Collega René reisde in mei vorig jaar met Koning Aap door het onbekende Sichuan, een provincie die nog bij weinig westerse reizigers op de radar staat. In plaats van traditionele hoogtepunten als de Chinese Muur of Shanghai, ontdekte René op deze reis een totaal ander China. We vroegen hem naar zijn ervaringen en wat deze reis zo anders maakt dan een ‘gewone’ Chinareis.
Klopt, onze Sichuan-reis kies je waarschijnlijk niet als je eerste reis naar China. China is een enorm land en iedereen denkt dan natuurlijk meteen aan hoogtepunten als de Chinese Muur, de Verboden Stad (Beijing), het Terracottaleger (Xi’an), de bruisende wereldstad Shanghai, de schilderachtige rijstvelden en het indrukwekkende karstgebergte bij Yangshuo. Nou, dit ga je dus allemaal níet zien op deze Sichuan-reis! Je duikt namelijk echt wat dieper China in en bezoekt een aantal onbekende, maar zeker zo mooie en indrukwekkende highlights. Behalve culturele hoogstandjes als Dazu, Leshan en Emeishan doe je op deze reis ook de allermooiste natuurparken van het land aan. Wat ook meespeelt bij de reden waarom deze reis niet als eerste keuze voor de hand ligt, is de grote hoogte waar je je doorgaans op zult bevinden: Sichuan wordt voor tweederde bedekt met de uitlopers van de Himalaya, en ja, dan heb je het dus echt wel over hooggebergte.
In de jaren ’90 was ik al een paar keer in China. Uiteraard heb ik toen de hierbovengenoemde hoogtepunten bezocht. Maar daarnaast heb ik ook twee schitterende overland reizen gemaakt: vanuit Beijing via de provincie Qinghai naar Lhasa (Tibet) en door naar Kathmandu (Nepal), en een keer vanuit Centraal-Azië (Kirgizië) over de Zijderoute naar Kashgar en vervolgens via Turpan (Xinjiang) en de provincie Gansu naar Beijing.
Wat me vooral is bijgebleven van mijn eerdere reizen door China is de diversiteit van het landschap, de indrukwekkende gebouwen, de - toen nog authentieke - oude stadsbuurten en de in mijn ogen eigenaardige Chinese gewoonten en gebruiken. Ook kun je wel stellen dat 30 jaar geleden de Chinezen veel stugger en minder toegankelijk waren dan nu. Ik vond het toen maar een onvriendelijk volk. Dat is nu echt wel een wereld van verschil, totaal het tegenovergestelde.
Ik ben inmiddels 30 jaar ouder en neig veel meer dan vroeger de rust op te zoeken. Dus eerder naar plekken met mooie natuur en van de gebaande paden, dan naar de bekende ‘bucketlistbestemmingen’. Sichuan voldeed hier helemaal aan.
Ik heb genoten van de geweldige landschappen op deze reis, zowel in de natuurparken als zeker ook onderweg. Ook vond ik de combinatie van Chinese en Tibetaanse ingrediënten op deze reis erg speciaal. En ik was nu ontzettend verrast over hoe vriendelijk de Chinezen tegenwoordig zijn. Je maakt erg gemakkelijk contact en mensen op straat willen je graag helpen als het even ‘allemaal Chinees’ voor je is. Iedereen heeft tegenwoordig wel zo'n vertaal-app op z'n mobiele telefoon.
Je bezoekt heel wat natuurparken op deze reis, en allemaal even schitterend, maar ook allemaal weer verschillend in wat je er gaat zien. De gekleurde meren in het Jiuzhaigou NP en de kalkterrassen in het Huanglong NP vond ik absolute hoogtepunten. Maar ook de bamboebossen van Shunan Zhuhai en de grillige rotsformaties van Moshi NP waren bijzonder.
De zwaarte van deze reis zit hem in een aantal dingen. Allereerst de hoogte: je overnacht toch een aantal keren op meer dan 3500 meter hoogte. Onderweg kom je soms over passen die nog een duizendje hoger liggen, dus dat merk je wel aan je lijf en aan je kunnen. Dat gezegd hebbende, zit de opbouw van de reisroute goed in elkaar. Je slaapt altijd lager dan je eerder die dag geweest bent. Niemand van ons gezelschap heeft hierdoor serieuze last van hoogteziekte gehad.
Dan het hoge tempo: afgezien van Chengdu, waar de reis begint, verblijf je maar in 4 plaatsen langer dan één nacht, dus dat betekent vaak verkassen en je spullen uit- en weer inpakken. Daarnaast zijn de reisdagen soms lang, niet zozeer vanwege de afstand of de weggesteldheid, maar ook omdat je onderweg veel dingen bezoekt. Even een off-day nemen en een dagje niks doen in je hotel is dus haast onmogelijk op deze reis.
Op deze (vele) reisdagen breng je dus vanzelf ook veel tijd samen met de groep door. Iedereen doet eigenlijk ook steeds dezelfde excursies, omdat ze onderweg gedaan worden en er vaak geen alternatief is dan wachten tot de rest klaar is. Gelukkig valt het in de praktijk mee en loop je elkaar zeker niet in de weg. In de natuurparken kan je namelijk lekker je eigen plan trekken als je wilt, en eenmaal aangekomen in een volgende plaats kan je - in plaats van met de reisbegeleider mee - er natuurlijk ook zelf opuit om een restaurantje te zoeken.
De taal speelt ook een rol: je moet creatief communiceren, met handen en voeten óf met een vertaal-app, maar met de gewillige opstelling van de Chinezen zelf blijkt dit toch steeds weer een feest, en je wordt er ook steeds handiger in.
En er wordt veel gewandeld op deze reis, want het draait in de eerste plaats om de schitterende landschappen onderweg en in de natuurparken. Als je daarvan wilt genieten, dan moet je natuurlijk in de benen! En op hoogte is dat wel iets om (letterlijk) even bij stil te staan. Dus als je niet van wandelen houdt, dan is dit geen reis voor je!