nog altijd een groot percentage onder de armoede grens. Slechts de helft van de bevolking heeft toegang tot essentiële medicijnen en 58 procent van de vrouwen en 80 procent van de mannen kan lezen en schrijven.
Cambodja heeft een vrij homogene bevolkingssamenstelling, ongeveer 90 procent van de bevolking behoort tot de Khmer. Belangrijke minderheidsgroepen vormen Chinezen, etnische Vietnamezen, Cham en diverse bergvolken.
De Khmer behoren tot de Mon-Khmer, die al sinds de 2e eeuw n.Chr. in Cambodja wonen en uit Zuid-China afkomstig zijn. De Khmer zijn onder andere stichters van het rijk van Angkor. Ze zijn vooral landbouwers. Ze kennen een systeem van wederzijdse hulp en werken samen tijdens de verbouw en oogst van de rijst. Daarbuiten zijn ze tamelijk individualistisch. Khmer staan niet bekend als ondernemers of handelaars.
Ongeveer vijf procent van de bevolking is Vietnamees. Deze boeren en vissers wonen vooral rond de hoofdstad Phnom Penh en langs de Mekong. Na het Rode Khmer-bewind vluchtten veel Vietnamezen terug naar Vietnam, maar keerden na 1979 terug. De verhouding tussen de Vietnamezen en de Khmer is slecht door cultuur- en economische verschillen. De hardwerkende, ondernemende Vietnamezen, vaak werkzaam in de visserij en in het kleinbedrijf, hebben het financieel namelijk vaak beter dan de Khmer-Cambodjanen.
Drie procent van de bevolking is Chinees. Zij zijn veel meer geïntegreerd dan de Vietnamezen en huwelijken tussen Chinezen en Cambodjanen zijn bepaald geen uitzondering. De eerste Chinezen kwamen in de 18e en 19e eeuw vanuit Zuid-China naar Cambodja en vormden al snel een belangrijke factor in de Cambodjaanse economie. De meeste Chinezen wonen in steden en werken in de handel, het bankwezen of als winkelier.
Zo’n twee procent van de bevolking hoort tot de Cham. Ze stammen af van de inwoners van Champa, een hindoerijk dat vanaf de 2e eeuw over een gebied in Vietnam regeerde. De Cham, vaak handwerkslieden, vissers en boeren, wonen vooral langs de Mekong, het meer van Tonlé Sap en langs de kust. In de 17e eeuw vermengden ze zich met moslims uit Maleisië, namen hun geloof over en worden daarom ook wel de Khmer Islam genoemd. De Cham hebben zeer te lijden gehad onder het atheïstische Rode Khmer-regime.
Tot slot zijn er de geïsoleerd levende bergvolken of ‘chunchiet’. Zij maken nog niet een procent uit van de Cambodjaanse bevolking en wonen vooral in de heuvels en op de hoogvlakten die grenzen aan de grens met Vietnam en Laos. De meeste bergvolken wonen in de provincies Ratanakiri en Mondulkiri. Men onderscheidt twaalf groepen, waarvan de grootste de Tompoun, Kuy, Jarai, Kreung, Stieng en Phong zijn. Elke groep heeft zijn eigen taal, godsdienst en cultuur, die over het algemeen sterk van de Khmer verschilt. De meeste bergvolken leven van de zwerflandbouw.
Achtergrondinformatie
Bevolking
Laos
Laos heeft een oppervlakte van 236.000 km² ( 6 maal Nederland en 8 maal België) en telt ruim 6 miljoen mensen. Met 26 mensen per km² is het een dunbevolkt land (vergelijk Nederland 482, België 342). Het merendeel van de bevolking leeft in de vruchtbare valleien van de Mekongrivier en haar zijrivieren. Terwijl het buurland Thailand inmiddels een redelijk ontwikkeld land is met een goede infrastructuur en grote steden, is Laos een land waar transport voornamelijk over rivieren plaatsvindt en het merendeel van de bevolking (80 procent) in afgelegen dorpen woont die bereikbaar zijn via geitenpaadjes. Slecht eenderde van het landoppervlakte kan voor landbouw gebruikt worden. Overstromingen en perioden van droogte zorgen regelmatig voor problemen in de voedselvoorziening. Ruim de helft van de bevolking leeft van zelfvoorzienend landbouw. Laos is één van de armste landen ter wereld en van alle Zuidoost-Aziatische landen het minst ontwikkeld. Mede door de uiterst gebrekkige infrastructuur is basisgezondheidszorg in grote delen van het land grotendeels afwezig. Minder dan de helft van de bevolking heeft toegang tot veilig drinkwater. Slechts 60 procent van de kinderen volgt enige jaren lager onderwijs. Ongeveer 60 procent van de vrouwen en 77 procent van de mannen kan lezen en schrijven. Middelbaar en hoger onderwijs zijn slechts zeer beperkt beschikbaar, hetgeen grote problemen oplevert in een land dat voor verdere ontwikkeling afhankelijk is van goed opgeleid kader.
De bevolking van Laos is etnisch en linguïstisch zeer divers. De 68 etnische groepen worden afhankelijk van hun topografische locatie in drie hoofdgroepen onderscheiden: de Lao Loum, de Lao Theung (Mon-Khmer taalgroep) en de Lao Soung. Armoede, het gebrek aan overheidsvoorzieningen en mensenrechtenschendingen treffen met name de minderheden. De onderdrukking en vervolging van groepen H’mong-verzetsstrijders was in augustus 2003 aanleiding voor een veroordeling door het VN Comité voor de afschaffing van rassendiscriminatie.
De Lao Loum (Laagland-Laotianen) bevolken de lager gelegen delen van Laos en wonen met name in de Mekong-vallei. Ze vormen ongeveer de helft van de Laotiaanse bevolking. Ze kwamen vanuit het zuiden de Mekongvallei in en verdreven de daar aanwezige Lao Theung. Invloeden vanuit Cambodjaanse, Indonesische en Thaise culturen zijn nog duidelijk waar te nemen. Belangrijkste middel van bestaan is de verbouw van ‘natte’ rijst.
De Lao Theung bestaan uit de bergvolken van Chinees/Maleise afkomst en leven in Midden-Laos. Ze behoren tot de oudste inwoners van Laos en maken ongeveer een kwart van de bevolking uit. Ze vestigden zich in de Mekongvallei totdat ze door de Lao Loum uit die streek verjaagd werden en verhuisden naar hoger geleden streken van Noord- en Zuid-Laos.
De Lao Soung bestaan uit volken die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Zuid-China, Tibet en Myanmar en pas vrij recent geëmigreerd zijn. Ze maken zo’n tien procent van de bevolking uit en leven voornamelijk in de bergen vanaf ongeveer 1000 meter. Het zijn landbouwers en ze verbouwen hoofdzakelijk droge rijst, maïs en papavers.
De H’mong vormen de grootste groep, ze komen oorspronkelijk uit Zuid-China en maken ongeveer tweederde deel uit van de hooglandbevolking. Ze verbouwen in de berggebieden voornamelijk rijst, maïs en opium. Er zijn o.a. Zwarte H’mong en Bloemen H’mong. Deze groepen spreken dezelfde taal, maar onderscheiden zich met hun kleding. De H’mong staan bekend als zilversmeden en wevers. Opvallend zijn de holle zilveren armbanden, waarvan ze er soms drie of meer dragen.
De Yao zijn in bevolkingsaantal de tweede groep in het hoogland en komen van oorsprong uit Centraal-China. De vrouwen dragen zwarte jasjes en broeken, gedecoreerd met borduurwerk en rode ‘bontachtige’ kragen, en op hun hoofd grote blauwe of zwarte tulbanden. Bij feestelijkheden dragen de Yao zilveren sieraden.
De Lahu komen van oorsprong uit Tibet en de Chinese provincie Yunnan. Zij zijn zeer bekwaam in weven en borduren. Van jonge meisjes wordt verwacht dat ze hun eigen huwelijkskleding en die van hun bruidegom maken. De mannen zijn zeer handvaardig in het maken van landbouwwerktuigen, gebruiksvoorwerpen en sieraden. De vrouwen van de Lahu dragen zwarte en rode jasjes en strakke rokken. De mannen hebben heldergroene of blauwgroene wijde broeken.
De Akha komen uit de Chinese provincie Yunnan en zijn herkenbaar aan de onafscheidelijke pijp, een puntig soort hoofdtooi en een soort jak dat over het blote lichaam wordt gedragen. De halssieraden van de Akha zijn plat en massief. Aan een halsband hangt doorgaans een grote ronde zilveren schijf; aan hun hoofdtooi dragen ze trossen zilveren munten.
De Lisu komen oorspronkelijk uit Tibet. De vrouwen dragen lange veelkleurige tunieken over hun broeken en soms zwarte tulbanden. Zware zilveren sieraden completeren het kostuum. De mannen doen qua kleding niet onder voor de vrouwen; ook hun kleren zijn veelkleurig en ook zij dragen sieraden.
Vietnam
Vietnam heeft een oppervlakte van 329.566 km² ( 8 maal Nederland en 11 maal België) en telt ongeveer 84 miljoen inwoners. Het land is een éénpartijstaat die geen scheiding der machten kent in de westerse zin van het woord. De Communistische Partij van Vietnam (CPV) is de enige toegestane partij en domineert het politieke leven. Alle hoge bestuursfuncties worden in de regel uitgeoefend door partijleden.
Vietnam hoort tot de dichtst bevolkte landen ter wereld. Ongeveer driekwart van de bevolking woont op het platteland, met name in de belangrijke rijstverbouwende streken. Zeer dicht bevolkt zijn de delta's van de Mekong en de Rode Rivier. De bergen en heuvels zijn dun bevolkt. Het merendeel (58 procent) van de bevolking is werkzaam in de landbouwsector (inclusief visserij en bosbouw). Vietnam is inmiddels de tweede rijstproducent van de wereld. De overheid voert een actief bevolkingsbeleid, waarbij tot 2003 twee kinderen de norm was. Desondanks is zo’n 60 procent van de bevolking jonger dan 25 jaar. Deze bevolkingstoename vormt vooral voor het onderwijs en de gezondheidszorg een zware belasting. Per jaar treden ruim 1,2 miljoen mensen toe tot de arbeidsmarkt. Met de toename van de bevolking, de welvaart en de internationalisering, dienen zich ook problemen aan rond drugsgebruik en HIV/Aids. De voorzieningen zoals onderwijs zijn dan relatief goed ontwikkeld; ruim 90 procent van de volwassen bevolking kan lezen en schrijven. De levensverwachting is relatief hoog, tussen 67 (mannen) en 73 (vrouwen) jaar, en 90 procent van de bevolking heeft toegang tot eerstelijns gezondheidszorg.
