Land:
Na een periode van ruim dertig jaar, waarin het communistische Cuba van de eigenzinnige Fidel Castro en het 'kapitalistische' Westen uit elkaar groeiden, heeft dit fascinerende land nu zijn deuren geopend voor westerlingen. De Cubanen ontvangen je met open armen en de mensen zijn oprecht geïnteresseerd in buitenlanders. Je kunt ruimschoots genieten van de geneugten van het goede leven. Waar je mee overweg moet kunnen, is de bevoorrechte positie die je tegenwoordig hebt als gast. Cuba kiest voor het toerisme, vooral uit nood, vanwege de diepe economische crisis waarin het land belandde na het wegvallen van de bondgenoten in Oost-Europa. De mensen zijn arm en veel zaken zijn schaars. Met hart en ziel werken de Cubanen aan de verbetering en uitbouw van de voorzieningen voor het toerisme, inmiddels de kurk waar de economie op drijft. Met zijn fascinerende historie en cultuur, en zijn wonderschone natuur is Cuba het veelzijdigste vakantieland in het Caraïbisch gebied. Jarenlange verwaarlozing hebben de steden er niet fraaier, maar wel doorleefder op gemaakt. Je kunt er heerlijk slenteren en genieten van de schilderachtige barokke architectuur en het alledaagse straatleven. De monumenten van nationale helden vertellen het verhaal van een lange en heroïsche strijd tegen onderdrukking en afhankelijkheid. In de muziek, de religie en de beeldende kunst komen de Afrikaanse wortels naar boven.
Landschap:
Het eiland Cuba ligt in de Caraïbische Zee, grenzend aan de Atlantische Oceaan, met Jamaica in het zuiden, Mexico in het westen en Florida ca. 180 kilometer noordelijk, aan de overkant van de Straat van Florida. Overal rondom het eiland komen koraalriffen bijna aan de oppervlakte wat het land een paradijs voor duikers en snorkelaars maakt. Het eiland zelf is een langgerekte bergketen waarvan de basis heel diep verzonken is in de Caraïbische Zee. Een van de diepste zeetroggen ter wereld (7243 meter), bevindt zich 60 km uit de kust bij Santiago de Cuba. Het grootste gedeelte van de bijna 5800 km lange kustlijn bestaat uit rotswanden. De meeste en breedste zandstranden zijn te vinden in het noorden. Het strand van Varadero is een van de mooiste van het eiland. Het binnenland bestaat voor een groot gedeelte uit savannes, uitgestrekte tropische vlaktes met hier en daar plantages met citrusbomen en (veel) suikerriet. In de Sierra de los Organos, een van de bergketens in het westen van het eiland, ligt de prachtige, groene vallei van Viñales van waaruit de vele mogotes oprijzen, wonderlijk gevormde heuvels tegen een achtergrond van hogere toppen. De poreuze zandgrond tussen deze heuvels in vormt een goede voedingsbodem voor de fijne tabak van de Havana's en andere sigaren waar Cuba zo beroemd om is geworden.
Bevolking:
Cuba heeft ongeveer 12 miljoen inwoners waarvan er ruim 2 miljoen in Havana wonen. De oorspronkelijke bewoners van Cuba stammen af van de Arawak-indianen. Van de paar honderdduizend bewoners die Columbus aantrof toen hij in 1492 op het eiland arriveerde, waren er honderd jaar na de komst van de Spanjaarden nog maar enkele honderden over, de rest was óf uitgemoord óf geveld door de nieuwe ziekten die de conquistadores hadden meegebracht. Vanaf het begin van de 16e tot in de 19e eeuw werden meer dan een half miljoen slaven geimporteerd uit Afrika; een gevolg van het idee van de Spanjaarden dat de sterke negers beter bestand waren tegen zwaar werk dan de zachte en meegaande Indianen.
Volgens een volkstelling uit 1981 is 66 procent van de bevolking blank (afstammelingen van de Spanjaarden), 12 procent zwart, 21,9 procent is mulat of mesties (resp. gemengd zwart/blank of gemengd Indiaans/blank, maar op Cuba worden beide begrippen door elkaar gebruikt) en 0,1 procent Aziatisch. Als je op Cuba bent, kun je je moeilijk voorstellen hoe die 22 procent mulat of mesties is gemeten: andere schattingen (en het straatbeeld) komen op hoger dan 50 procent.