Het merendeel (88 procent) van de Vietnamese bevolking hoort tot de Kinh, de etnische Vietnamezen. De een miljoen Chinezen vormen een belangrijke minderheid. In het algemeen hebben de Chinezen (Hoa) gewoonten en kleding van hun vaderland in ere gehouden. Velen vestigden zich in Cholon, vier kilometer van het centrum van Ho Chi Minh City, een bloeiend handelscentrum.
De bewoners van de heuvels en bergen van Midden- en Noord-Vietnam, door de etnische Vietnamezen ‘moi’ of wilden genoemd, vormen samen de grootste minderheid van het land. Deze zogenaamde ‘Montagnards’ zijn nauw verwant aan etnische groepen in Thailand en Zuid-China. Er zijn ruim 50 bevolkingsgroepen, iedere groep heeft zijn eigen kleding, sieraden, taal en religie. Rond Sa Pa in het noorden wonen o.a. de H’mong en Yao. De situatie van de Vietnamese bergvolken heeft zich na de vroegere economische en culturele achterstelling intussen iets verbeterd. Ze mogen weer hun traditionele kleding dragen en de eigen taal spreken. Ook komen er steeds meer scholen voor minderheden, en zijn er kinderen vanuit uit de minderheden die op universiteiten gaan studeren.
Cambodja
Cambodja heeft een oppervlakte van 181.000 km² (4,5 maal Nederland, 6 maal België) en telt ruim 13 miljoen inwoners. Ongeveer 75 procent van de bevolking woont in het vruchtbare gebied tussen het Tonlé Sap-meer in het noordwesten en de regio ten zuiden van de hoofdstad Phnom Penh. Slechts 10 procent van de Cambodjanen woont in een stad. In 1970 telde de Cambodja nog maar zes tot zeven miljoen inwoners. Vanwege oorlogen en burgeroorlogen, maar vooral vanwege het schrikbewind van de Rode Khmer in de periode 1975 tot 1979, zijn meer dan één miljoen (sommigen zeggen drie miljoen) om het leven gekomen of gebracht. Door het zeer hoge geboortecijfer na 1979 is het inwonertal tot het huidige niveau opgelopen. Cambodja heeft een zeer jonge bevolking; bijna 40 procent van de bevolking is jonger dan 15 jaar en de gemiddelde leeftijdsverwachting bedraagt voor mannen 55 jaar en voor vrouwen 61 jaar. Hoewel er de laatste jaren veel verbetert is, leeft nog altijd een groot percentage onder de armoede grens. Slechts de helft van de bevolking heeft toegang tot essentiële medicijnen en 58 procent van de vrouwen en 80 procent van de mannen kan lezen en schrijven.
Cambodja heeft een vrij homogene bevolkingssamenstelling, ongeveer 90 procent van de bevolking behoort tot de Khmer. Belangrijke minderheidsgroepen vormen Chinezen, etnische Vietnamezen, Cham en diverse bergvolken.
De Khmer behoren tot de Mon-Khmer, die al sinds de 2e eeuw n.Chr. in Cambodja wonen en uit Zuid-China afkomstig zijn. De Khmer zijn onder andere stichters van het rijk van Angkor. Ze zijn vooral landbouwers. Ze kennen een systeem van wederzijdse hulp en werken samen tijdens de verbouw en oogst van de rijst. Daarbuiten zijn ze tamelijk individualistisch. Khmer staan niet bekend als ondernemers of handelaars.
Ongeveer vijf procent van de bevolking is Vietnamees. Deze boeren en vissers wonen vooral rond de hoofdstad Phnom Penh en langs de Mekong. Na het Rode Khmer-bewind vluchtten veel Vietnamezen terug naar Vietnam, maar keerden na 1979 terug. De verhouding tussen de Vietnamezen en de Khmer is slecht door cultuur- en economische verschillen. De hardwerkende, ondernemende Vietnamezen, vaak werkzaam in de visserij en in het kleinbedrijf, hebben het financieel namelijk vaak beter dan de Khmer-Cambodjanen.
Drie procent van de bevolking is Chinees. Zij zijn veel meer geïntegreerd dan de Vietnamezen en huwelijken tussen Chinezen en Cambodjanen zijn bepaald geen uitzondering. De eerste Chinezen kwamen in de 18e en 19e eeuw vanuit Zuid-China naar Cambodja en vormden al snel een belangrijke factor in de Cambodjaanse economie. De meeste Chinezen wonen in steden en werken in de handel, het bankwezen of als winkelier.
Zo’n twee procent van de bevolking hoort tot de Cham. Ze stammen af van de inwoners van Champa, een hindoerijk dat vanaf de 2e eeuw over een gebied in Vietnam regeerde. De Cham, vaak handwerkslieden, vissers en boeren, wonen vooral langs de Mekong, het meer van Tonlé Sap en langs de kust. In de 17e eeuw vermengden ze zich met moslims uit Maleisië, namen hun geloof over en worden daarom ook wel de Khmer Islam genoemd. De Cham hebben zeer te lijden gehad onder het atheïstische Rode Khmer-regime.
Tot slot zijn er de geïsoleerd levende bergvolken of ‘chunchiet’. Zij maken nog niet een procent uit van de Cambodjaanse bevolking en wonen vooral in de heuvels en op de hoogvlakten die grenzen aan de grens met Vietnam en Laos. De meeste bergvolken wonen in de provincies Ratanakiri en Mondulkiri. Men onderscheidt twaalf groepen, waarvan de grootste de Tompoun, Kuy, Jarai, Kreung, Stieng en Phong zijn. Elke groep heeft zijn eigen taal, godsdienst en cultuur, die over het algemeen sterk van de Khmer verschilt. De meeste bergvolken leven van de zwerflandbouw.
Communicatie
Post van Laos, Vietnam en Cambodja naar de Benelux doet er ongeveer tien dagen over.
In Laos kun je op het postkantoor bellen en faxen. Internationaal bellen vanuit Laos is duur en de verbinding is vaak slecht. Aan Laotiaanse telefoonkaarten heb je ook niet veel. De duurste internationale telefoonkaart is goed voor een gesprek van slechts een paar minuten. De eerste uren na een onweersbui kun je meestal niet internationaal bellen.
In Cambodja kun je op het postkantoor soms bellen en faxen. Internationaal bellen kan ook met telefoonkaarten van de Cambodjaanse providers MPTC en Camintel, maar de verbinding is vaak slecht. Wil je vanuit Cambodja naar het buitenland bellen, dan zijn er twee toegangsnummers mogelijk: 001 van de Cambodjaanse telefoondienst en 007 van Tele2.
In Vietnam kun je internationaal bellen vanuit een postkantoor of een hotel. Dat is bepaald niet goedkoop, meestal betaal je relatief veel voor de eerste minuut. In postkantoren, in kleinere steden en in de minder dure hotels moet je een gesprek aanvragen. In postkantoren is het altijd goedkoper dan in hotels. Bellen vanuit Vietnam met mobieltje is in principe mogelijk, maar uiteraard afhankelijk van toestel en abonnement. Informeer voor vertrek bij je provider naar de mogelijkheden en kosten. Wie lang in Vietnam blijft en/of veel denkt te bellen kan ter plaatse een simkaart kopen, waardoor de kosten ook lager worden.
De belmogelijkheden met een gsm in alle drie landen zijn afhankelijk van abonnement, toestel en betreffende gebied van waaruit je wilt bellen. Informeer voor vertrek bij je provider naar de mogelijkheden en kosten. Het internationale landennummer voor Laos is 00856, voor Cambodja 00855, voor Vietnam 0084. Voor Nederland 0031 en voor België 0032.
In grotere plaatsen in Laos, Cambodja en Vietnam zijn internetcafés. Internetverbindingen vallen echter regelmatig uit en zijn vaak nogal traag. Sommige internetcafés bieden ‘Internet Phone’.
Eten en drinken
Laos
Rijst is zoals bijna overal in Zuidoost-Azië de basis van de meeste gerechten. Vooral in Laos is kleefrijst (khao niao) erg populair. Wanneer Laotianen naar hun werk gaan, hebben ze een klein rand mandje met deksel bij zich. Daarin zit kleefrijst met wat gefermenteerde vis (paa-dek). Verse kruiden en geroosterde krekels completeren het geheel. Het eten van paa-dek blijkt echter gezondheidsrisico's met zich mee te brengen. Het gerecht is gemaakt van rauwe gefermenteerde vis. En dat is te ruiken ook: op elke markt is het stalletje waar paa-dek wordt verkocht gemakkelijk te vinden. Het gerecht is het beste te omschrijven als een grijze, glazige drab die een ondraaglijke rottingslucht verspreidt. De wereldgezondheidsorganisatie probeert al jaren om de Laotianen zover te krijgen dat ze de paa-dek voor consumptie verhitten. Zonder succes overigens. Voor de Laotianen is een alternatief voor rauwe paa-dek ondenkbaar.
Een typische Laotiaanse maaltijd bestaat, naast kleefrijst en paa-dek, uit rauwe en gestoomde groenten, een salade van onrijpe papaja, en laap. Dit laatste is ook een uitzonderlijk kenmerk van de Laotiaanse cuisine. Laotianen geven de voorkeur aan laap seua of wel 'Tijger laap', hoewel dit gerecht geen vIees van een tijger bevat. Het bestaat uit fijngehakt rauw vIees en ingewanden van een buffel (of van een kip, vis, eend of varken) gekruid met ui, rode pepers en muntbladeren. In veel restaurants wordt trouwens ook laap van gekookt vlees geserveerd. De salade van onrijpe papaja (tarn rnaak hoeng) is een belevenis. Het is een pittige salade van slierten onrijpe papaja vermengd met gemalen pinda, knoflook, tomaat, rode pepers en soms paa-dek. Feu is een veilig alternatief voor reizigers met een gevoelige maag. Het is een noedelsoep die overal in Laos te vinden is en vaak gegeten wordt als ontbijt of lunch. Andere gerechten zijn; tom khaa kai, een milde kokossoep met kip en citroengras die vooral in de gebieden rondom de Mekong wordt geserveerd. Kai pad sai hed dong, gebakken kip met gember, kokos, champignons en (soms veel) rode pepers. Khao Phoen, in kokosmat gestoomde rijstvermicelli (koud geserveerd) met een keur aan rauwe groenten. Hierover wordt kokosmelk gegoten die op smaak gebracht is met buffelvlees, rode pepers en onrijpe papaja.
Vietnam
De Vietnamese keuken is licht verteerbaar en fris van smaak door het gebruik van basisingrediënten die niet vooraf bewerkt zijn, door de karakteristieke kruiden, een unieke wijze van bereiden en het combineren van de meest uiteenlopende smaken. Wel wordt er vaak de smaakversterker ve tsin aan toegevoegd. Sommige mensen zijn daar allergisch voor.
Er zijn zo'n 500 verschillende traditionele gerechten, variërend van exotische vleessoorten als cobra en vleermuis tot fantastische vegetarische creaties. De basis van een Vietnamese maaltijd is gestoomde witte rijst (óm). Daarbij worden soep (phó), groenten (rau), vlees, vis (cà), kruiden en sauzen gevoegd. Vlees, garnalen (tom), krab (cua) en riviervis nemen een belangrijke plaats in binnen het Vietnamese menu, vooral in het zuiden. Stokbrood is een overblijfsel uit de Franse koloniale tijd, en is in het hele land verkrijgbaar. Op straat kun je stokbrood met paté en kaas (la vache qui rit) kopen. Spring rolls (kleine loempia's) en gestoomde rijstpannenkoekjes zijn populaire snacks. Loempia's heten in het noorden nem Saigon en in het zuiden cha gio. Ze bestaan uit krab en varkensvlees, paddestoelen, garnalen, rijst, fijne mie en taugé, dat in een dun rijstvel wordt gerold en vervolgens krokant wordt gefrituurd. Een uitstekende soep uit het zuiden is ho tieu. Daarvoor worden vaak garnalen, krabvlees en varkensvlees gebruikt als ingrediënten. Bun bo is een andere populaire pittige soep, met munt, taugé en limoensap. Een derde favoriete soep is canh chua, met als ingrediënten vis, ananas, sterfruit, okra en verse kruiden. Voor de avontuurlijker ingestelde gastronomen zijn er (vooral in het noorden) specialiteitenrestaurants waar schildpad (con rua), slang (trang of ran ho), paling (uon), kikker (ech), hond (thit cho), vleermuizen (con doi of doi qua) en ander wild wordt geserveerd. Je kunt in Vietnam ook vegetarisch eten, maar verwacht dan geen hoogstandjes. Toy an chay betekent 'ik ben vegetariër'. Lekker zijn bamboesoep, gebakken paddestoelen of vegetarische soep.
Cambodja
Een typische Cambodjaanse maaltijd bestaat uit een soep, een salade, een hoofdgerecht met vis, gekookte groenten en rijst. De soep wordt genuttigd samen met de rest van de maaltijd, het is geen voorgerecht zoals in het Westen. Een Cambodjaans dessert bestaat normaal gesproken uit vers fruit en kleefrijst. Salades zijn in Cambodja zeker de moeite waard maar staan nogal ver af van wat in het Westen als 'salade' bekend staat. De karakteristieke smaak van Cambodjaans eten komt door een mengsel van specerijen dat kroeung wordt genoemd. Het bevat kardemom, steranijs, kruidnagel, kaneel, nootmuskaat, gember en geelwortel. Hieraan worden citroengras, galangawortel, knoflook, sjalotten en koriander toegevoegd. Zoetwater- en zeevis is er in overvloed te vinden in Cambodjaans eten. Er is zowel verse vis als gerookte (trei chaao) en gefermenteerde (prahok). De Cambodjaanse prahok is een gefermenteerde grijze vispasta die een beetje lijkt op het Laotiaanse paa-dek. Prahok is alleen wat minder gevaarlijk. Het is de meest opvallende smaakmaker in de Cambodjaanse kookkunst. De geur van prahok is anders dan die van paa-dek het doet denken aan Camembert die te lang buiten de koelkast heeft gestaan. Niet voor niets heeft prahok de bijnaam gekregen van Cambodjaanse kaas. Net zoals de Laotianen verknocht zijn aan hun paa-dek, kunnen de Cambodjanen zich geen vervanging voor prahok indenken. Ahmok wordt beschouwd als het nationale gerecht en bestaat uit vis gemarineerd in een mengsel van kokosmelk, citroengas, rode pepers en limoen. Chahar Misoer zijn gebakken garnalen in een mengsel van bonen, boomkast, groene kool en uien. Cha Kroeung Sach Mon Ker is pikante kip met een pasta van citroengras, galangawortel, knoflook en sjalotjes. Nyoum Trayong Chaek is een salade van groenten met bananenbloesem, koriander, munt en citroengras.
Op het platteland nuttigt men de maaltijd gehurkt op een mat. Men gebruikt een palmblad als bord en eet met de vingers van de rechterhand.
Fruit is in alle drie de landen overal (afhankelijk van het seizoen) te koop. Er is een ruime keuze: banaan, mango, papaja, ananas, abrikoos, appel, lychee, custardappel en kokosnoot. Ongewone vruchten zijn de roze drakenvrucht, de purperen mangosteen (ronde vrucht met sappig zoetzuur smakend wit vruchtvlees), de stinkende (maar lekker smakende) doerian, de jackfruit, de ramboetan (rood-'behaarde' vrucht met een grote pit en sappig vruchtvlees), de waterappel en de pomelo.
Thee en koffie (vaak Nescafé) is vrijwel overal verkrijgbaar, evenals frisdranken en verse vruchtensappen. De stroperige Laotiaanse koffie is van eigen makelij en goed van smaak. In verband met het statiegeld op de flesjes, wordt de flesinhoud van frisdrank vaak op straat overgegoten in een plastic zakje, met daarin een rietje gestoken. De Laotianen, Vietnamezen en Cambodjanen brouwen hun eigen bier (respectievelijk Bia Lao, Hanoi en Saigon Beer en Angkor Beer) dat overal volop verkrijgbaar is. Kraanwater kun je beter niet drinken, gebotteld drinkwater is overal te koop.
In Vientiane, Saigon, Hanoi en Phnom Penh zijn restaurants met een internationale menukaart en bijna overal is stokbrood te koop. Buiten de steden is het moeilijk om in de vroege namiddag en late avond eten te vinden. In de minder toeristische gebieden is vaak niet meer te krijgen dan enkele rijstgerechten en phö, een noedelsoep die in tal van variaties wordt opgediend.
Feestdagen
Elke maand heeft in Laos, Vietnam en Cambodja zijn eigen feest. Veel festivals zijn verbonden met het boeddhisme of hebben te maken met de seizoenen. Omdat veel feesten gerelateerd zijn aan de stand van de maan, kunnen de data jaarlijks wisselen. Houd er rekening mee dat winkels en overheidsgebouwen in die periode gesloten zijn.
Belangrijke nationale en religieuze feestdagen zijn:
Laos
Internationaal Nieuwjaar (1 januari); Dag van het Leger (24 januari); Boun Pha Wet, feest rond de reïncarnatie van prins Vessantara als Boeddha (januari); Tet, Vietnamees en Chinees Nieuwjaar (januari/februari); Makha Busaa, voornamelijk in Vientiane en Wat Phu in Champassak (20 februari); Dag van de Vrouw (8 maart); Dag van de Volkspartij (22 maart); Visakha Busaa, feest ter herdenking van geboorte, verlichting en overlijden van de Boeddha (mei); Dag van de Arbeid (1 mei); Boun Khao Phansaa. Retraite (3 maanden) voor monniken breekt aan (half juni). Hor Khao Padap Din, betuiging van respect aan de doden. Tegelijkertijd wordt in Luang Prabang Boun Suang Heua (met bootraces) gehouden (augustus/september);
Bevrijdingsdag (23 augustus); Hor Khao Salaak, betuiging van respect aan de doden (eind september); Boun Ohk Phansaa, Einde van de regentijd. Tegelijkertijd bootraces (Boun Nam) op de Mekong (oktober); That Luang Festival in Vientiane (oktober/november); Nationale Dag, met militaire parades (2 december); Boun Khoun Khao, oogstfeesten (half december).
Cambodja
Internationaal Nieuwjaar (1 januari); Nationale Dag, val van het Pol Pot-regime in 1979 (7 januari); Tet, Vietnamees en Chinees Nieuwjaar (januari/februari); Dag van de Vrouw (8 maart); Visak Bauchea, feest ter herdenking van geboorte, verlichting en overlijden van de Boeddha (mei); Dag van de Arbeid (1 mei); Herdenking van de wreedheden die door de Rode Khmer zijn begaan (9 mei); Chrat Prea Angkal, ceremonieel begin van het rijstseizoen (mei); Verjaardag van Koningin Monique (18 juni); Dag van de Grondwet (24 september); Prachum Ben, betuiging van respect aan de doden (eind september); Bon Om Touk, Einde van de regentijd. Tegelijkertijd bootraces (Boun Nam) op de Mekong (oktober); Verjaardag van Koning Sihanouk (30 oktober); Dag van de Onafhankelijkheid (9 november).
Vietnam
Hereniging van Noord- en Zuid-Vietnam (30 april), Dag van de Arbeid (1 mei), Verjaardag van Ho Chi Minh (19 mei) en Onafhankelijkheidsdag (2 september).
Verreweg het meest in het oog springende feest in Laos en Cambodja is het boeddhistisch nieuwjaar (in Laos Phimai genoemd in Cambodja Chaul Chnam) dat half april plaatsvindt. Officieel duurt het nieuwjaarsfeest drie dagen en vindt plaats aan het einde van het droge seizoen, ter voorbereiding op de natte moesson. In de praktijk echter komt het erop neer dat de ‘festiviteiten’ al twee weken van te voren beginnen. Het hele land wordt dan ondergedompeld in volstrekte chaos, waarbij helaas ieder jaar weer vele doden en gewonden vallen. De oorspronkelijke boeddhistische reinigingsrituelen zijn verworden tot massale watergevechten op straat. Veel mensen zijn tijdens de nieuwjaarsfeesten dronken en/of onder invloed van drugs (ook chauffeurs!). Er wordt niet alleen met water gegooid maar ook met verf en benzine, waarbij men het vooral op buitenlanders heeft gemunt. Men vindt het veel interessanter om een toerist te grazen te nemen dan de buren hoewel ook burenruzies flink kunnen oplaaien. Daarbij wordt menig huis in de as gelegd. Je kunt je dus afvragen of het verstandig is om de eerste helft van april naar Laos, Cambodja of Thailand te gaan.
In mei wordt in Laos het Boun Bang Fai (Rocket Festival) gehouden. Grote vuurpijlen, soms in de vorm van fallussen, worden naar de hemel geschoten en moeten de regen uitnodigen. Het gaat er wild aan toe, want wiens vuurpijl niet van de grond komt, wordt in de modder geduwd. Bovendien is het zelfgemaakte vuurwerk niet altijd even veilig. De dag na het feest wordt er gecollecteerd voor families van de gewonden.
Belangrijkste feest in Vietnam is het nieuwjaarsfeest Têt, dat elk jaar tussen medio januari en medio februari plaatsvindt. Eén week voor en één week na Têt ligt het openbare leven in heel Vietnam stil en zijn banken gesloten. In mei vindt in Vietnam het Lantaarn Festival plaats. Tempels en pagodes zijn met lantaarns verlicht. In augustus wordt de dolende-zielendag gevierd. Dit feest is gewijd aan de zielen van de gestorvenen die geen kinderen hebben om voor hen te bidden. Het mid-herfstfeest, of Têt Trung Thu is een feest voor kinderen, met cadeautjes, kleurrijke drakendansen en speciale gerechten. Een maand later wordt de komst van de winter gevierd met het oplaten van vliegers.