Geschiedenis:
De eerste bewoners zijn, volgens archeologen, rond 4000 v. C. de oceaan over gekanoëd op weg naar Cuba. Toen Columbus in 1492 voor het eerst voet aan wal zette op het eiland dacht hij het oostelijke puntje van Azië (Las Indias) gevonden te hebben. Aan deze misrekening danken de bewoners hun naam, Los Indios oftewel Indianen. Pas in 1509, drie jaar na de dood van Columbus, werd ontdekt dat Cuba een eiland was. De komst van Columbus is het begin van een lange periode van Spaanse overheersing. Aan deze koloniale tijd komt pas in 1899 een einde. Na jaren van onafhankelijksheidsstrijd grijpen in april van dat jaar de Verenigde Staten in en worden de Spaanse troepen in drie maanden verslagen. In plaats van een Spaanse koning komt er een Amerikaans militair bestuur op Cuba, niet helemaal wat de Cubanen voor ogen hadden toen ze om hulp gevraagd hadden. In 1901 wordt een amendement aangenomen dat er o.a. voor zorgt dat al snel Amerikaanse zakenlieden bijna de hele suikerriet- en sigarenindustrie monopoliseren en dat Cuba land moet afstaan voor militaire doeleinden. De laatste president van deze pseudorepubliek, zoals de Cubanen de periode van 1902 tot 1959 noemen, is Fulgencio Batista. Hij is in 1934 na een staatsgreep aan de macht gekomen en regeert als een ware tiran. Amerikaanse zakenlieden hebben bijna de hele economie in handen. De enigen die hiervan profiteren zijn Batista en zijn familie, terwijl de bevolking werkloos is en ondervoed raakt, en Havana groeit uit tot ' het bordeel van Amerika' vol gangsters en casino's. En dan verschijnt de jonge advocaat Fidel Castro op het toneel om de onafhankelijkheidsstrijd nieuw leven in te blazen. Na een mislukte, gewapende overval op de Moncada kazerne vlakbij Santiago de Cuba wordt hij samen met zijn medestanders berecht en veroordeeld. Bij een amnestie in 1955 komen ze vrij waarna ze naar Mexico vertrekken om zich verder voor te bereiden op de revolutie. Samen met zijn broer Raul en de jonge Argentijnse arts Ernesto 'Che' Guevara, die hij in Mexico ontmoet organiseren ze een groep van 80 man die met het bootje de Granma op 2 december 1956 aankomt op Cuba. Na twee jaar van verbeten strijd in de Sierra Maestra verovert de groep van Che Guavara de stad Santa Clara op kerstmis 1958. Batista vlucht op oudjaarsnacht naar Santo Domingo en op 8 januari 1959 komen de triomfantelijke guerrilleros met Castro aan het hoofd Havana binnen. De verstandhouding met de Amerikanen verslechterd snel. Als Amerika de afgesproken hoeveelheid suiker niet meer afneemt en een handelsembargo afroept koopt de Sovjet Unie de suiker. In 1961 verklaart Castro, steeds meer de armen van de Russen ingedreven door het verbreken van alle diplomatieke betrekkingen van de Amerikanen, dat zijn revolutie een socialistische revolutie was. Na de Varkensbaai-invasie worden de banden met de Sovjet Unie verder aangehaald en worden er Russische raketten geplaatst in de provincie Pinar del Rio. Een nucleaire oorlog wordt op het nippertje vermeden. Pas in 1975 treedt er wat dooi op in de ijskoude betrekkingen met de Verenigde Staten, vanaf 1977 en 1979 mogen resp. Amerikanen en Amerikaanse Cubanen weer naar Cuba reizen. In 1980 volgt een emigratiegolf van Cubanen naar de Verenigde Staten, afgesproken wordt dat er jaarlijks 20.000 Cubanen zullen worden toegelaten. Vanaf 1990 gaat het economisch bergafwaarts. De politieke veranderingen in Oost-Europa raken Cuba hard, schaarste breekt aan. De laatste jaren is er een versoepeling van het beleid - zo worden er tegenwoordig, in zekere mate, prive-ondernemingen gedoogd.