Tet Festival - Vietnamees Nieuwjaar
Het Tet Festival is voor de Vietnamezen het belangrijkste feest van het jaar. De hele familie komt dan bij elkaar om het nieuwe jaar te vieren. De Vietnamezen geloven dat ook de geesten van de overleden familieleden terug naar aarde komen om het festival te vieren. 'Tet' is ook de verjaardagsdag van elke Vietnamees. Iedereen in Vietnam wordt dan een jaartje ouder.
In de week voor Tet worden door veel Vietnamezen allerlei rituelen uitgevoerd. Zo wordt bijvoorbeeld aan de geesten van de voorouders een diner aangeboden. Een ander ritueel is dat veel Vietnamezen naar de begraafplaatsen gaan om daar de geesten van de overleden voorouders uit te nodigen voor het Tet Festival. Ook maakt men het huis extra schoon om de geesten van de voorouders te kunnen ontvangen. Zo hoopt men ze gunstig te stemmen en geluk te krijgen in het nieuwe jaar.
Op oudejaarsavond is er een avondmaal. Op nieuwjaarsdag gaat men meestal naar een pagode. Een soort tempel waar aan de verschillende goden geluk wordt gevraagd voor het nieuwe jaar. Daarbij wordt veel wierook gebrand. En zoals wij de oliebol kennen bij de jaarwisseling, kent men in Vietnam de rijstkoek (Banh Chung). Eigenlijk zijn het cakejes van kleefrijst, gevuld met varkensvlees, vet, bonen en uien en is het het eerste gerecht dat geserveerd wordt tijdens de zeer uitgebreide lunch van wel zeven verschillende gerechtjes. Drank erbij is voornamelijk bier en water.
NB: Het festival wordt voornamelijk onder familieleden gevierd, dus zal de toerist bijzonder weinig meemaken van de feestvreugde. In de hotels en restaurants zal dan zeer waarschijnlijk ook minder personeel aanwezig zijn (iedereen wil naar zijn familie!). Voor en na Tet is er is zeer veel drukte op de wegen en in de treinen. Doch wanneer Tet eindelijk begint zijn de straten uitgestorven... Hotels, vluchten, bussen en treinen zijn (zover verkrijgbaar!) in deze periode overvol. Musea en andere bezienswaardigheden, restaurants en winkels zullen, vaak voor een periode van 8 tot 9 dagen rond Tet, hoogstwaarschijnlijk gesloten zijn. Houd hier rekening mee!
2010 – Jaar van de Tijger – 14 februari
2011 – Jaar van de Kat/Konijn – 3 februari
2012 – Jaar van de Draak – 23 januari
Gewoonten en gebruiken
Meningsverschillen worden in Laos, Vietnam en Cambodja zelden openlijk geuit. Je geduld verliezen, boos worden of een woordenwisseling in het openbaar betekenen namelijk 'gezichtsverlies'. Confrontaties worden het liefst uit de weg gegaan, om anderen niet in verlegenheid te brengen. Kritiek wordt direct als een persoonlijke belediging ervaren. Uit verlangen naar harmonie zegt een Vietnamees uit beleefdheid misschien zelfs geen 'nee' op een vraag waar 'ja' prettiger klinkt. Extra verwarrend werkt het Vietnamese antwoord da (spreek uit: ja), door het woordenboek vertaald als 'ja'. Het betekent echter geen volmondig 'ja', maar eerder 'ja ik luister'. Dit heeft al vaak tot misverstanden geleid tussen Vietnamezen en buitenlanders.
Bezoeken aan alle heiligdommen dient blootshoofds te gebeuren en op blote voeten. Als je om een pagode heen loopt, doe dat dan met de wijzers van de klok mee. Draag je je schoenen in de hand, dan houd je ze het best in de buitenste, de linkerhand, want schoenen gelden, net als voeten, als onrein en mogen daarom niet naar de heilige plaats wijzen. Ga je met je voeten in de richting van een boeddhabeeld of monnik zitten, dan maak je je schuldig aan een grove belediging. En maak vooral geen foto van iemand die voor een boeddhabeeld staat, dat wordt als heiligschennis beschouwd.
Iemands hoofd aanraken is hoogst onbetamelijk in Laos, Vietnam en Cambodja. Zelfs kinderen even een vriendelijk aaitje over de bol geven. Het hoofd geldt als de woonplaats van de ziel en is dus het 'hoogste' lichaamsdeel, dat dan ook het meest geëerbiedigd moet worden. Lang geleden moesten zelfs beulen zich bij hun slachtoffers verontschuldigen voor het 'aanraken' van hun hoofden. Uiteraard geldt dit taboe niet voor kappers, masseurs en oorartsen.
Iemand wenken in Laos doe je met de handpalm naar beneden en een snelle beweging van de vingers naar je toe. Wijs nooit met een vinger naar een persoon. Dat is een teken van gebrek aan eerbied voor de betrokken persoon en degradeert hem/haar tot een 'minderwaardig' mens. In het verleden wezen alleen heersers op die manier hun slaven aan, en dan was er meestal niet veel goeds te verwachten. In plaats van met de vinger te wijzen kun je beter iemand aanduiden met een kort hoofdknikje, dat getuigt van fijngevoeligheid en fatsoen. Voorkom dat je zittend de voeten naar iemand gericht houdt. De voeten zijn immers de tegenpool van het hoofd en worden voor onrein gehouden, omdat ze het gemakkelijkst met vuiligheid in aanraking komen.
In Vietnam lijken de omgangsvormen in eerste instantie nogal ongedwongen. Maar onder die schijnbare openheid gaat een verborgen wereld schuil, waar buitenstaanders nauwelijks toegang toe hebben. Toch krijgen bezoekers uit verre landen doorgaans veel aandacht en aanspraak, van kinderen en ouderen, van vrouwen en mannen. Waar je vandaan komt, hoe oud je bent, hoe het met je familie gaat, of je getrouwd bent. Niet dat ze uitvoerig uitleg verlangen. Op de vraag ‘Hoe gaat het?’ of ‘Ben je gezond?’, antwoordt een Vietnamees doorgaans ‘Bình thuòng’ (gewoon). Want ook elkaar stellen ze dergelijke beleefdheidsvragen, onder meer om afkomst en rangorde te peilen. De rangorde is belangrijk om het gedrag ten opzichte van elkaar te bepalen. Jongeren dienen ouderen met respect te bejegenen, en datzelfde geldt voor vrouwen ten opzichte van mannen, leerlingen ten opzichte van leraren en in het algemeen voor lager geplaatsten ten opzichte van 'hogeren'.
Volgens het confucianisme is de plaats van de vrouw aan de zijde van haar man en is zij aan hem ondergeschikt. Dit is een basisprincipe waar de Vietnamees wel mee is opgevoed, maar waaraan hij zich niet altijd door de decennia heen kon houden. Bijvoorbeeld gedurende de oorlog streden vele vrouwen een moedige strijd en waren vele districtshoofden en aanvoerders vrouwen. Ook in de geschiedenis van het land komen grote vrouwelijke helden voor. Bijvoorbeeld de gezusters Trung. Het confucianisme werd van overheidswege opgelegd met het doel gehoorzame volgelingen te krijgen. Maar het volk interpreteerde de regels meer flexibel waardoor de vrouw een belangrijke positie binnen de gemeenschap innam. Bij contacten met Vietnamezen zal het opvallen dat vrouwen opvallend vaak het initiatief nemen. Zoals in veel Aziatische landen zijn er in Vietnam meer studerende vrouwen dan mannen. Velen willen graag hun Engels in de praktijk brengen. De toenadering gebeurt spontaan.
Lao kleden zich graag formeel voor bepaalde gebeurtenissen. Lao houden van schoonheid en beoordelen een medemens grotendeels op het uiterlijk. Keurige kleding suggereert zorgeloze welvaart. Een toerist met een ongewassen haardos, transpiratiegeur en (ongewassen) sjofele kleding hoeft niet op enig respect te rekenen. Een korte broek is in huiselijke kring geen probleem. Maar in het openbaar wordt het dragen van shorts als niet netjes gezien. Bij bezoek aan tempels wordt verzorgde kleding op prijs gesteld.
In Vietnam dragen stedelingen vaak westerse kleding, zoals jeans. Mensen op het platteland dragen een 'pyjama' van dunne stof, waarbij broek en blouse veelal een zelfde motief hebben. Overal op het platteland lopen vrouwen en mannen met de traditionele kegelvormige hoed (cài nón), die als een soort parasol/paraplu fungeert. In het noorden van Vietnam zullen je zeker de groene, militaire helmen opvallen, die de mannen er dragen, soms in combinatie met een militairgroen kostuum. De traditionele ao dai is bezig met een geweldige comeback en wordt bij iedere formele bijeenkomst gedragen. Het is het opvallendste dameskledingstuk van Vietnam. Het is een gestileerde, tweedelige combinatie van een satijnen broek met wijde pijpen en een lange blouse waarvan de slippen tot over de knie reiken en de diepe zijsplit tot aan het middel komt.
Vietnamezen kleden zich informeel, maar stellen nette kleding zeer op prijs. Korte broeken zijn voor kinderen en arbeiders op het land. Vrouwen dragen zeker nooit een korte broek en ook voor mannen is een lange broek geschikter. Op het strand kunnen vrouwen een bikini dragen, maar topless zonnen is not done.
Cambodjaanse vrouwen wikkelen een katoenen, zijden of kunststof doek tot een enkellange, strakke rok om hun heupen. Een dergelijke sampot is meestal donker met een onopvallend patroon, maar op feestdagen worden felgekleurde sampot gedragen. De iets kortere sarong van de mannen wordt zowel tijdens feestelijke gelegenheden als bij het werk op het land gedragen. Tijdens het werk trekken de boeren een slip van hun sarong tussen hun benen door, zodat een soort pofbroek ontstaat. Mannen dragen hier een kort, vrouwen een iets langer jasje. Het haar wordt op verschillende manieren gedragen. Een strooien hoed dient als bescherming tegen regen of zon. De krama is een rood- of blauwwit geblokte, smalle katoenen of zijden doek van minstens een meter lang, die wordt gebruikt als hoofdbedekking, sjaal, sjerp of riem, maar ook als draagdoek voor kleine kinderen of boodschappen.
Meer informatie over culturele verschillen en omgangsvormen vind je in de pas verschenen uitgaven TE GAST IN Laos, TE GAST IN Cambodja en TE GAST IN Vietnam (zie
www.tegastin.nl) .
Klimaat
Laos kent twee seizoenen. Het regenseizoen van mei tot oktober en het droge seizoen van november tot april. De eerste helft van het droge seizoen is redelijk koel (november-januari) en is dan ook de beste tijd om in te reizen. De tweede helft (februari-april) wordt het heel warm met temperaturen van ruim boven de 30° C. Wel moet je er rekening mee houden dat het in de bergen altijd koeler is dan in het laagland. In het noorden van Laos kan het op grotere hoogte ’s nachts zelfs vriezen. Over het algemeen schommelt de temperatuur overdag rond de 25 à 30° C. Van november tot en maart kan het erg koud zijn in Laos.
Cambodja heeft een tropisch klimaat dat bepaald wordt door de zuidwest moesson en de noordoost moesson. De maanden februari tot en met april zijn heet en droog. In deze periode kan de temperatuur oplopen tot 35° of soms wel 40° C. Dit is echter een droge hitte die beter te verdragen is dan de klamme hitte die je in veel andere tropische landen tegenkomt. Deze hete en droge maanden worden gevolgd door de moessonregens die het land in het zuiden binnenvallen. Vanaf mei tot en met oktober valt in Cambodja de nodige neerslag. Vaak valt er in de namiddag of 's nachts een enorme bui en is het de rest van de dag droog. Het regent ook wel eens de hele dag, maar het kan net zo goed een week droog blijven. Een voordeel is dat Cambodja in deze periode landschappelijk zeer fraai en groen is. De luchten kunnen prachtig zijn. De wintermaanden, vanaf oktober tot en met februari, vormen een koelere, drogere periode en zijn zeer geschikt om Cambodja te bezoeken.
Vietnam heeft een subtropisch klimaat. Door de langgerekte vorm heeft dit land drie verschillende klimaatzones. Het zuiden van Vietnam is het gehele jaar tropisch warm met een temperatuur van rond 30 graden. In de maanden juli en augustus is het regenseizoen. Meestal regent het dan niet de gehele dag, maar slechts een paar uur in de middag. In het midden van het land valt het regenseizoen (met wervelstormen) in de maanden september tot en met november. In het noorden is het in de maanden januari tot half maart koeler met enige regen. In de berggebieden kan dan de temperatuur zelfs dalen tot onder het vriespunt.
Klimaattabel:
De vier cijfers die telkens worden genoemd zijn van links naar rechts: de gemiddelde temperatuur in graden Celsius, aantal zonuren per dag, aantal dagen per maand met minimaal 1 mm-neerslag per dag en- de gemiddelde temperatuur van het zeewater
VIENTIANE | Maand | T gem | Zon | Neerslag | T w |
| Januari | 23 | 5 | 2 | - |
| Februari | 26 | 6 | 2 | - |
| Maart | 28 | 6 | 4 | - |
| April | 31 | 5 | 8 | - |
| Mei | 31 | 5 | 13 | - |
| Juni | 30 | 5 | 12 | - |
| Juli | 29 | 4 | 17 | - |
| Augustus | 29 | 4 | 19 | - |
| September | 29 | 6 | 12 | - |
| Oktober | 28 | 7 | 7 | - |
| November | 26 | 5 | 3 | - |
| December | 23 | 4 | 1 | - |
PNOMH-PENH
| Maand | T gem | Zon | Regen | T w |
| Januari | 28 | 9 | 1 | - |
| Februari | 29 | 8 | 0 | - |
| Maart | 30 | 9 | 2 | - |
| April | 31 | 8 | 4 | - |
| Mei | 31 | 8 | 10 | - |
| Juni | 30 | 6 | 11 | - |
| Juli | 30 | 6 | 12 | - |
| Augustus | 30 | 6 | 12 | - |
| September | 29 | 5 | 15 | - |
| Oktober | 29 | 7 | 13 | - |
| November | 28 | 8 | 7 | - |
| December | 27 | 9 | 2 | - |
HO CHI MINH-STAD
| Maand | T gem | Zon | Neerslag | T w |
| Januari | 28 | 5 | 2 | - |
| Februari | 29 | 6 | 1 | - |
| Maart | 30 | 5 | 2 | - |
| April | 31 | 6 | 4 | - |
| Mei | 31 | 4 | 16 | - |
| Juni | 30 | 4 | 21 | - |
| Juli | 29 | 4 | 23 | - |
| Augustus | 29 | 5 | 21 | - |
| September | 29 | 5 | 21 | - |
| Oktober | 29 | 4 | 20 | - |
| November | 28 | 4 | 11 | - |
| December | 27 | 4 | 7 | - |
HANOI
| Maand | T gem | Zon | Neerslag | T w |
| Januari | 17 | 1 | 7 | 21 |
| Februari | 18 | 1 | 13 | 22 |
| Maart | 21 | 1 | 15 | 23 |
| April | 25 | 2 | 14 | 25 |
| Mei | 29 | 4 | 15 | 26 |
| Juni | 30 | 5 | 14 | 27 |
| Juli | 30 | 5 | 15 | 27 |
| Augustus | 30 | 4 | 16 | 28 |
| September | 29 | 4 | 14 | 28 |
| Oktober | 26 | 4 | 9 | 27 |
| November | 23 | 3 | 7 | 24 |
| December | 19 | 2 | 7 | 22 |
Landschap
Laos
Laos ligt volkomen ingebed tussen hooggebergte en grenst overal aan andere landen en nergens aan zee. Bijna 70 procent van Laos bestaat uit bergen en plateaus van gemiddeld 2000 meter hoog. De hoogste berg (2820 meter) is de Phu Bia en ligt in de noordelijke provincie Xieng Khuang. Het noorden is het meest bergachtige deel van Laos. De bergketens van de Cordillera van Annam domineren het landschap in het zuidoosten van het land. Dit berglandschap is met een maximale hoogte van 2000 meter lager dan het noorden, maar het is zwaar bebost en vormt een woeste natuurlijke grens met Vietnam. Het zuidelijk deel van de Cordillera gaat over in het plateau van Boloven, een belangrijke producent van koffie en thee. Het landschap in het zuiden en zuidwesten staat in het teken van de Mekong (Nam Mae Khong). Deze belangrijkste rivier komt vanuit China het land binnen. De Mekong vormt voor een groot deel de grens met Thailand en Myanmar en heeft een lengte van ruim 1800 kilometer. Het merendeel van het transport in Laos vindt plaats over deze rivier. Alleen het traject tussen Luang Prabang en Savannakhet is het hele jaar door bevaarbaar. Aan het eind van het droge seizoen (maart-mei) als het water het laagste peil heeft bereikt, komt een deel van de scheepvaart tot stilstand of beperkt zich tot bootjes met een geringe diepgang.
Vietnam
Vietnam strekt zich uit over een smalle strook tussen de delta's van twee grote rivieren, de Song Hong (Rode rivier) in het noorden en de Mekong in het zuiden. In het westen vormt de Annamitische Bergrug (Truong Son) een natuurlijke grens met Laos en Cambodja. Die hooglanden bestaan uit aaneengeschakelde plateaus en rijzen op tot meer dan 1500 meter boven zeeniveau. De hoogste piek is de Fan Si Pan (3142 meter) in het noordwesten. De kustvlakte in het oosten is vruchtbaar en heeft prachtige met palmen omzoomde stranden. Tot het grondgebied van Vietnam behoren talloze eilanden. Sinds 1950 ging eenderde deel van het tropisch oerwoud verloren. Het grootste deel van het laagland is ontbost tijdens de oorlog, gekapt voor brandstof en bouwmateriaal en wordt nu gebruikt ten behoeve van de landbouw (vooral rijstbouw). Er zijn nog maar weinig beschermde natuurgebieden.
Cambodja
Het hart van het Cambodjaanse landschap wordt gevormd door vruchtbare laaglanden die tweederde van de oppervlakte van het land uitmaken. Deze laaglanden worden in het noorden omringd door de laatste uitlopers van de Himalaya; in het noorden het Dangrekgebergte, in het oosten door de Moiheuvels, in het zuidwesten door de Olifantsketen en in het westen door de hoogste bergketen van Cambodja, het Cardamomgebergte. De hoogste top van Cambodja is de Phnom Aural met 1813 meter. Het laagland en de bergen worden vooral in noordelijk Cambodja van elkaar gescheiden door een overgangszone met savanne en laaggelegen heuvels. Ongeveer 5 procent van het land bestaat uit rivieren en meren. De grootste rivieren zijn de Mekong, die het land in noord-zuid richting doorstroomt, en de Tonlé Sap, die in het centrum van West-Cambodja het gelijknamige meer vormt.
Religie
In Laos en Cambodja is het merendeel van de bevolking boeddhist. Eeuwenlang waren Laos en Cambodja boeddhistische koninkrijken. De Sangha ofwel de Orde van boeddhistische monniken stond in hoog aanzien. Zelfs de koning betoonde respect aan de monniken. Ze verzorgden het onderwijs in het hele land en maakten dat geschillen vreedzaam werden opgelost. Het klooster vormde in elk dorp het middelpunt van het sociale leven. Het boeddhisme zorgde voor een vriendelijke, respectvolle atmosfeer. De Boeddha zei eens dat zijn leer om twee dingen draait: het lijden en het ophouden daarvan. De afgelopen vijftig jaar zijn Laos en Cambodja echter met leed overspoeld in de vorm van oorlog, revolutie en hongersnood. Ook het boeddhisme heeft te lijden gehad. In Laos komt de religie momenteel langzaam terug, maar in Cambodja kan dat nog even duren. Het einde van het leed is nog niet in zicht.
Van oudsher was het boeddhisme diep geworteld in de Laotiaanse cultuur. Wat er in de kloosters werd gezegd, was heilig. Daarvan maakten de communisten slinks gebruik toen ze in 1975 de macht grepen. Kloosters werden communistische scholen. Monniken werden kameraden. Marxisme in een boeddhistisch jasje. Boeddha werd Lenin, of andersom. In ieder geval moest Laos een heilstaat worden, een 'socialistisch nirwana'. Wie niet meewerkte verdween in een strafkamp. Laotiaanse monniken doen tegenwoordig vrijwel niets meer aan meditatie. Wel voorspellen ze de toekomst, verdrijven ze boze geesten en handelen ze druk in sigaretten.
Tijdens het schrikbewind van de Rode Khmer in Cambodja werden alle kloosters verwoest en de monniken vermoord. Pol Pot probeerde het boeddhisme uit te roeien en vond monniken volstrekt nutteloos. Boeddhistische wijsheid werd afgedaan als onzin: "De enige wijsheid is het verbouwen van rijst" was een slogan van de Rode Khmer. In 1979, aan het eind van de communistische terreur, leek het Cambodjaanse boeddhisme volledig te zijn weggevaagd.
In de loop der tijd ging de bevolking in Laos en Cambodja het boeddhisme zien als een deel van het volksgeloof, waarin spoken en geesten een belangrijke rol spelen. Hoewel de Boeddha zei dat het bezweren van geesten tijdverspilling is, wordt het boeddhisme door veel mens en toch beschouwd als bescherming tegen gevaarlijke geesten. In Laos wordt het baci-ritueel (waaraan tegenwoordig ook toeristen kunnen deelnemen) meestal door boeddhistische monniken begeleid met eentonige zang. Er zijn offergaven voor de geesten. De aanwezigen krijgen een wit katoenen draadje om de pols gebonden. De Cambodjanen vereren van oudsher natuurkrachten, zoals de geesten van de wind, het water, de aarde en de vruchtbaarheid, van wier gedrag de oogst en daarmee het leven van de mens afhangt. Zij offeren vruchten, wierook en dieren aan deze geesten. Vroeger werden ook mensenoffers gebracht. De grootste verering valt toe aan de aardgeesten (neak ta), die heersen over een rijstveld, een dorp, een regio of zelfs over het hele land. De voorouders, met name de opperhoofden, worden na hun dood beschermgeesten (arak) die over de voorspoed van de familie en het land waken. Zij manifesteren zich in grote, onbewerkte stenen of bewerkte cultusstenen, die enigszins op menhirs lijken en als vergoddelijkte voorouders worden vereerd. Het symbool voor water is de slang (naga) in de gestalte van een veelkoppige cobra. De cultus van de natuurgeesten is tot op heden in alle lagen van de bevolking bewaard gebleven en maakt deel uit van de grote boeddhistische jaarfeesten. Het volksgeloof is zoweI in Laos als in Cambodja de enige factor waarin de rol van het boeddhisme niet is veranderd.
Vietnam
In de Socialistische Republiek Vietnam is vrijheid van godsdienst, zolang de religieuze praktijk niet in strijd is met de wet of de politiek van de staat. Voor de wet zijn atheïsme en alle godsdiensten gelijk. De belangrijkste religies zijn boeddhisme, confucianisme en taoïsme. Deze religies zijn vermengd met voorouder- en geestenverering en animisme, en min of meer samengesmolten tot één geloof, Tam Giao. De meeste Vietnamezen noemen zich nog wel boeddhist of taoïst, maar in de praktijk is een scheidslijn moeilijk te trekken. In de boeddhistische pagodes tref je een ratjetoe van Boeddha- en voorouderbeelden, hindoeïstische swastika's en taoïstische symbolen (yin en yang). Onder de bergvolken en rondom Ho Chi Minh City is vooral het christendom verspreid. Verder is er een kleine minderheid van animisten, moslims en hindoes.
In Vietnam bestaat een opmerkelijke sekte, de Cao Dai. De Cao Dai is een in 1926 ontstane nieuwe religie, met daarin, volgens de Vietnamese stichter en medium Ngo Minh Chieu, het beste uit de religies van Oost en West (boeddhisme, taoïsme, confucianisme, christendom, islam, spiritisme en voorouderverering). Er is één god, Cao Dai. Mediums zorgen gedurende seances voor het contact met de god en de geestenwereld. Het medium ontving in de vele seances boodschappen van gene zijde: Boeddha, Jezus, Lao Tse, Confucius en Mohammed. Maar ook van de geesten van o.a. Jeanne d'Arc, Napoleon, Churchill, Victor Hugo en Shakespeare. Er is een kerkelijke hiërarchie zoals in de rooms-katholieke kerk: een paus, kardinalen, bisschoppen, priesters. De kleuren van hun pijen verschillen van de overige volgelingen. Op dit moment zijn er meer dan 2 miljoen volgelingen, vooral in Zuid-Vietnam. Het centrum van de Cao Dai is in de stad Tay Ninh, 100 kilometer vanaf Ho Chi Minh City. In de kleurrijke hoofdtempel (die een beetje aan de Efteling doet denken), vindt elke dag rond het middaguur een gebeds- en meditatiedienst plaats, die toeristen op het balkon kunnen bijwonen.
Taal
Het Lao is de nationale taal van Laos en verwant aan het Thais. De Laotianen verstaan Thai en ook vaak Engels en Frans. Het Lao schrift is anders dan het Thai. Lao is een tonale taal, met zes verschillende tonen. Dat houdt in dat woorden een andere betekenis krijgen zodra ze op een andere toon worden uitgesproken. De bevolkingsgroepen, vooral in het noorden, spreken geen Lao maar ieder hun eigen taal.
De taal van Vietnam is het Vietnamees, een tonale taal. Een zelfde woord krijgt een andere betekenis afhankelijk van de toon waarop het wordt uitgesproken. Er zijn zes tonen. Accenttekens boven de letters geven de hoogte van de toon aan. Vietnamees wordt geschreven met het Latijnse alfabet. Binnen het Vietnamees bestaan er verschillen in dialect, uitspraak en accent tussen het noorden, midden en zuiden van Vietnam. De etnische minderheden spreken hun eigen talen. Veel jongeren spreken tegenwoordig Engels, terwijl de ouderen vaak nog wel een mondje Frans spreken.
Het Khmer is de nationale taal van Cambodja en wordt door 90 procent van de bevolking gesproken. Andere talen die in Cambodja voorkomen, zijn de gesproken talen van de minderheden. Zo is er een redelijk grote groep Vietnamees- en Chineessprekende mensen. Uit de tijd dat Cambodja onder het protectoraat van Frankrijk viel, is het Frans overgebleven. Al zijn er maar weinig Cambodjanen die de taal nog machtig zijn. Mensen die in de toeristische sector werken gebruiken Engels als voertaal.
Hoewel je soms in de grotere plaatsen met Engels of Frans terecht kunt, zullen Cambodjanen en Laotianen het als een teken van respect opvatten indien je zelfs maar een poging waagt om iets in hun taal te zeggen.
Hallo/Goedendag.
Lao: sabaai dii
Khmer: soek sabaai
Dank u wel.
Lao: khob tjai
Khmer: oh koen
Ja.
Lao: tjao
Khmer: djah (uitgesproken door vrouw); bat (uitgesproken door man)
Nee.
Lao: boh
Khmer: tèh
Wat is uw naam?
Lao: tjao seuh njang?
Khmer: neak tjmuah ey?
Mijn naam is …
Lao: koi seuh …
Khmer: khgnom tjmuah …
Tot ziens.
Lao: pop kan mai
Khmer: lia sen haeuy
Ik begrijp het/u niet.
Lao: koi boh kao tjai
Khmer: khgnom men yoel tèh
Waar is de/het/een …?
Lao: … juusai?
Khmer: phleuw na teuw …?
hotel
Lao: hong hèm
Khmer: otaèl
restaurant
Lao: haan-aahaan
Khmer: restoran
toilet
Lao: hong naam
Khmer: bong koen
bank
Lao: tha na kaan
Khmer: bong / thooniakia
ziekenhuis
Lao: hong mòòh
Khmer: moentipèt
tempel / klooster
Lao: wat
Khmer: woat
markt
Lao: talaad
Khmer: phsa
busstation
Lao: sataani lodmèh
Khmer: ben lan
postkantoor
Lao: paisaanii
Khmer: praisanii
politie
Lao: tamloead
Khmer: polih
telefoon
Lao: tolasap
Khmer: toersab
Hoe wordt dit genoemd in het Lao / Khmer?
Lao: an nii phaasaa laao waa njang?
Khmer: rooboh nih djia phiasa khmèh keh tha medj?
Hoeveel (kost het)?
Lao: thao dai?
Khmer: pon maan riel?
drinkwater
Lao: naam deum / naam bollisoed
Khmer: teuk
toiletpapier
Lao: tjia hong naam / thidjoe (‘tissue’)
Khmer: krodah bongkoen
Getallen
Lao: Khmer:
0 soen son
1 neung moey
2 song pii
3 saam bey
4 sii boen
5 haa pram
6 hok pram-moey
7 djed pram-pii
8 paed pram-bey
9 kao pram-boen
10 sib duop
20 saao moo-phey
30 saam-sib sam-seb
40 sii-sib sae-seb
50 haa-sib ha-seb
60 hok-sib hok-seb
70 djed-sib djet-seb
80 paed-sib paet-seb
90 kao-sib kao-seb
100 loi / neung-loi moey-roey
500 haa-loi pram-roey
1000 phan moey-poan
5000 haa-phan pram-poan
10.000 meun / sib-phan moey-saen
962 Lao: kao-loi hok-sib song (“negenhonderd zestig twee”)
Khmer: pram-boen-roey hok-seb pii (“vijf- en vierhonderd zestig twee”)
Praktische informatie
Ambassades
Laotiaanse ambassades in België
Brabançonnelaan 19-21, 1000 Brussel
T 0032 (0) 2 740 09 50
F 0032 (0)2 734 16 66
Vietnamese ambassades in Nederland
Nassauplein 12, 2585 EB Den Haag
T 0031 (0)70 364 89 17 / 3645750
F 0031 (0)70 364 86 56
Vietnamese ambassades in België
Generaal Jacqueslaan 1, 1050 Brussel
T 0032 (0)2 374 79 61
F 0032 (0)2 374 93 76
Cambodjaanse ambassades in België
Tervurenlaan 264, 1150 Brussel
T 0032 (0)2 772 03 72
F 0032 (0)2 772 03 76
Nederlandse ambassade in Vietnam
Daeha Office Tower, 6 e verdieping, 360 Kim Ma Street, Ba Dinh District, Hanoi
T 0084 (4) 831 56 50
F 0084 (4) 831 56 55
I
www.netherlands-embassy.org.vn Belgische ambassade in Vietnam
Hanoi towers (9e verdieping), 49 Hai Ba Trung, Hoan Kiem District, Hanoi
T 0084 (4) 934 61 79
F 0084 (4) 934 61 83
I
www.diplomatie.be/hanoi Nederland en België hebben geen diplomatieke vertegenwoordiging in Laos en Cambodja. In noodgevallen kun je contact opnemen met de Nederlandse ambassade in Thailand of de Belgische ambassade in Thailand.
Nederlandse ambassade in Thailand
15 Soi Tonson, Ploenchit Road, Lumpini, Pathumwan, Bangkok 10330
T 00 66 (0)2 309 52 00
F 00 66 (0)2 309 52 05
I
www.mfa.nl/ban
Belgische Ambassade in Thailand
17th Floor, Sathorn City Tower, 175 South Sathorn Road, Tungmahamek, Bangkok 10120
T 00 66 2 679 54 54
F 00 66 2 679 54 65
I
www.diplomatie.be/bangkoknlBagage en kleding
We adviseren je om de bagage mee te nemen in een rugzak (met binnenframe) of in een weekendtas. Een koffer raden we sterk af voor onze reizen per openbaar vervoer. Het gewicht van je bagage kan meestal beperkt blijven tot tien kilo per persoon. In de bijna alle hotels is immers laundry-service aanwezig.
Wat betreft je kleding raden we je aan om praktische kleren mee te nemen die zich makkelijk laten combineren (laag over laag). We vragen je om in je kledingkeuze respect te tonen voor de lokale cultuur. Boeddhistische tempels kun je alleen bezoeken als je decent gekleed bent.
Denk bij het samenstellen van je bagage aan bijvoorbeeld: wandelschoenen, zaklamp, waterfles, naaigerei, wasmiddel, universeel geldige verloopstekker, reisgids, voldoende fotomateriaal, lakenzak, toiletartikelen, badslippers, zwemkleding, wekker, schrijfgerei, schaartje, beker en zakmes.
Het is niet nodig om slaapzakken, slaapmatjes of muskietennetten mee te nemen. Deze zijn voor je reis niet noodzakelijk, ter plaatse aanwezig of eenvoudig ter plekke te koop.
Handbagage
Vanaf 6 november 2006 gelden voor alle vliegtuigpassagiers binnen de Europese Unie (EU) nieuwe regels voor wat mee mag in de handbagage. Vloeistoffen, gels en spuitbussen in de handbagage mogen alleen in kleine hoeveelheden (max. 100 ml per stuk) én op de juiste manier verpakt worden meegenomen. Dit geldt voor alle passagiers die vertrekken van, of overstappen op, een vliegveld binnen de Europese Unie.
De nieuwe regels gelden voor vloeistoffen zoals water en andere drankjes voor consumptie. Ook geldt het voor gels, pasta's, lotions en de inhoud van spuitbussen. Toiletartikelen zoals tandpasta, scheerschuim, haargel, lipgloss en crèmes vallen hier dus ook onder.
Dit zijn de regels voor vloeistoffen in je handbagage:
1. je kunt alleen nog vloeistoffen en gels meenemen in verpakkingen van niet meer dan 100 milliliter.
2. deze verpakkingen mogen alleen worden meegenomen in een doorzichtige plastic zak.
3. per persoon mag één doorzichtige plastic zak worden meegenomen.
4. de doorzichtige plastic zak mag niet groter zijn dan 1 liter.
5. de doorzichtige plastic zak moet hersluitbaar zijn.
Je kunt een geschikte doorzichtige plastic zak van thuis meenemen. Tijdens de introductieperiode ontvang je de doorzichtige plastic zak gratis op alle Nederlandse luchthavens.
Er zijn twee uitzonderingen:
1. babyvoeding, die je tijdens de vlucht nodig hebt
2. medicijnen, die je tijdens de vlucht nodig hebt
Aankopen op de luchthavens en aan boord
Na de ticket- en/of paspoortcontrole kun je op de Europese luchthavens en in het vliegtuig van een Europese luchtvaartmaatschappij nog steeds je (taxfree) aankopen doen. Vloeistoffen en gels die je ná de ticket- en/of paspoortcontrole of in het vliegtuig hebt gekocht, worden door de winkel of aan boord (wanneer nodig) voor je verpakt en verzegeld. Het zegel is één dag geldig. Als je op een volgend vliegveld moet overstappen mag je het zegel niet verbreken tot je op je eindbestemming bent aangekomen.
Apart aanbieden van je handbagage
Bij de handbagagecontrole moet je alle vloeistoffen apart aanbieden. Voor de doorzichtige plastic zak geldt dat de verpakkingen er gemakkelijk in moeten passen en de zak gesloten is. Ook jassen, colberts en grote elektrische apparaten, zoals laptops, moet je apart aanbieden bij de handbagagecontrole.
Electriciteit
De netspanning in Laos, Vietnam en Cambodja is 220 volt. Op het platteland in Laos en soms ook in Vietnam 110 volt. Stopcontacten zijn anders dan in Nederland en België. Stroomstoringen komen veelvuldig voor en de stroomvoorziening kan behoorlijk fluctueren. In Laos en Cambodja is er alleen maar stroom in de steden. Sommige dorpen beschikken over een generator, dan is er vaak elektriciteit tot een uur of 10 's avonds. Een adapter of verloopstekker en een zaklamp zijn zeker geen overbodige luxe.
Fooien
In Laos en Cambodja geef je in restaurants en hotels geen fooien - ze worden over het algemeen niet verwacht. Als je een gids hebt kun je die een kleine bijdrage geven. Als je een fooi geeft, bedenk dan dat een gemiddeld dagloon in Laos of Cambodja ongeveer 50 eurocent bedraagt.
Ten tijde van het communistische regime was het in Vietnam verboden fooien te accepteren. In de staatsbedrijven is dat nog steeds zo. Bij particuliere horeca-instellingen stelt het bedienend personeel een fooi tegenwoordig erg op prijs. Ook in de internationale hotels rekent het personeel op een fooi. Wanneer je een kerk, tempel of pagode hebt bezocht wordt het op prijs gesteld dat je een donatie achterlaat.
In het zuiden van Vietnam, vooral in de Delta, komen veel bedelaars voor. Door de te snelle omschakeling van de ene economische vorm in de andere zullen er op de korte termijn vele armen bijkomen en zal het aantal bedelaars sterk toenemen. In het noorden is bedelen verboden. Hier zul je weinig zwervers of bedelaars tegenkomen. Voor oude of invalide mensen is het bedelen de enige mogelijkheid om te kunnen overleven. Die kun je natuurlijk een muntje geven, vooral wanneer je ziet dat de lokale bevolking het ook doet. Ook in Laos en Cambodja wordt gebedeld. Bedelende kinderen kun je in principe beter geen geld geven, hooguit fruit of iets anders te eten. Als kinderen op deze manier aan hun geld kunnen komen, zijn ze weinig gemotiveerd om nog naar school te gaan of te gaan werken.
Mogelijk word je aangesproken door kinderen die vragen om pennen of andere cadeautjes. Ga hier niet op in, het werkt opdringerig gedrag in de hand. Door in te gaan op de vraag om cadeautjes te geven help je zeker om het fenomeen in stand te houden, en dus ook om het idee in stand te houden dat toeristen niet met hetzelfde respect benaderd hoeven te worden als de lokale bevolking. Bovendien kunnen onderlinge verhoudingen verstoord worden: het kan ? buiten het gezichtsveld van de gever ? soms leiden tot ruzies en conflicten. Het kortdurende gevoel een kind blij te maken weegt niet op tegen de negatieve langtermijn effecten. Als je kinderen echt wilt helpen kun je beter een erkende ontwikkelingsorganisatie of een lokaal ontwikkelingsproject steunen.
Fotografie
Laos, Vietnam en Cambodja zijn fotogenieke landen, niet alleen vanwege de natuur maar vooral ook vanwege de mensen. Over het algemeen vindt de lokale bevolking het geen probleem om gefotografeerd te worden. Alleen de etnische minderheden willen doorgaans liever niet op de foto.
Als je mensen fotografeert doe het dan met respect. Mensen staan er immers niet op te wachten om slechts als foto-object te dienen. Neem dan ook de tijd om een foto te maken en toon belangstelling, bijvoorbeeld door iemand eerst te begroeten en een praatje te maken. Het werkt vaak ook ontwapenend als de digitale fotograaf laat zien wat er op het beeldschermpje te zien is. Vraag mensen altijd eerst om toestemming als je ze wilt fotograferen. Dat kan soms ook zonder woorden: door de camera omhoog te houden en met gebaren duidelijk te maken dat je een foto zou willen maken. Een positieve of een afwerende reactie is meestal eenvoudig herkend. Respecteer het als mensen liever niet gefotografeerd willen worden en blijf vriendelijk. Mensen kunnen hele goede redenen hebben om niet gefotografeerd te willen worden. Mensen kunnen zich afvragen wat er met hun afbeelding gebeurt. Soms spelen religieuze motieven een rol: men denkt dat er met een foto een stukje van de ziel wordt ontnomen. Anderen willen liever niet tijdens het werk, ongewassen of in vieze kleren op de foto. Sommige vrouwen houden er niet van om gefotografeerd te worden door vreemde mannen. Het kan ook gebeuren dat mensen alleen tegen betaling op de foto willen. Respecteer deze voorwaarde en ga in een dergelijk geval niet van een afstand stiekem fotograferen. Dit kan aanleiding geven tot agressieve reacties.
Postkantoren, vliegvelden en bruggen ziet men als strategische objecten en mogen niet gefotografeerd worden. Soms moet je bij binnenkomst van een historische tempel extra entreegeld betalen voor je camera of video. In de grote steden als Ho Chi Minh, Hanoi, of Nha Trang kun je geheugenkaarten voor de camera kopen. In een groeiend aantal plaatsen kun je bovendien je foto?s op CD laten branden.
Geldzaken
De Laotiaanse munteenheid is de kip (LAK). Er zijn geen munten in omloop. Het geld begint bij biljetten van 500 kip, gevolgd door 1000, 2000, 5000, 10.000 en 20.000. In winkels en restaurants wisselt men vaak met biljetten van 500 en 1000 en je loopt dus al snel met een grote stapel papiergeld op zak. Je kunt overigens in de steden vaak ook betalen met dollars (kleine onbeschadigde biljetten). Voor één euro ontvang je ongeveer 12.250 kip (september 2009).
In Laos kun je op steeds meer plaatsen pinnen. Creditcards zijn alleen bruikbaar in de tophotels en restaurants in Vientiane en Luang Prabang. Het is raadzaam om contante dollars mee te nemen, die kun je overal omwisselen voor kip.
De Vietnamese munteenheid is de dong (VND). Er zijn biljetten van 200, 500, 1000, 2000, 5000, 10.000, 20.000, 50.000 en 100.000 dong. Munten zijn er van 1000, 500 en 200 dong. Voor één euro ontvang je 26.000 dong (september 2009).
In alle steden en toeristische plaatsen kun je tegenwoordig geld pinnen. De Vietcombank heeft het meest uitgebreide netwerk van ATM’s. Bij banken, hotels of wisselkantoren kun je contante euro’s of dollars wisselen. WE raden je aan geen travellers cheques mee te nemen omdat deze moeilijk in te wisselen zijn. Creditcards worden slechts in vier- of vijfsterrenhotels, duurdere restaurants en luxe winkels geaccepteerd. Het is aan te raden om altijd kleingeld op zak te hebben zodat je gepast kunt betalen. Niet elke Vietnamees is bereid om wisselgeld te betalen. Het uitvoeren van dong is niet toegestaan; de dong is buiten Vietnam ook niet inwisselbaar. Bij vertrek kun je op het vliegveld dong inwisselen (maximaal ter waarde van $500) indien je de wisselbewijzen kunt overleggen.
De Cambodjaanse munteenheid is de riel (KHR). Er zijn geen munten in omloop. Het geld begint bij biljetten van 100 riel, gevolgd door 200, 500, 1000, 2000, 5000, 10.000, 20.000, 50.000 en 100.000. Voor één euro ontvang je 6000 riel (september 2009).
In Phnom Penh en Siem Reap is het mogelijk om dollars te pinnen. Daarnaast is het handig om (onbeschadigde) biljetten van 1, 5 en 10 dollar bij je te hebben. Cambodja is de afgelopen jaren een dollar-economie geworden. De Cambodjanen ronden voor toeristen alle bedragen af op hele dollars. Let er dus op dat je voor kleine dingen in riel betaalt. Als je niet oppast betaal je namelijk voor alles in dollars (hoewel het wisselgeld soms in riel wordt teruggegeven). Met creditcards kun je alleen in de betere hotels en restaurants terecht.
Banken zijn van maandag tot en met vrijdag geopend, in Cambodja van 7.00 tot 14.30 uur, in Laos van 8.00 tot 15.30 uur. Soms wordt er een middagpauze ingelast (van 12.00 tot 14.00 uur). Een enkele bank in Vientiane en Phnom Penh is open op zaterdagmorgen tot 12.00 uur.
In Vietnam zijn banken open van 8.00 tot 11.30 uur en 's middags van 13.30 tot circa 16.00 uur.
Kijk voor de actuele wisselkoersen op:
www.oanda.com/convert/cheatsheetGezondheidsvoorschriften
Voor deze bestemmingen worden vaccinaties beslist aangeraden. Voor de actuele stand van zaken verwijzen we naar
www.lcr.nl, de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) dat de richtlijnen uitgeeft voor vaccinaties en preventie van malaria. Je kunt ook bellen met de Landelijke Vaccinatielijn voor Reizigers (0900-9584), circa € 0,45 per minuut. Reizigers uit België vinden vergelijkbare informatie op
www.itg.be, de website van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
Voor een advies op maat word je aangeraden vier tot zes weken voor vertrek contact op te nemen met je huisarts, de Reisdokter, een vaccinatieafdeling van de GGD, het Tropencentrum AMC in Amsterdam of Travel Clinic Havenziekenhuis in Rotterdam. Laat bij een bezoek altijd de geplande reisroute zien.
Neem een kleine reisapotheek mee met daarin o.a. jodium, pleisters, sterilon en middelen tegen koorts, diarree, verstopping, insectenbeten, zonnebrand en eventueel een middel tegen reisziekte. Denk ook aan een tekentang, thermometer (onbreekbaar), ORS (Oral Rehydration Salts, tegen uitdroging) en vitaminetabletten. Voor de hygiëne op reis o.a. een flesje desinfecteergel (daarmee kun je zonder water en zeep je handen wassen), ontsmettingsdoekjes en condooms. Bovenstaande lijst is niet volledig, raadpleeg voor meer informatie over gezondheidsrisico's en de te nemen voorzorgsmaatregelen voor en tijdens de reis de website van Tropenzorg (
www.tropenzorg.nl) of ga langs bij je huisarts, apotheek of vaccinerende instelling.
Als je naar een malariagebied gaat, denk dan aan anti-malaria tabletten en een geïmpregneerd muskietennet. Overigens vormt dengue (knokkelkoorts) tegenwoordig in stedelijke gebieden in Vietnam, Laos en Cambodja mogelijk een grotere dreiging dan malaria. Deze ziekte uit zich meestal als een zware griep. De mug die het dengue-virus overdraagt steekt in tegenstelling tot de malariamug vooral in de ochtend en late middag. Aangezien er geen vaccin of specifiek medicijn tegen dengue bestaat moet je je zowel overdag, als ‘s avonds en ‘s nachts dus goed beschermen tegen muggenbeten. Dat kun je door goed dekkende kleding (lange mouwen, lange broek) te dragen. De onbedekte lichaamsdelen dien je in te smeren met een anti-muggenmiddel. Bij voorkeur een middel dat DEET (een chemische stof die de muggen op afstand houdt) bevat. Neem bij koorts of griepachtige verschijnselen tijdens of na het verblijf in een malaria en/of dengue gebied altijd direct contact op met een arts.
Zorg dat je tijdens de reis het vaccinatieboekje en bloedgroepgegevens bij je hebt. Handig om mee te nemen is het Europees medisch paspoort, een document waarmee je in urgente situaties veel problemen kan voorkomen. Het paspoort is opgesteld in elf talen, waardoor de hulpverlener (in het buitenland) eenvoudig de gegevens van de patiënt, zijn of haar ziekten, aandoeningen en medicijngebruik kan opzoeken. Ook is vermeld wie de behandelende arts is en wie er in dringende gevallen gewaarschuwd kan worden. Het medisch paspoort is onder andere verkrijgbaar bij huisarts, de Reisdokter, apotheek en GGD.
Bij aankomst is het zaak de tijd te nemen om te acclimatiseren. Probeer na aankomst het lokale levensritme over te nemen. Uiteraard voorzover het reisschema dat toelaat. Sta vroeg op, neem tussen de middag een paar uur rust en ga bijtijds naar bed. De straling van de zon in de (sub)tropen is bijzonder sterk. Wees dus voorzichtig met zonnen en zet bij uitstapjes in de volle zon iets op je hoofd. Omdat je in de droge hitte ongemerkt veel vocht verliest, moet je steeds veel blijven drinken en wat extra zout op je eten strooien. Warme dranken zijn over het algemeen beter dan ijskoude. Je maag en darmen worden dan minder belast. Het water uit de kraan kun je beter niet drinken. Flessen gezuiverd drinkwater zijn bijna overal te koop. Mocht je diarree krijgen, let er dan vooral op dat je het extra vochtverlies compenseert: veel (slappe) thee, mineraalwater of eventueel cola zonder prik. Het zouttekort kun je opheffen met ORS of bouillon. Het heeft geen zin bij buikloop te vasten. Door niet te eten geef je je maag en darmen wel rust, maar verzwakt je lichaam nog meer.
Laos staat bekend om het gerecht paa-dèk, dat gemaakt is van rauwe gefermenteerde vis. De Laotianen vinden het een delicatesse en zullen het je wellicht aanbieden. Helaas bevat paa-dèk talloze microscopisch kleine wormpjes die zich uiteindelijk in de lever nestelen. Veel Laotianen lijden daarom aan chronische geelzucht. Je doet er verstandig aan om het eten van paa-dèk te vermijden. De moeilijkheid is dat het weigeren van voedsel in Laos zeer onbeleefd is. Een tip: je kunt zeggen dat je lijdt aan panyaad-sovjet (de ‘Sovjet-ziekte’). Dit werd in de jaren zeventig bedacht door Russische ontwikkelingswerkers. Telkens wanneer hen paa-dèk werd aangeboden, beweerden de Russen uit beleefdheid dat ze aan een bijzondere maagziekte leden die het eten van paa-dèk onmogelijk maakt.
Voor verdere informatie verwijzen we naar het informatieve boekje ‘Hoe blijf ik gezond in de Tropen’ (uitgave KIT) of op internet naar:
www.gezondopreis.nl.
Invoerbepalingen
Volwassenen personen mogen belastingvrij 250 gram tabak of 200 sigaretten en een liter sterke drank het land invoeren. Je mag zoveel buitenlands geld in- en uitvoeren als je wil, maar een deviezenverklaring is noodzakelijk. Het is streng verboden antiek en boeddhabeelden uit te voeren.
Bij aankomst in Vietnam moet je een douaneformulier en een eigendomsformulier invullen, dat weer moet worden ingeleverd als je Vietnam verlaat.
Er geldt een uitvoerverbod voor souvenirs die gemaakt zijn van beschermde dier- of plantensoorten. Tot deze soorten behoren onder meer koralen, grote schelpen, (zee)schildpadden, slangen, krokodillen, hagedissen, papegaaien, vlinders, orchideeën en cactussen. Toch worden er in Laos, Vietnam en Cambodja veel producten te koop aangeboden waarin (delen) van bedreigde dier- en plantensoorten zijn verwerkt: tassen, riemen, schoenen, sieraden e.d. Let er bij de aankoop van dit soort souvenirs op dat het een geldig CITES-certificaat heeft. Nederland en België zijn aangesloten bij de Washington Conventie (Verdrag over de Internationale Handel in Bedreigde Soorten, afgekort als CITES) en treden streng op tegen overtredingen. Meer informatie over de belangrijkste beschermde soorten met een opsomming van de bekendste ‘foute’ souvenirs vind je op
www.wnf.nl/souvenirs.
Tijdsverschil
In Laos, Vietnam en Cambodja is het in de winter zes uur later dan in Benelux. In de zomers is dat vijf uur.
Veiligheid
Laos, Vietnam en Cambodja zijn relatief veilige landen. Toch is de kleine criminaliteit zoals diefstal en roofovervallen de laatste jaren sterk toegenomen, met name in de steden. Houd ook kinderen (vooral in Vietnam)goed in de gaten. Net als je de lieverdjes aardig begint te vinden, graaien hun handjes professioneel in je zakken. Laat op het strand in Vietnam geen kleding onbeheerd achter.
Geld en belangrijke papieren kun je beter op je lichaam dragen, bijvoorbeeld in zakjes aan de binnenkant van je kleding of in een geldbuidel. Verdeel geld en documenten over verschillende plaatsen en meer personen. Stop een klein geldbedrag in je portemonnee zodat je niet al je geld kwijt bent als je zakken gerold worden. Laat geen geld of kostbare zaken slingeren in je hotelkamer. Draag foto- en filmapparatuur in een tas of rugzak, en loop niet te koop met sieraden. Maak kopieën van belangrijke reisdocumenten zoals het paspoort, visa, vliegtickets en verzekeringspapieren. Je kunt deze gegevens ook scannen en naar je eigen mailadres sturen zodat je er in elk willekeurig internetcafé over kunt beschikken.
Op reis in Laos en Cambodja word je wellicht een pijpje opium aangeboden en dat lijkt onschuldig. Toch niet doen! Je bent in overtreding. Er zijn gevallen bekend dat drugs in de tas van toeristen werden gestopt en dat daarna de politie gewaarschuwd werd. Je hebt dan geen goed verhaal. De straffen op het bezit van drugs zijn zeer hoog.
Per jaar worden er nog altijd honderden mensen in Laos en Cambodja getroffen door onontploft oorlogsmateriaal zoals landmijnen en bombies. Voor toeristen levert de UXO weinig gevaar op, zolang zij niet buiten de betreden paden gaan. Vooral in het oosten van Laos en Cambodja zijn ze nog lang niet allemaal opgespoord. Dus maak nooit een toiletstop tussen bosjes aan de wegkant!
Reisadviezen en actuele informatie over de veiligheid in Laos, Vietnam en Cambodja vind je op
www.minbuza.nl, de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken of
www.diplomatie.be, de website van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken.
Winkelen en openingstijden
Winkels zijn dagelijks geopend van 9.00 tot 21.00 uur. In kleinere winkels en op de avondmarkten kun je zelfs nog later terecht. De meeste musea zijn open van woensdag tot en met zondag tussen 9.00 en 12.00 uur en van 13.00 tot 16.00 uur. In Laos zijn de openingstijden van staatswinkels geopend van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 16.00. Particuliere winkels zijn meestal tot 21.00 geopend.